Mierenmassapsychologie

Ook in het fraaie zwieren van zwermen vogels zit massapsychologie, zegt Jaap van Ginneken (1943). En daar valt van te leren. De massapsycholoog en oud-docent aan onder meer de Universiteit van Amsterdam is de auteur van tientallen boeken, waaronder De kracht van de zwerm uit 2009.

Hoe gaat massapsychologie in zijn werk?

„Ik ben van de generatie die leerde: ‘meten is weten, weten is voorspellen en voorspellen is beheersen’. En dat is bij massapsychologie nou typisch niet het geval. Onmeetbaar kleine details kunnen onmeetbaar grote gevolgen hebben. Een kleine onenigheid in Den Haag kan tot de val van het kabinet leiden, wat weer tot gevolg zou kunnen hebben dat pakweg Portugal uit de euro stapt, wat dan weer…

„Of neem rages. Voorspellen welk product populair gaat worden, dat kan niet. En als vijf Marokkaanse studenten zichzelf in brand steken omdat dat in Tunesië een revolutie veroorzaakte, dan wil dat niet zeggen dat het weer gebeurt.”

Er is een geheimzinnige factor?

„Ja: dat wat we saillantie noemen. Er is een woord, een beeld, een incident, een personage dat blijft hangen tussen de oren van mensen of aan hun ogen. Dan begint het. Je noemt iets Frankenfood [voor genetisch gemodificeerd voedsel, red.] en dat gaat dan een eigen leven leiden. Er ontstaan nieuwe patronen. Er zijn kritische drempels waar je overheen moet. De dingen komen wel uit elkaar voort, maar daarmee kun je ze nog niet tot elkaar reduceren. Er is een gelaagdheid die je moet begrijpen.”

Draait het om een sneeuwbaleffect?

„Het gaat vaak met een soort fase-overgangen. Zoals je van gas naar water en ijs kunt gaan, zie je in het sociale systeem overgangen van hypo naar hyper: ineens is er grote opwinding over iets en gaat het hele systeem anders werken. De pleuris breekt uit, terwijl niemand daar op had gerekend. Een mediahype, een scare.”

En zwermen?

„Wat er bij een zwerm gebeurt, is de massapsychologie van dieren. Van de lagere diersoorten kunnen we heel wat leren.

Als je de evolutionaire ladder afgaat kom je bij het apenrotsmodel en het kuddegedragmodel. En de spreeuwenzwerm laat zien wat tegenwoordig ‘wisdom of the crowds’ heet: gespreide wijsheid. Een groot aantal individuen die beperkte hersenen hebben, maar elk met hun kleine beslissingen toch perfect naar de andere kant van de wereld kunnen vliegen.

„Organisaties kunnen daarvan leren: je hebt meestal maar 33 mensen nodig om er 1.000 mee te krijgen. Daal je nog verder af dan kom je bij het mierennest. Daar krijgen ze dingen voor elkaar via trial and error, en serendipiteit – toevallige vondsten. Vindt een mier ergens een voedselbron, dan zit binnen een paar minuten het hele mierennest daar. Dat laat je zien dat er vaak voor vernieuwing veel te veel van bovenaf ingegrepen wordt door directies, die zo geen gebruik maken van al het zinvols dat op de werkvloer ontstaat.”

Woensdag 8 februari spreekt dr. Jaap van Ginneken over ‘De zwerm’. 20.00 uur. Aula Academiegebouw, Domplein, Utrecht. Toegang: gratis.

    • Liesbeth Koenen