Aan wiens kant staat de nieuwe bankpolitie eigenlijk?

De legendarische Eugene Vidocq wordt gezien als de grondlegger van de moderne Franse politie in het begin van de negentiende eeuw, met een bijzondere achtergrond: hij was zelf ooit een boef, die kennelijk een flinke cultuurverandering onderging.

Zou hij een inspiratiebron zijn geweest voor De Nederlandsche Bank (DNB)? De nieuwe politieman op het Frederiksplein, directielid Jan Sijbrand, is belast met het toezicht op de financiële sector. Hij heeft eveneens een opmerkelijke achtergrond: Sijbrand werd groot in de levensgevaarlijke activiteiten waar hij nu toezicht op moet houden: het zakenbankieren en dan in het bijzonder de derivatenhandel. Eerst bij de Rabo, en vanaf 1996 bij ABN Amro, tot 2007 – nét voor de kredietcrisis. Onder meer als Head of Market Risk, Head of Risk Management, Global Head of Derivatives Trading, Structuring and Marketing en Head of Global Markets Europe.

Zo iemand moet alles weten van schaduwbankieren, conduits, special purpose vehicles, CDO’s – alles, kortom, wat de kredietcrisis heeft veroorzaakt en verergerd. Slim om die aan te nemen. Maar hoe gaat de nieuwe Vidoque zijn ervaring inzetten tegen zijn voormalige vrienden? Niet splitsen, die banken, liet hij de afgelopen dagen in een media-offensiefje weten.

Huh? Kennelijk hoopt DNB een einde te maken aan de discussie over het opsplitsen van banken in een nutsbank die spaargeld aantrekt, het betalingsverkeer verzorgt en ouderwets leent aan particulieren en bedrijven, en in een zakenbank die het grote geld doet en handelt voor eigen rekening en risico.

Zo’n splitsing is wel zo veilig, en de parlementaire commissie-De Wit komt daar dan ook goeddeels op uit. De Britse Vickers-commissie kwam dat in wezen ook, zij het dat daar de uitkomst is dat banken wel allebei de activiteiten in één huis mogen blijven doen, maar het zakenbankieren strikt moeten afschermen – ‘ring-fencen’ – van de rest.

Dat is te weinig, maar meer zit er niet in. Het Europese continent, dat bankieren, handelen en verzekeren traditioneel in één bankmodel giet, wil zelfs niet met de Britten mee. Nederland dus ook niet. Volgens Sijbrand kán het zakenbankieren niet zonder het algemene bankieren. Als het los zou komen te staan, zou het snel verdwijnen of überhaupt niet van de grond komen.

Dat komt neer op de volgende redenering:

‘Een zakenbank kan volgens Sijbrand niet bestaan zonder de funding van een algemene bank. Een algemene bank betrekt zijn funding grotendeels van het publiek (spaargeld, betaalrekeningen). Het publiek zet zijn geld sinds de kredietcrisis niet zonder zekerheden op een bankrekening. De overheid garandeert daarom het geld op bankrekeningen tot een bedrag van 100.000 euro.’

Dik deze keten eens wat in:

‘Een zakenbank kan niet bestaan zonder het geld van een algemene bank. Een algemene bank beschikt over dat geld dankzij de garantstelling van de staat.’

En nog verder:

‘Een zakenbank kan niet bestaan zonder een garantstelling door de staat.’ Hier staat dus letterlijk dat in Nederland een bank niet kan handelen voor eigen rekening en risico – of, voor wie wil: gokken op de financiële markten – zonder impliciete staatsgarantie. En dat we die dus moeten geven.

Dat betekent dan weer dat de winsten van dat handelen voor eigen rekening en risico straks gewoon weer naar de bank toe vloeien, en dat als het mis gaat de staat voor de verliezen opdraait. De oud-zakenbankier Sijbrand pleit dus voor exact hetzelfde model dat de private sector eerst miljarden heeft opgeleverd en daarna de publieke sector miljarden heeft gekost. De Nederlandsche Bank maakt inderdaad de gewenste cultuurverandering door. Alleen precies de verkeerde kant op.

Het bleef nog lang onrustig in Parijs.

Maarten Schinkel