'Zo'n 80 procent van de hulpverleners is in 2011 bedreigd of mishandeld'

lynn berger

De aanleiding

Vlak voor oud en nieuw lanceerde de Stichting voor Ideële Reclame de campagne ‘Handen af van onze hulpverleners.’ In radio- en tv-commercials, advertenties en posters wil SIRE geweld tegen hulpverleners aan de kaak stellen. Op de affiches staat dat ‘zo’n 80 procent van de ambulancemedewerkers, politieagenten en brandweermannen dit jaar [in 2011, red] is bedreigd of mishandeld tijdens hun werk’. Ook in het radiospotje wordt dit percentage genoemd. De tv-spotjes tonen een verpleegster die aan haar haren wordt getrokken en een ambulancemedewerker die belagers van zich af moet slaan. Lezer Marjolein Deuk tipte de redactie, omdat ze de commercial „nogal suggestief” vond – en ook lezer Jacco Broek schrijft dat de 80 procent hem „wel erg veel” lijkt.

Mogelijke interpretaties

SIRE’s voornaamste bron is ‘Agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak’ – een rapport van onderzoeksbureau DSP-groep uit 2011. Voor het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken, werden in 2007, 2009 en 2011 in totaal 9.000 werknemers met een publieke taak – ambulancepersoneel en brandweerlieden, maar ook belastinginspecteurs, onderwijzers, en gemeenteraadsleden – gevraagd of zij wel eens met ‘ongewenst gedrag’ te maken hadden gehad. DSP-groep onderscheidt daarin vijf vormen: fysieke agressie, bedreiging/intimidatie, seksuele intimidatie, verbale agressie en discriminatie. Schelden, schreeuwen, en vernederen vallen onder verbale agressie; onder fysieke agressie wordt bijvoorbeeld duwen, slaan, schoppen of spugen verstaan. Seksuele intimidatie loopt uiteen van nafluiten op straat tot aanranding en verkrachting. Bij de bepaling van ongewenst gedrag ging DSP-groep „uit van de persoonlijke beleving van het slachtoffer”.

Hoe is er gemeten?

De SIRE-campagne gaat expliciet over 2011. In dat jaar ondervroeg DSP-groep 272 ambulancemedewerkers, 325 brandweerlieden, en 561 politieagenten en concludeerde dat 79 procent van het ambulancepersoneel, 44 procent van de brandweerlieden en 73 procent procent van de politieagenten in het afgelopen jaar met ongewenst gedrag te maken had gehad. Dat komt, opgeteld, dus neer op 65,3 procent, niet 80 procent.

SIRE campagneleider Hans Peters noemt de 80 procent desgevraagd „een interpretatie”. SIRE, zo verduidelijkt hij, is „geen onderzoeksbureau, maar een initiatief vanuit de communicatiebranche.” De zestien reclame- en communicatiemensen in het bestuur van SIRE besloten in 2011 om geweld tegen hulpverleners „aan de kaak te stellen.” Die 80 procent is SIRE’s manier om „de aandacht te trekken”, aldus Peters.

Naast het DSP-rapport heeft SIRE deze interpretatie ook gebaseerd op gesprekken met werknemersverenigingen en andere vertegenwoordigers van de beroepsgroepen. „Hieruit maken wij op dat er sprake is van een stijgende trend”, zegt Peters. Volgens hem nemen agressie en geweld tegen hulpverleners „exponentieel” toe, en beginnen veel hulpverleners het zelfs al normaal te vinden: „Vaak doen hulpverleners niet eens aangifte, en ze worden nu ook getraind om bedreigende situaties te deëscaleren. Dat het zo ver heeft moeten komen, dáár zijn wij bij SIRE verontwaardigd over.”

En, klopt het?

De genoemde 80 procent klopt dus in ieder geval niet – gemiddeld had 65,3 procent van de ambulancemedewerkers, brandweerlieden en politieagenten in 2011 te maken met ‘ongewenst gedrag’. Verbale agressie is daarvan de meest voorkomende vorm, goed voor 57 procent van de slachtoffers. 20 procent kreeg met fysieke agressie te maken, 19 procent met intimidatie, 12 procent met discriminatie en 7 procent met seksuele intimidatie.

Nemen agressie en geweld dan wel „exponentieel” toe? Nee, de cijfers van 2011 zijn lager dan die van 2007 en 2009. Had in 2007 nog 66 procent van alle werknemers met een publieke taak last van agressie of geweld, in 2011 is dit gemiddelde gezakt tot 57 procent. Het aantal ambulancemedewerkers dat met agressie of geweld te maken had daalde tussen 2007 en 2011 met tien procentpunt; bij de politie, de brandweer en in ziekenhuizen bleef het aantal slachtoffers van geweld en agressie ongeveer gelijk.

Van de „stijgende lijn” die SIRE meent te ontwaren, is in het DSP-rapport dus geen sprake, en omdat dit de eerste keer is dat zo’n onderzoek is uitgevoerd, bestaan er over eerdere jaren geen cijfers. Het zou goed kunnen dat ongewenst gedrag tegen hulpverleners wel is gestegen in vergelijking met 2000 of 1990, maar dit is niet objectief vast te stellen.

Conclusie

SIRE geeft zelf toe dat de 80 procent eigenlijk gewoon ‘heel veel’ betekent. In werkelijkheid had in 2011 ‘slechts’ 65,3 procent van de ambulancemedewerkers, politieagenten en brandweermannen last van agressie of geweld. Uitgesplitst naar soorten agressie blijkt 20 procent met fysieke agressie te zijn geconfronteerd en 19 procent met intimidatie. Op grond hiervan beoordelen wij de stelling dat in 2011 „zo’n 80 procent van onze ambulancemedewerkers, politieagenten en brandweermannen is mishandeld of bedreigd” als onwaar.