Zwijgend ploeteren ze voort, maar het kriebelt meer en meer

Topschaatsers Bob de Jong en Jorrit Bergsma verkenden gisteren vast het parcours van de Elfstedentocht. Als die er komt, laten ze alles schieten. „De Elfstedentocht is belangrijker dan een olympische gouden medaille”, zegt hun coach.

Bob de Jong, gevolgd door Jorrit Bergsma, op de Oudkerkervaart. Foto Eric Brinkhorst

Op de Oudkerkervaart, vlakbij het bruggetje bij Bartlehiem, wordt hij plotseling herkend. Een recreant schaatst op Bob de Jong af en geeft hem spontaan een hand. „En? Ga je ’m rijden?”, luidt de vraag. „Tuurlijk ga ik ’m rijden”, zegt De Jong lachend. En hij zet aan voor het laatste stukje naar de Bonkevaart in Leeuwarden, ploeggenoot Jorrit Bergsma in zijn kielzog.

Een schurende wind blaast over het laatste stukje van het parcours van de Elfstedentocht. Eigenlijk moesten de twee professionele schaatsers van de BAM-ploeg trainen voor de wereldbekerwedstrijden in Hamar, komend weekend. „Maar het begint te kriebelen”, zegt De Jong (35), schaatsliefhebber pur sang.

Geef hem eens ongelijk, op de dag dat uitlekt dat de rayonhoofden voor het eerst in vijftien jaar bijeenkomen. Dezer dagen daalt het kwik in de Friese nachten tot 12 graden onder nul.

Bij Rijperkerk lopen deze zondagmiddag recreanten met noren onder de arm door het weiland naar een meertje, waar zich een uitnodigende, zwarte ijsvloer heeft gevormd. Een vrouw op kunstschaatsen, de handen aan de kinderwagen, duwt haar slapende tweeling over het ijs. Onder het waterige middagzonnetje doet de koek-en-zopie voortreffelijke zaken. Even verderop staan de auto’s schots en scheef geparkeerd in de berm langs de Bonkevaart, finishplaats van de ‘Tocht der Tochten’.

Ook De Jong en Bergsma hebben hier hun schaatsen ondergebonden, onder de achterklep van het busje van ploegleider Jillert Anema. Gezicht ingesmeerd met vaseline, extra colletje om de nek tegen de wind. Hamar is ineens heel ver weg. ‘Hamar’ was ook de reden dat ze gisteren ontbraken op de Oostenrijkse Weissensee, waar de Alternatieve Elfstedentocht werd verreden. „We bereiden ons voor op de wereldbeker”, zegt De Jong. „Er is maar één wedstrijd die daar bovenuit steekt: de Elfstedentocht – de echte.”

In het busje wordt coach Anema gebeld. Hij luistert even en wendt zich dan tot De Jong en Bergsma. „Of we woensdag al naar Hamar moeten vliegen?”, overlegt Anema. „Dat is waarschijnlijk aan de vroege kant.”

Hij weet dan nog niet dat de NK marathon op natuurijs woensdag in Emmen wordt verreden. Daarvoor stellen ze hun reis naar Hamar sowieso uit. De Elfstedentocht komt steeds dichterbij. Ook voor Bergsma (26), de Friese marathonspecialist die dit seizoen op de baan ineens Sven Kramer de baas was op de 10 kilometer. Bergsma heeft geen bewuste herinneringen aan de laatste Elfstedentocht, van 1997. Toch is hem ingeprent: als de tocht komt, laat je alles schieten. Al was het de olympische tien kilometer.

Zijn coach Anema, ook een Fries, ontsteekt in woede als die hypothetische keuze een ‘dilemma’ wordt genoemd. „Compleet belachelijk, onnozel gelul”, roept hij. „Dat opgedirkte van die lui van de Olympische Spelen – het kan niet eens in de schaduw staan van het pure en het echte van de Elfstedentocht. De [internationale schaatsunie] ISU moet alle jongens die over twee weken in Moskou de WK allround moeten rijden uitnodigen voor de Elfstedentocht. Johann Olav Koss deed het, en Tommy Gustafson. Zij beschrijven de Elfstedentocht allemaal als hun rijkste levenservaring, rijker dan een olympische gouden medaille.”

Bob de Jong – olympisch kampioen op de tien kilometer in 2006 – kucht even, maar roept zijn ploegleider niet tot de orde. In 1997 was De Jong nog lid van de kernploeg onder leiding van bondscoach Henk Gemser. „Wij zaten op trainingskamp in Inzell en mochten niet terug van meneer Gemser”, vertelt De Jong. „Henk ging een dag van tevoren terug, wij moesten gewoon blijven. Je had toen een paar mensen met een mobiele telefoon, zo konden we het een beetje volgen.”

De ironie wil dat De Jong vijftien jaar en een uiterst succesvolle carrière later een coach heeft die hem juist zou verbieden de Elfstedentocht te missen. Anema: „Uiteindelijk doen we het allemaal voor die ene wedstrijd.”

De Jong was jarenlang langebaanschaatser, totdat hij vorig seizoen aanhaakte bij Anema’s BAM-schaatsteam, een stal met marathonkerels als Bergsma, Arjen Stroetinga en Bob de Vries. Vorig jaar verkende hij een deel van het Elfstedenparcours. Bij Workum zakte De Jong door het ijs, in navolging van zijn ploegmaat De Vries. „Door het ijs bij een reddingspoging”, glimlacht hij. „Maar daarna is mijn hart wel gaan kloppen voor de Elfstedentocht.”

Zwijgend ploeteren de topschaatsers samen voort over het ijs. De schemering valt. In de verte ligt het wereldberoemde houten bruggetje van Bartlehiem, dat de schaatsers tijdens de Elfstedentocht twee keer moeten passeren. „Het ijs ligt er goed bij”, vindt Bergsma. „We hebben wat windwakken gezien, ook bij de brug bij Bartlehiem.” De Jong: „Er zitten wat scheuren die je soms moeilijk kunt zien doordat er sneeuw op het ijs ligt.” Bergsma: „Het ijs is voor iedereen hetzelfde. Dat hoort bij marathonschaatsen. Als je nu ziet hoe het erbij ligt, begin je er wel steeds meer rekening mee te houden.

„Ik woon in Oldeboorn, op een woonark in de vaart” vertelt Bergsma. „Daar stroomt het water, dus meestal is het bij ons het laatst dicht. Maar zelfs daar ligt al een redelijke vloer.”

Na de trainingstocht tussen Dokkum en Leeuwarden is het Elfstedentochtgevoel alleen maar sterker geworden. „Het kriebelt meer en meer”, zegt De Jong. Of er ook uitgesproken favorieten zijn, mocht het doorgaan? Bergsma: „Het is een andere wedstrijd dan alle andere. Je moet eerst heel uit het donker zien te komen. Je moet een beetje geluk hebben, een beetje kunnen klunen. Wie dat kan, zie je pas op de dag zelf.”

Als ze dan maar niet in Hamar zitten – zonder vervoer naar Friesland.

Later deze zondagavond krijgt Anema een meevaller. „We hebben overleg gehad met de KNSB”, de nationale schaatsbond, zegt hij. „Hun standpunt is hartverwarmend: alles moet wijken voor de Elfstedentocht. Dat is een fijn gevoel.”

    • Rob Schoof