Voor tobbend Utrecht is Ajax fijne tegenstander

2011 was een rampjaar voor FC Utrecht en de club presteert ook dit seizoen slecht. Dan verzacht een zege op Ajax de pijn.

Redacteuren Voetbal

Amsterdam/Utrecht. In de relatieve stilte van een modale club beleefde FC Utrecht in 2011 een rampjaar dat zich op sommige fronten kan meten met het krankzinnige jaar van Ajax. Het drama van de dwarslaesie van verdediger Mihai Nesu, de alcoholproblemen van middenvelder Jacob Lensky, de supportersrellen na de wedstrijd tegen FC Twente, een verlies van 9,2 miljoen euro over het seizoen 2010/2011 en het vroege afscheid van trainer Erwin Koeman begin dit seizoen. „Noem het de wet van Murphy”, zegt technisch directeur Foeke Booy.

Utrechtfans morren, nu de tegenspoed zich naar de prestaties op het veld heeft vertaald. Een aantal ‘business seat holders’ denkt aan afhaken, ontevreden over wat de club hun nog te bieden heeft. Stadion Galgenwaard zit nooit vol, zelfs niet tegen Ajax of PSV. Utrecht is afgegleden naar de onderste regionen in de eredivisie en benoemde zichzelf vorige week na de kansloze nederlaag tegen Heerenveen bij monde van aanvoerder Alje Schut zelfs tot degradatiekandidaat.

Maar dan is daar altijd nog Ajax om de pijn te verzachten. Eerder dit seizoen troefde Utrecht thuis in een spectaculair duel de Amsterdammers met 6-4 af. Gisteren brachten twee doelpunten van Edouard Duplan de afstraffing voor een wanhopig opererend stel jongelingen dat het door blessureleed geteisterde Ajax momenteel is.

Te midden van de eigen misère kon FC Utrecht zo geschiedenis schrijven door voor het tweede opeenvolgende seizoen tweemaal te winnen van Ajax. Nog nooit was dat een club in Nederland gelukt, meldde het persmapje van de thuisclub. Het vertrouwen in deze nieuwe stunt tegen Ajax was overigens zo klein dat slechts 150 fans van FC Utrecht hun ploeg in de Arena vergezelden.

Voor die supporters verbloemt een overwinning tegen Ajax voor even, als een shot morfine, de structurele problemen van de Utrechtse volksclub. Maar de clubleiding kijkt niet naar zulke dagkoersen. „Realisme is het sleutelwoord”, zegt algemeen directeur Wilco van Schaik van FC Utrecht, afgelopen zomer aangesteld om bij de noodlijdende club orde op zaken te stellen. Van Schaik: „Dus geen misverstand, het gaat niet goed met FC Utrecht. Maar ik zie wel licht aan het eind van de tunnel.”

Hij heeft geen prettige boodschap voor de supporters. Utrecht doet voorlopig niet mee om Europees voetbal. „Dat doet pijn. Maar dat verwachtingspatroon zit ons in de weg. We gaan niet meer hard schreeuwen dat we vijfde worden. We weten waar we heen willen, dat is een stuk realistischer dan de posities drie tot vijf.”

Van Schaik beschrijft in drie woorden hoe hij zijn beginperiode heeft beleefd. „Verrast, verbaasd, verbijsterd”, zegt de bestuurder over de situatie onder zijn voorganger Jan Willem van Dop. „Dat heeft zich inmiddels omgezet in een grote uitdaging. We moeten de club klaarmaken voor de komende jaren. Over vijf jaar moet FC Utrecht winst maken. Maar dat zal wel consequenties hebben.”

Zijn opmerking over ‘voetbal als belevenisproduct’ is in de stad Utrecht slecht gevallen. Van Schaik snapt dat best. „De angst is altijd: we moeten hier geen marketingfabriek worden. Natuurlijk gaat het om voetbal, het gaat hier om resultaat en dat vergeet ik nooit. Dat is de basis. Alleen, daar omheen kun je best meer beleving bieden als mensen naar het stadion komen. Meer dan alleen maar twintig minuten voor tijd naar het stadion komen, wachten op je stoeltje en dan met 2-0 verliezen. Dat je dan naar huis gaat en tegen elkaar zegt: ‘Nou, het was toch niet echt een leuke middag.’ Daarom moet ik nieuwe wegen ingaan, want op de manier zoals het ging, gaat het niet meer.”

FC Utrecht struikelde vaak over zijn eigen ambities. Pogingen om de club structureel naar de subtop van de eredivisie te leiden mislukten keer op keer. Aan het einde van de vorige eeuw luidde het credo ‘Utrecht, Challenger op 4’ bijna een faillissement in. En ook de overname door de gefortuneerde zakenman Frans van Seumeren in april 2008 heeft even kortstondig sportief succes gebracht. Maar gezond werd de club er niet door.

De grootaandeelhouder stopte meer dan dertig miljoen euro in de club. Van Schaik: „Ik denk dat wat Frans heeft proberen te bereiken, hem ook is gelukt. Positie drie tot vijf wilde hij, dat is een keer bereikt. Sportief gezien dus. Alleen het bedrijf FC Utrecht is niet mee gegroeid. En als daar bloed uit loopt, gaat het ergens stokken.” Binnen drie jaar wil Van Schaik winst maken, „al is het een euro”. Met de periodieke kapitaalinjecties van Van Seumeren moet het maar eens afgelopen zijn. „Dat heb ik ook tegen hem gezegd. Ik denk dat het wel even genoeg is geweest.”

Geldschieter Van Seumeren zag zijn vertrouwen beschaamd en nam teleurgesteld afscheid van commercieel directeur Henry Vermeulen en algemeen directeur Van Dop. FC Utrecht maakte de laatste twee jaar onder leiding van Ton du Chatinier sportief gezien flinke vorderingen. De club speelde herkenbaar voetbal en dwong na een klinkende 4-0 zege op Celtic deelname aan de groepsfase van de Europa League af. Maar Du Chatinier moest in mei vorig jaar vertrekken omdat hij de club niet naar een hoger plan zou kunnen brengen.

De financiële situatie van de club bleek echter zo desastreus dat Van Seumeren de club on hold zette. Talentvolle voetballers als Ricky van Wolfswinkel, Michel Vorm, Kevin Strootman en Dries Mertens werden verkocht. Michael Silberbauer en Tim Cornelisse vertrokken transfervrij. Technisch directeur Foeke Booy mocht van de geschrokken Van Seumeren maar een deel van het transfergeld investeren in nieuwe spelers.

Zo zag FC Utrecht binnen een paar maanden een half elftal aan spelers, een directeur en twee trainers vertrekken. Het sportieve verval kon niet uitblijven, maar een doemscenario bij degradatie heeft Van Schaik niet. „Ik zeg altijd: waar je op focust dat gebeurt”, aldus de algemeen directeur. „Als wij als Utrecht vijftiende staan dan heb je de bodem wel bereikt. Als je merkt dat de supporters teleurgesteld zijn, dan heb je de bodem wel bereikt. Als je merkt dat we financieel echt moeten herstructureren, ook daar hebben we de bodem wel bereikt.”

En als de bodem bereikt is, is Ajax voor Utrecht een welkome tegenstander. Dan richt Utrecht zich op. Volgende week wacht ADO. Terug naar de realiteit.