Kansloos bandje

Historisch, was de inschattingsfout van platenbaas Dick Rowe. Op 6 februari 1962, vandaag 50 jaar geleden, weigerde hij The Beatles een contract. Gitaarbands zijn uit, zei hij.

Decca Records producer and A&R man Dick Rowe (1921 - 1986), circa 1965. Behind him is a diplsy of Decca albums by Lulu, The Bachelors and others. (Photo by Keystone/Hulton Archive/Getty Images)

Dick Rowe is het stempel nooit meer kwijtgeraakt. Tot aan zijn dood bleef hij de man die de Beatles niet contracteerde. De ‘artists and repertoire manager’ van de Britse platenmaatschappij Decca zag niets in de band. En toen hij dat op 6 februari 1962 ook zei tegen Beatles-manager Brian Epstein, voegde hij er zelfs aan toe dat gitaargroepen hun beste tijd hadden gehad. „Guitar groups are on the way out” – zo is zijn uitspraak de geschiedenis in gegaan.

In werkelijkheid zou Rowe zijn oordeel met iets meer omhaal van woorden hebben meegedeeld: „Ik zal er niet omheen draaien, meneer Epstein, we zijn niet dol op de sound van uw jongens. Groepen zijn uit; vooral viermansgroepen met gitaren zijn voorbij. De jongens zijn kansloos, meneer Epstein. Wij weten die dingen”.

Een half jaar later stonden John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en de toenmalige drummer Pete Best onder contract bij Decca’s grootste concurrent, de platenmaatschappij EMI. Hun eerste hitje, Love me do, stamt uit het najaar van 1962. Wat volgde, leverde een fortuin op. Nog elk jaar verdient EMI vele miljoenen aan de Beatles.

De man die dat allemaal aan zich voorbij zag gaan, had vanaf de jaren 50 al heel wat hits geproduceerd, met nu goeddeels vergeten zangers als Jimmy Young, Dickie Valentine en Billy Fury. Dick Rowe wist wat hij deed en had een neus voor commercie, schreef ex-popmanager Simon Napier-Bell in zijn boek Black Vinyl White Powder: „Rowes interesse ging niet in de eerste plaats uit naar de belangen van de artiest, maar naar de economische levensvatbaarheid van de muziek”. Dat hij de Beatles blijkbaar niet levensvatbaar genoeg vond voor een platencontract, wordt meestal toegeschreven aan de auditie die ze bij Decca hadden gedaan.

Manager Brian Epstein, tevens platenwinkelier te Liverpool, had al enige tijd met de Beatles geleurd. Uiteindelijk wist hij een auditie bij Decca te regelen. Maar het tijdstip was hoogst ongunstig: Nieuwjaarsdag 1962. De vorige middag waren de Beatles in een sneeuwstorm uit Liverpool naar Londen gereden. Ze kwamen zo laat in de hoofdstad aan dat ze rond middernacht nog net een paar dronken lieden een traditionele duik in de fontein van Trafalgar Square zagen nemen. Daarna zetten ze het, in het sjofele Royal Hotel, op een zuipen: cocktails van whisky, rum en cola. Katterig en brak arriveerden ze de volgende ochtend om half elf in de Decca-studio – een half uur te laat. In één uur namen ze in de kale, niet-inspirerende ruimte vijftien nummers op, die Epstein had gekozen uit het clubrepertoire van de band – twaalf bestaande nummers en drie van eigen hand. Het rammelde, het kraakte, maar allengs liep het gesmeerder. Zelf waren de vier na afloop nogal tevreden. De ruige opwinding die hen in de clubs al een vaste aanhang had opgeleverd, was uiteindelijk toch nog op de band gezet.

Wat ze niet wisten, was dat Decca die dag ook nog een tweede gitaargroepje auditie liet doen: Brian Poole and the Tremeloes. En dat Rowe zich had voorgenomen slechts één van de twee te contracteren. Rowe liet de keus over aan zijn rechterhand, Mike Smith. Volgens een recente reconstructie van het Britse popweekblad New Musical Express gaf Smith toen de doorslag. „Ze zijn allebei goed”, zei hij, „maar de ene is een lokale band, terwijl de andere uit Liverpool komt”.

Smith is intussen, net als Rowe, overleden. Maar in een later interview heeft Rowe bevestigd dat het inderdaad zo is gegaan: „We kozen voor de lokale band. Dat zou het makkelijker maken om met hen te werken en in contact te blijven.” Deze gang van zaken doet vermoeden dat de Decca-manager slechts een gelegenheidsexcuus gebruikte, toen hij ruim vijf weken na de auditie – op 6 februari – aan Epstein vertelde dat de Beatles geen contract zouden krijgen omdat gitaargroepen uit de tijd waren. Waar het echt om ging, was dat hij Liverpool te ver vond.

Brian Poole en consorten hebben vervolgens enkele grote hits gehad, waaronder Do you love me, dat in Groot-Brittannië nummer één werd. Langer dan een paar jaar heeft hun carrière echter niet geduurd.

Kort na de eerste grote Beatles-successen liep Dick Rowe in een BBC-studio George Harrison tegen het lijf. Harrison zou hem bij die gelegenheid hebben gewezen op een ander beginnend gitaargroepje: de Rolling Stones.

Vaststaat dat Rowe hen voor Decca heeft gecontracteerd. Zo slecht liep het dus niet met hem af.

Henk van Gelder