In 1997 hield ik de Elfstedentocht bijna tegen

Wiebe Cnossen, rayonhoofd Sneek, laat zich niet gek maken door dat gedoe rondom de Elfstedentocht. Lekker schaatsen, veilig ijs – daar gaat om. „Wij meten centimeters.”

Rayonhoofd Wiebe Cnossen, met prikstok, op het ijs voor de Waterpoort van Sneek. „We zitten nu op gemiddeld negen centimeter dikte in het rayon. Het moet vijftien worden.” Foto Laurens Aaij

Je moet het zo zien: hij komt, of hij komt niet. Ingewikkelder is het niet. Wiebe Cnossen (68) steekt zijn prikstok in het ijs op de Kolk, pal onder de Waterpoort van Sneek. De splinters vliegen in de rondte, maar de prachtige donkere ijsvloer geeft geen krimp. „Negen centimeter”, zegt hij. Maar die aandacht, die hype. Zwaar overdreven, vindt het rayonhoofd van Sneek. „Ik wil gewoon dat er lekker geschaatst wordt. Moedertje natuur regelt het wel.”

In samenwerking met de Friese bevolking. ’s Ochtends heeft Cnossen een oproep gedaan via Omrop Fryslân: of hij vijftien man kan krijgen, met sneeuwschuivers, want de sneeuw werkt „als een dekentje”. Een paar uur later staan tientallen vrijwilligers de vloer schoon te vegen. De Kolk is een belangrijke schakel op de ijsweg naar IJlst, en het zuiden van Friesland.

De koorts mag in Nederland bizarre vormen aannemen – Friesland zelf vertoont weinig sporen van opwinding. Dat geldt zeker voor de rayonhoofden, ook al kwamen zij deze week voor het eerst in vijftien jaar bijeen. In de media wordt zelfs hun vrijwillige bijbaantje tot mythische proporties opgeblazen, vindt Cnossen. „Dat wordt echt overdreven. Wij zijn alleen met ijs bezig. Ik doe dit voor de gewone mensen, de kinderen. Die wedstrijd hoort erbij, maar het hoeft van mij niet. Als het alleen de wedstrijd was, denk ik niet dat ik dit deed. Daar heb ik geen slapeloze nachten voor over.”

Rayonhoofd. Al vanaf 1972 was Cnossen, van huis uit aannemer, assistent van andere rayonhoofden. Je groeit erin – een kwestie van volhouden. Cnossen werd destijds gevraagd als hulpje door toenmalig rayonhoofd Dicky van der Werf. Een kwart eeuw later, na De Tocht van 1997, werd Cnossen eerste man in Sneek.

Tijdens hun vergaderingen over de toestand van het ijs is Fries nog altijd de voertaal, maar verplicht is het niet. Cnossen: „Er zitten ook niet-Friezen tussen. Jan van der Klis, in Bolsward, spreekt volgens mij geen woord Fries.”

Van de rayonhoofden bestaat een beeld van oude, rokende mannen met baarden, die besluiten nemen onder een glaasje Beerenburg. Misschien wordt het opgeroepen door De Hel van ’63. Cnossen was officieel uitgenodigd, maar zag de film nooit. „Je moest in jacquet. Maar zelfs voor de koningin doe ik dat niet.”

Cnossen reed De Tocht zelf, in 1963. Twee keer zelfs. Maar zijn naam is in geen enkel geschrift terug te vinden. „Ik was achttien. Ik reed hem twee keer zwart, vóór de officiële tocht. Het ijs net was net als nu, prachtig. Totdat er een halve meter sneeuw viel.”

Maar het stereotiepe beeld van de rayonhoofden klopt niet, zegt Cnossen. „Beerenburgje onder de vergadering? Nee, ik heb een autootje voor de deur staan. Waarschijnlijk deden ze dat in 1941. Maar toen zei de penningmeester ook na afloop: heren, hebben jullie nog onkosten gemaakt? Dat heb ik de laatste twintig jaar niet meer gehoord.”

Nu de spanning in Nederland oploopt, moet de druk op een rayonhoofd immens zijn. Cnossen lacht. „Druk? Nee, dat moet je buiten houden. Wij meten centimeters, we zijn bezig met veiligheid. Niet met wat de media willen.”

Het is allemaal onderdeel van de hype die buiten Friesland door de pers wordt gecreëerd, vinden de Friezen. „Mij is de afgelopen dagen diverse keren gevraagd: waar vergaderen jullie? Terwijl toch duidelijk was gezegd dat dat niet bekend wordt gemaakt en dat er geen mededelingen worden gedaan. Dan kom je buiten – ziet het zwart van de journalisten. Dan denk ik: hebben jullie geen oortjes?”

Het zal de rayonhoofden niet van hun stuk brengen. Als het moet, zal Cnossen persoonlijk spelbreker zijn, ook al eisen de overige 21 rayonhoofden een it giet oan. „Ik heb De Tocht van 1997 bijna tegengehouden, als assistent, verantwoordelijk voor het ijs. We hadden overal vijftien centimeter ijs in Sneek, maar niet bij dat bruggetje, naast de Waterpoort. Daar lag maar zeven centimeter. Ik heb toen gezegd: we gaan daar niet over het ijs. Er is toen één grote kluunplaats van gemaakt.”

Want een verantwoordelijkheid is het wel, natuurijs goedkeuren terwijl tienduizenden liefhebbers klaar staan om het maagdelijke ijs van de Friese meren te betreden.

Cnossen pakt zijn prikstok. Op een sierlijk koperen plaatje onder het handvat staat ‘Rayon Sneek’ gegraveerd, en zijn naam: W.J. Cnossen. „Deze stok is levensreddend. Gisteren nog liep ik op de Woudvaart, zo’n grachie bij mij achter. Prikte in het ijs: tien centimeter. Een meter verder ging-ie er dwars doorheen: twee centimeter. Zo’n wak kun je overal hebben. Voor alle mensen die hier nu op het ijs staan, heb ik bevestigd dat het voldoende dik is. Ze moeten wel droog thuiskomen.”

Elke ochtend gaat hij het ijs op, met zijn zoon. Als de een door het ijs zakt, moet de ander klaarstaan. Eerder deze week ging de collega in Balk door het ijs, op het Slotermeer.

Op dertig punten in zijn rayon boort Cnossen ’s ochtends gaten. „Vannacht is er drie centimeter bijgekomen. Dat is veel. Ik zag -13 graden op de thermometer staan. We zitten nu op gemiddeld negen centimeter dikte in het rayon. Het moet vijftien worden. Maar we hebben ook na een nacht met -20 maar één centimeter aangroei gehad, door dat sneeuwdek. Daarom moet de sneeuw van het ijs.”

    • Rob Schoof