Pikante zedenschets met licht erotische toets

Topactrices Anne-Wil Blankers en Anneke Blok beconcurreren elkaar in ‘Jaloezie’ om de liefde van één man. Blankers transformeert meesterlijk tot geheime gluurster.

Alphen a/d Rijn, 19-01-2012. Beeld uit de voorstelling "Jaloezie" van Esther Vilar, met Anne-Wil Blankers, Anneke Blok en Hanah Hoekstra. Regie Mette Bouhuijs. Foto: Leo van Velzen.

Theater: Jaloezie van Esther Vilar door Stichting (Inter)nationale Producties. Gezien: 5/2 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Tournee t/m 30/5. Inl: www.jaloezie.info ***

Drie vrouwen houden van dezelfde man, Arthur. Ze roemen zijn brede schouders, zijn erotische verrichtingen. Hij kan zich koesteren in hun adoratie. Ondanks zijn overspeligheid treft hem geen enkele blaam.

In de relatiekomedie Jaloezie (Eifersucht) door de van oorsprong Argentijnse schrijfster Esther Vilar is deze Arthur de grote afwezige. Hij bestaat dankzij de woorden van de drie vrouwen, vertolkt door actrices Anne-Wil Blankers, Anneke Blok en Hannah Hoekstra. Jaloezie is een scherpzinnig geschreven en geregisseerde variatie op de liefde. Huwelijkse trouw en verraad, passie en hunkering, angst voor eenzaamheid en vooral jaloezie jagen de drie vrouwen op tot een verbeten onderlinge strijd.

In het decor, ontworpen door Paul Gallis, overheerst een meterslange, felrode bank. Tegen de achterzijde heeft lichtmagiër Reinier Tweebeeke een schitterend schouwspel van oplichtende en weer vervagende kleurvlakken gecreëerd. Jaloezie is geschreven in e-mails die de vrouwen elkaar sturen. Een zeldzame, theatraal uitdagende vorm, die door regisseur Mette Bouhuijs moeiteloos tot drama wordt getransformeerd.

De openingsscène heeft de kracht van een explosie: Anneke Blok als Yana, een vrouw van in de veertig, richt een verzoek aan Anne-Wil Blankers als de zestigjarige Helen, echtgenote van de man. Het verzoek klinkt eenvoudig, maar dat is het geenszins: de gehuwde Helen moet haar man afstaan aan de jongere Yana. Anneke Blok vertolkt de wanhopig verliefde vrouw met een treffende mengeling van redeloosheid en blinde liefde. Haar hese stem slaat over als ze spreekt over het „massagraf van eenzame vrouwen” en „het leger van vrouwen die zijn afgewezen”. Haar liefde komt voort uit wanhoop. Angst voor eenzaamheid overheerst diepere gevoelens van genegenheid.

De actrices kijken elkaar geen seconde aan. Ze spelen rechtstreeks op de zaal. Anne-Wil Blankers incasseert op soevereine wijze de aanvallen van Blok. Dan neemt het stuk plotseling een bizarre wending: de getrouwde vrouw mag vanuit een gluurhokje aan de achterzijde van het flatgebouw het liefdesspel van haar man en zijn minnares gadeslaan. Al is jaloezie een alles verterende emotie, Helen raakt eraan verslaafd. Haar liefdesleven kantelt: van getrouwde vrouw verandert ze in geheime gluurster. Met superieure, ijzige koelheid rept Blankers over haar nieuwe verslaving.

Hoe sterk deze wending ook is, voor het overige is het toneelstuk van Vilar te schematisch opgebouwd. Het is bijvoorbeeld al te voorspelbaar dat een jonge bloem van nauwelijks twintig óók nog eens de zestigjarige Arthur strikt. Ze heet Iris, gespeeld door Hannah Hoekstra. Het spiegeleffect is compleet, zeker als blijkt dat de man uiteindelijk terugkeert bij zijn vrouw, Helen. Dat Iris een zelfmoordpoging doet, is ongeloofwaardig. Dat ligt niet aan Hoekstra, die de rol van Iris zuiver speelt. Maar haar karakter krijgt nauwelijks contour en is te schetsmatig neergezet.

Jaloezie past in de traditie van de aloude Haagse Comedie. Het is een pikante zedenkomedie met treffende oneliners en licht-erotische toetsen, die associaties oproept met de toneelstukken van Marivaux en Ayckbourn. Opvallend is dat het gedrag van de man aan geen enkele twijfel onderhevig is; hij volgt „eenvoudigweg zijn instincten”, zoals Blok het formuleert.

En dat betekent: de man is een jager, altijd op zoek naar een steeds jonger prooidier. Verrassend is die visie niet. Aan het slot neemt Anne-Wil Blankers op symbolische wijze plaats in het midden van de bank, dat is haar goed recht als echtgenote. Arthur heeft ze teruggewonnen, maar ondanks haar triomf moet ze verder leven met één ontbering: er is geen reden meer tot jaloezie. Ze was aan deze ontwrichtende emotie verslingerd geraakt. Dat is de mooiste ontwikkeling in dit stuk. Jaloezie evolueert van angst tot begeerte.