Massale ontslagen zijn aan de orde van de dag

Cijfers over de wereldeconomie zijn er dagelijks. Het verhaal daar achter vertellen onze correspondenten, elke maandag vanuit een ander land.

Televisiekijkers in België hebben de beelden de afgelopen jaren al vaak gezien: boze of treurige werknemers bij de slagboom van hun bedrijf, nadat net bekend is geworden dat er massaal ontslagen gaan vallen. Meestal zijn er ook meteen blokkades en stakingen, vakbondsactivisten stoken vuurtjes en drinken bier.

Eind vorige week, toen de Belgische fabrikant van zaagdraad Bekaert het ontslag van zeshonderd werknemers aankondigde, stonden de wanhopige werknemers er ook weer. Vooral veertigers en vijftigers – die vaak hun hele leven bij Bekaert hadden gewerkt en niet dachten dat ze nog een andere baan zouden vinden. „Zo gaat het in deze maatschappij”, zei een van hen. „Hopelijk komt er nog iets uit de bus”, zei een ander. Hij bedoelde: een goed sociaal plan.

Het was anders dan anders. Nergens was een vuurtje, niemand nam voor de camera een biertje, niemand sprak dreigende taal. En de volgende dag ging iedereen gewoon aan het werk.

Er was ook opvallend veel begrip voor de beslissing van het bedrijf. Bekaert maakt zaagdraad voor de productie van zonnepanelen en de markt voor zonnepanelen is ingestort. In de Chinese vestiging van Bekaert vallen zelfs meer ontslagen dan in België: 1.250. Met de hoge loonkosten in België, zei het bedrijf, had het dus niks te maken.

Nu had de ceo van Bekaert, Bert De Graeve, daar eerder nog wel stevig over geklaagd – net als veel andere ondernemers in België. De Vlaamse werkgeversorganisatie VOKA kwam vorige week nog in een persbericht met nieuwe voorstellen om werkgevers te ontlasten. Aanleiding was het nieuws dat België nu officieel in een recessie zit na twee kwartalen waarin de economie licht kromp: 0,1 procent in het derde kwartaal van 2011, 0,2 procent in het vierde kwartaal.

De recessie raakt België hard. Misschien komt het ook daardoor dat de werknemers van Bekaert zo gelaten reageerden: het ene na het andere bedrijf kondigde de afgelopen weken een reorganisatie aan, met forse ontslagen. Het telecombedrijf Alcatal-Lucent wil in Antwerpen verder met 185 arbeidsplaatsen minder, bij Nokia-Siemens verdwijnen 127 banen, de Vlaamse vestiging van het verpakkingsbedrijf Crown Cork gaat dicht (322 banen), batterijenfabrikant Duracell laat in Aarschot de komende twee jaar 296 banen verdwijnen. Nooit eerder werden er in januari zoveel Belgische bedrijven failliet verklaard als dit jaar: 820.

België maakte al heel wat massa-ontslagen mee: in de auto- en metaal industrie, bij de ondergang van luchtvaartmaatschappij Sabena. Voor heel wat ontslagen werknemers heette de oplossing ‘brugpensioen’, een vervroegd pensioen dat in een sociaal plan soms héél vroeg kon ingaan (begin 50). De nieuwe regering heeft die naam veranderd in ‘werkloosheid met bedrijfstoeslag’. Dat klinkt minder ontspannen: bij ‘pensioen’ is je werkzame leven voorbij. Dat wordt anders: een werkloze met bedrijfstoeslag moet beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt.

De vakbonden zijn daar boos over. En dat er vorige week terughoudend werd gereageerd op de reorganisatie bij Bekaert betekent niet dat Belgische werknemers zich neerleggen bij een nieuwe werkelijkheid: ze staakten al twee keer massaal, omdat de regering-Di Rupo wil dat ze pas bij 62 jaar met vervroegd pensioen gaan en niet meer op hun zestigste. In Wallonië, waar de socialisten de grootste partij zijn, werd enthousiaster gestaakt dan in het wat rechtsere Vlaanderen.

Een Vlaamse muzikant, altijd aan het werk en geen uitzicht op een mooie regeling als Vlaanderen op een dag de subsidies afschaft, zei hoe boos hij was om een socialistische vakbondsman die hij op tv had gezien. „Hij had zijn armen over elkaar, boven op zijn dikke buik, en vertelde dat hij fier was, omdat hij al een jaar van zijn leven had gestaakt. Zo iemand moeten we naar Bangladesh sturen.”

Petra de Koning

    • Petra de Koning