Ketting eert het verleden

ZaterdagMatinee.Werken van o.a. Ketting. Terughoren: ntr.nl/zaterdagmatinee of Ned. 2: 4/3, 13 uur. Ketting ****/Rachmaninov **

Otto Ketting (76), die in 1959 zijn Eerste symfonie nog in twaalftoonstechniek schreef, vindt inmiddels Mahler onontkoombaar in ons land. In zijn Derde symfonie (1990) en Vierde symfonie (2007) klonken dan ook citaten uit en verwijzingen naar Mahler. Ook in de Zesde symfonie, die zijn wereldpremière beleefde in de ZaterdagMatinee, was veel mahleriaans te traceren. De etherische sfeer van de Negende en Tiende symfonie, de treurmars aan het begin van het tweede deel, de elegische passages in het derde deel.

De vier delen van de drie kwartier durende Zesde symfonie (‘misschien wel zijn laatste’, volgens de Matinee) contrasteren nauwelijks. Alles klinkt in gematigde tempi fraai georkestreerd, aansprekend en welluidend. Opvallend is Kettings vormbesef, waarmee hij de muzikale inhoud verdeelt over het geheel.

De contrasten bevinden zich binnen de delen, die met hun onderhoudende afwisseling een soort mini-symfonietjes vormen. Het eerste deel begint en eindigt met koperfanfares en tussendoor is er ook nog minimal music. In het tweede deel hoort men wat Kurt Weill. Het slotdeel, eindigend met bezwerend koper, put uit de Boléro van Ravel. Wat was nu typisch Ketting? Dat hij, geheel in de tijdgeest, met genoegen terugkijkt op het verleden en daaraan eer bewijst. Daarvoor kreeg de opvallend fit ogende componist veel publieke bijval.

Het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van de vaste gastdirigent James Gaffigan begeleidde daarna de Russische klavierleeuw Denis Matsuev in het berucht moeilijke Derde pianoconcert van Rachmaninov. Matsuev speelde de noten moeiteloos en luid met vaak intimiderend grotesk krachtsvertoon. Orkest en solist opereerden goeddeels gescheiden. Waar bleef de meeslepende romantische pathetiek, de mateloze melancholie?

De toegift, Liadovs Speeldoosje, was een verademing.

    • Kasper Jansen