Sympathie voor de lotgenoot

Excelsior won in de vrieskou het degradatieduel met VVV, dat nu laatste staat. VVV hoopt op het vonkje dat leidt tot de ommekeer.

Redacteur Voetbal

Rotterdam. Een temperatuur van min tien, de carnavalstijd in aantocht en de hekkensluiter als tegenstander. Uitnodigend is het niet, stelt VVV-voorzitter Hai Berden, maar toch zijn zaterdagavond zo’n driehonderd supporters uit Venlo naar Rotterdam gekomen. Hun steun blijkt weinig te helpen. Als Venlo de benoeming viert van Abbie I tot eerste prins carnaval met Marokkaanse roots, verliest VVV met 3-1 van Excelsior.

„Dit is een nachtmerrie”, zegt Berden monter. Want Excelsior klimt twee plaatsen en VVV is de nieuwe nummer achttien. „We mochten hier eigenlijk niet verliezen, al weten we dat we het vooral moeten hebben van de thuisduels. Het is een lastige strijd. Ik heb het gevoel dat het niveau van de eredivisieclubs steeds dichter bij elkaar komt, zowel bovenin als onderin. We moeten hard werken en hopen op dat ene vonkje dat de ommekeer brengt.”

Zo’n vonkje kan de komst van een huurling als Bart Schenkeveld zijn. De verdediger van Feyenoord overwon een jaar van blessures en hoopt in Kralingen meer speeltijd te krijgen dan ‘op’ Zuid. Onder toeziend oog van zijn vriendengroep op de tribune maakt hij twee doelpunten en heerst hij met de houterige Leen van Steensel in de verdediging van Excelsior. Schenkeveld spreekt van „een beloning”, zijn trainer John Lammers noemt hem „een echte winnaar”.

VVV’er Bryan Linssen helpt de thuisploeg voor rust in een zetel. De middenvelder pleegt in de vrieskou uit het niets een kamikazeaanslag op Samuel Scheimann en krijgt de rode kaart. Linssen weet het zelf als hij van het sneeuwvrije kunstgras stapt: „Wat ben ik toch een stomme sukkel.” Het ervaren bikkeltje Marcel Meeuwis beseft meteen dat hem vanavond niets anders rest dan de schade te beperken. Joost Broerse, zijn evenknie op het middenveld van Excelsior, laat zich na het derde doelpunt met een gerust hart vervangen.

De leden van de businessclub drinken zich boven in Stadion Woudestein warm, beneden speelt de regionale radiozender vrolijke muziek in het koninkrijkje van de materiaalmannen. Ton Lokhoff, de oud-trainer van Excelsior die VVV in de eredivisie moet houden, spreekt degradatietaal. Weer vielen de tegentreffers uit spelhervattingen, weer miste hij gif bij zijn spelers en weer moet de selectie een nederlaag even verwerken.

Simon Kelder, algemeen directeur van Excelsior, heeft bemoedigende woorden voor Berden. De twee bestuurders kennen elkaar al jaren. Kop op, is zijn boodschap. „We moeten de stemming erin houden, want chagrijnen zal niet helpen. Niet hier en niet in Venlo. En ik zie na vanavond De Graafschap nog steeds meer als onze concurrent dan VVV.” Kelder weet wat Berden meemaakt, de situatie is ook vaak andersom geweest. „We weten hoe het voelt om twee uur terug te moeten rijden”, zegt Berden. „Daaraan raken we gewend. Als bestuurders van clubs onderin de eredivisie hebben we goed contact. We zijn bezig met hetzelfde doel, maar één club zal het niet redden. Ik zal zo Lokhoff maar een sms’je sturen als hij in de bus zit. Dit heet een koude kermis.”

De supporters uit Venlo rollen hun geel-zwarte spandoek op. De tekst ‘The patch on the front will always be bigger than the name on the back’ past zondaar Linssen, die een spreekverbod krijgt opgelegd. De Excelsior-aanhang op de Robin van Persie Tribune wenst de bezoekers volgend seizoen een reis naar de Rotterdamse eerstedivisieclub Sparta toe. „Die mensen zijn de verliezers”, zegt Lammers. „Een wedstrijd met deze belangen verdiende een uitverkocht stadion.”