Voor tobbend Utrecht is vijand Ajax een fijne tegenstander

‘Degradatiekandidaat’ FC Utrecht heeft problemen. De zege op Ajax verzacht de pijn, maar de clubleiding kijkt verder dan deze dagkoersen.

05-02-2012, Amsterdam. Ajax - FC Utrecht. Ajax speler Lorenzo Ebecilio, midden, in duel met FC Utrecht spelers Edouard Duplan, rechts, Frank Demouge, midden en Rodney Seijder, links. Foto Bas Czerwinski

In de relatieve stilte van een modale club beleefde FC Utrecht in 2011 een rampjaar dat zich op sommige fronten kan meten met het krankzinnige jaar van Ajax. Het drama van de dwarslaesie van verdediger Mihai Nesu, de alcoholproblemen van middenvelder Jacob Lensky, de supportersrellen na de wedstrijd tegen FC Twente, een verlies van 9,2 miljoen euro over het seizoen 2010-2011 en het vroege afscheid van trainer Erwin Koeman begin dit seizoen. „Noem het de wet van Murphy”, zegt technisch directeur Foeke Booy.

FC Utrecht-fans morren, nu de tegenspoed zich naar de prestaties op het veld heeft vertaald. Een aantal business-seathouders denkt aan afhaken, ontevreden over wat de club hen nog te bieden heeft. Stadion Galgenwaard zit nooit vol, zelfs niet tegen Ajax of PSV. Utrecht is afgegleden naar de onderste regionen in de eredivisie en benoemde zichzelf vorige week na de kansloze nederlaag tegen Heerenveen bij monde van aanvoerder Alje Schut zelfs tot degradatiekandidaat.

Maar dan is daar altijd nog Ajax om de pijn te verzachten. Eerder dit seizoen won FC Utrecht thuis in een spectaculair duel met 6-4 van de Amsterdamse rivaal. Twee doelpunten van Edouard Duplan bezorgden de club gisteren de zege tegen het door blessureleed geplaagde Ajax. Het vertrouwen in deze nieuwe stunt was overigens zo klein, dat slechts 150 fans van FC Utrecht hun ploeg gisteren in de Arena vergezelden.

Voor die supporters verbloemt een overwinning tegen Ajax voor even, als een shot morfine, de structurele problemen van de Utrechtse volksclub. Maar de clubleiding kijkt niet naar zulke dagkoersen. „Realisme is het sleutelwoord”, zegt algemeen directeur Wilco van Schaik van FC Utrecht, afgelopen zomer aangesteld om bij de noodlijdende club orde op zaken te stellen. Van Schaik: „Dus geen misverstand, het gaat niet goed met FC Utrecht. Maar ik zie wel licht aan het eind van de tunnel.”

Hij heeft geen prettige boodschap voor de supporters. FC Utrecht doet voorlopig niet mee om Europees voetbal. „Dat doet pijn. Maar dat verwachtingspatroon zit ons in de weg. We gaan niet meer hard schreeuwen dat we vijfde worden. We weten waar we heen willen, dat is een stuk realistischer dan de posities drie tot vijf.”

Van Schaik kon een incidenteel sportief succesje goed gebruiken. „We zijn de boom aan het leegschudden. En daar is aardig wat uitgekomen. De financiële puinhoop is in kaart gebracht. Ik denk dat we de bodem hebben aangeraakt.”

Van Schaik beschrijft in drie woorden hoe hij zijn beginperiode heeft beleefd. „Verrast, verbaasd, verbijsterd”, zegt de bestuurder over de situatie onder zijn voorganger Jan Willem van Dop. „Dat heeft zich inmiddels omgezet in een grote uitdaging. We moeten de club klaarmaken voor de komende jaren. Maar dat zal wel consequenties hebben.”

Van Schaik wil een cultuuromslag bewerkstelligen. Voetbal als belevenisproduct. De afdeling marketing en communicatie gaat op de schop. Ronald Jurriëns, voormalig hoofd communicatie van de gemeente Utrecht, is aangetrokken als rechterhand van Van Schaik. „ De club moet naar de mensen toe in de provincie Utrecht. We gaan met supporters in gesprek”, stelt Van Schaik die inziet dat het lastig zal zijn de cynische achterban direct van zijn plannen te overtuigen. „De angst is altijd: we moeten hier geen marketingfabriek worden. Natuurlijk gaat het om voetbal, het gaat hier om resultaat en dat vergeet ik nooit. Dat is de basis. Maar daaromheen kun je best meer beleving bieden als mensen naar het stadion komen. Meer dan alleen maar twintig minuten voor tijd naar het stadion komen, wachten op je stoeltje en dan met 2-0 verliezen. Dat je dan naar huis gaat en tegen elkaar zegt: ‘Nou, het was toch niet echt een leuke middag.’ Daarom moet ik nieuwe wegen inslaan, want op de manier zoals het ging, gaat het niet meer.”

FC Utrecht struikelde vaak over zijn eigen ambities. Pogingen om de club structureel naar de subtop van de eredivisie te leiden mislukten keer op keer. Eind vorige eeuw luidde het credo ‘Utrecht, Challenger op 4’ bijna een faillissement in. De overname door de gefortuneerde zakenman Frans van Seumeren in april 2008 heeft weliswaar kortstondig sportief succes gebracht, gezond is de club allerminst.

De grootaandeelhouder stopte meer dan dertig miljoen euro in de club, maar zag zijn geld mede door de vele afkoopsommen verdampen. Van Seumeren zag zijn vertrouwen beschaamd en nam teleurgesteld afscheid van commercieel directeur Henry Vermeulen en algemeen directeur Van Dop. Van Seumeren heeft letterlijk afstand van de club genomen. Zo heeft hij geen kantoor meer in het stadion en is de geldkraan dichtgedraaid. Hij heeft het lot in handen gelegd van Van Schaik.

Van Schaik: „Ik denk dat wat Frans heeft proberen te bereiken, hem ook is gelukt. Positie drie tot vijf wilde hij, dat is een keer bereikt. Sportief gezien dus. Alleen het bedrijf FC Utrecht is niet mee gegroeid. En als daar bloed uit loopt, gaat het ergens stokken.” Binnen drie jaar wil Van Schaik winst maken, „al is het een euro”.

FC Utrecht moest op sportief gebied ook opnieuw beginnen. Technisch-directeur Foeke Booy leefde negen maanden geleden nog in de veronderstelling dat hij mocht door bouwen met de talentvolle selectie. „De groep zou grotendeels in tact blijven en we waren op zoek naar een centrale verdediger en een rechtermiddenvelder”, stelde de oud-voetballer afgelopen vrijdag op trainingscomplex Zoudenbalch. „Maar plotseling liep het allemaal anders. Er was een enorme uittocht van spelers. De voorbereiding van dit seizoen hebben we in de prullenbak kunnen gooien. ”

De financiële situatie van FC Utrecht bleek zo desastreus dat Van Seumeren ingreep. De erg goed betaalde Michael Silberbauer vertrok net als Tim Cornelisse transfervrij. Talentvolle voetballers als Ricky van Wolfswinkel, Michel Vorm, Kevin Strootman en Dries Mertens werden verkocht. En tot overmaat van ramp vielen Nesu en Lensky ook nog eens weg. Booy mocht maar een deel van het transfergeld investeren in nieuwe spelers. Hij had zijn zinnen gezet op het ADO-drietal Timothy Derijck, Wesley Verhoek en Jens Toornstra. Maar die zagen FC Utrecht niet als een verbetering. Booy kwam uit bij de drie Zweden Alexander Gerndt, Marcus Nilsson en Johan Martensson. De meningen over hen zijn verdeeld. Booy heeft het over „aanpassingsproblemen”.

De vorige trainer Erwin Koeman zag zijn perspectief in het tijdsbestek van een paar weken totaal veranderen. Koeman voelde zich er nooit thuis en stapte op. „Ik heb daar gewerkt in een omgeving waarin je, in mijn beleving, niet tot prestaties komt”, zegt hij terugkijkend. „Ik zeg niet dat het amateuristisch is, ze zijn niet anders gewend daar. Dan moet je jezelf niet voor de gek houden.”

Zijn opvolger Jan Wouters kon het sportieve verval niet voorkomen. FC Utrecht heeft alleen nog VVV, De Graafschap en Excelsior onder zich staan. Directie noch technische staf houdt ook maar een moment rekening met een doemscenario. Van Schaik: „Als wij als FC Utrecht vijftiende staan, de supporters teleurgesteld zijn en financieel moeten herstructureren dan hebben we de bodem wel bereikt.”

En als de bodem is bereikt, is Ajax voor FC Utrecht een welkome tegenstander. Dan richt FC Utrecht zich op. Volgende week thuis tegen ADO. Terug naar de realiteit.