Vlinders houden de roze en rode floxen gescheiden

Rode en roze vlambloemen mengen in de natuur niet doordat vlinders liever bloemen van één kleur bezoeken. Daardoor vindt er minder kruisbestuiving plaats tussen plantensoorten met verschillende bloemkleuren. Biologen van Duke University hebben dat aangetoond bij vlambloemen, in de wandeling ook vaak flox genoemd. Als tuinplant zijn ze in allerlei wit-roze-rode mengvarianten te koop. De biologen beschreven hun resultaten vrijdag in het wetenschappelijke tijdschrift Science.

De vlambloemsoorten die de biologen onderzochten (Phlox drummondii en Phlox cuspidata) zijn van nature roze, maar in de gebieden waar de twee soorten samen voorkomen, zoals in Oost-Texas, bloeit drummondii donkerrood. De donkerrode kleur ontstaat door mutaties in twee genen. Een verandering in het ene kleurgen verandert de bloem van roze in rood, een mutatie in het andere gen maakt het rood dieper.

De verspreiding van deze genvarianten is merkwaardig. In gebieden waar uitsluitend drummondii-floxen groeien, hebben alle planten de roze en lichte genvarianten. Verder naar het oosten, waar ook cuspidata groeit, dragen alle drummondii-planten de rode en donkere mutaties. De combinaties ‘licht-rood’ en ‘donker-roze’ komen alleen voor in het grensgebied.

Feit is dat vrijwel alle cuspidata-drummondii-hybriden onvruchtbaar zijn. Om te achterhalen hoe de donkerder kleur zich handhaaft kweekten de onderzoekers drummondi-bloemen met de vier mogelijke combinaties van kleur- en intensiteitgenen. Daarna telden ze hoe vaak deze bloemen ‘in het wild’ door de roze cuspidata werden bevrucht. De lichtgekleurde drummondii’s ondergingen dat lot tweemaal zo vaak als de donkere bloemen.

Dat moet aan de bestuivingswijze hebben gelegen, redeneerden de biologen, want in de kas hadden ze gezien dat donkere en lichte drummondii’s allebei even goed met cuspidata-stuifmeel te bevruchten zijn.

De voornaamste bestuiver van vlambloemen is de vlinder Battus philenor, een grote page. De onderzoekers ontdekten dat een vlinder die net een donkere bloem heeft bezocht en daar nectar heeft gevonden (en onder het stuifmeel zit), daarna weer naar een donkere bloem op zoek gaat, wellicht vanwege die gunstige ervaring.