Ik neem het kind niet op schoot

Mannen in de kinderopvang, het ís een risico. Maar ze zijn ook gewenst. Kinderopvangorganisatie Estro bemoedigt hen op de mannenborrel.

Europa,Nederland, Amerfoort, 02-02-2011. Op 2 februari organiseert Estro een borrel voor mannen die werkzaam zijn in de kinderopvang. Deze middag biedt de gelegenheid om ervaringen te delen en over verschillende stellingen te spreken. Speciale gast op de borrel is Louis Tavecchio, emeritus hoogleraar Kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam. Met deze borrel onderstreept Estro het belang van mannen in deze branche, een standpunt dat wordt onderschreven door Brancheorganisatie Kinderopvang.Foto Evelyne Jacq. Evelyne Jacq

Bijna alle mannen staan aan dezelfde kant van de blauwe streep. Dat is het vak waarmee ze zeggen dat ze het eens zijn met de stelling die op een wit scherm is geprojecteerd: vrouwen gebruiken te veel taal en mimiek die jongens niet begrijpen. Een van de mannen zegt: „Vrouwen geven jongens veel te veel input, met allerlei verborgen betekenissen tussen de regels.” Een handvol mannen en maar een enkele vrouw zijn het er níét mee eens.

Op de zolderverdieping van kinderopvangorganisatie Estro in Amersfoort hebben zich deze avond ongeveer veertig mannen verzameld die bij verschillende kinderopvangbedrijven werken. Met een ‘mannenborrel’ wil het bedrijf (eigenaar van onder meer Catalpa en Uk) de mannelijke medewerkers een hart onder de riem steken. Want die moeten hun beroepskeuze sinds de Amsterdamse zedenzaak vaak verdedigen, zegt Sabine Kloos, algemeen directeur van Estro Kinderopvang. „Vooral vaders”, is haar indruk, „willen weten waaróm die mannen hun kind willen verzorgen.”

Geen mannenborrel zonder bier en bitterballen. En omdat mannen niet goed kunnen stilzitten, zegt Kloos, is een spel bedacht waarbij ze mogen bewegen. De mannen, en de enkele aanwezige vrouw, moeten reageren op stellingen door zich in het vak ‘eens’ of ‘oneens’ op te stellen.

Het fijnst vinden de aanwezigen het elkáár te zien. Sommigen zijn de enige man in hun bedrijf. Jos (27), die net als sommige collega’s niet met z’n achternaam in de krant wil: „Hier zie je dat er veel meer mannen in de kinderopvang werken. Allemaal leuke, normale mannen.”

Bedoelt hij misschien: niet alleen maar homo’s?

„Dat is wel vaak het vooroordeel”, zegt Jos. Hij draagt een houthakkersblouse, drinkt een biertje en heeft een blozend gezicht. Hij merkt dat ouders op de buitenschoolse opvang waar hij werkt omzichtig informeren naar zijn ‘thuissituatie’. „Ik heb de indruk dat ze willen weten of ik homo ben.” Dat is hij niet. Directeur Sabine Kloos vindt het „verschrikkelijk” om te horen dat „in 2012” nog steeds mensen denken dat homo’s ‘anders’ zijn.

Jos solliciteerde voor het eerst in de kinderopvang vlak nadat de Amsterdamse zedenzaak aan het licht was gekomen. Hij werd aangenomen, maar de directie organiseerde een speciale bijeenkomst waar ouders vragen aan hem mochten stellen. Sommige ouders dreigden weg te gaan. De crècheleiding beloofde die ouders dat hij niet op de groepen zou werken waar hun kind zat. Jos: „Ik vond dat natuurlijk niet leuk, maar de leiding was eerlijk tegen mij. Als die ouders hun kind van de crèche zouden halen, zou ik ook weg moeten, omdat ik dan boventallig werd. Ik was last in.”

De meeste mannen hebben alleen indirect gehoord dat ouders problemen hadden met hun aanwezigheid. Van hun leidinggevenden hoorden ze dat een kind van de crèche was gehaald omdat er een man op de groep stond. Dat gebeurde de boomlange Geert van Thull, 47 jaar en al tien jaar crècheleider. Hij was zijn onbevangenheid even kwijt na het nieuws over de zedenzaak. „Kinderen verwelkomen mij altijd wild als ik binnenkom. De ochtend nadat het nieuws over Robert M. bekend was geworden, stormde een meisje op me af. Ik twijfelde even of ik haar op zou pakken, en tegen me aan zou drukken. En ik dacht ook dat ouders raar naar me keken, maar misschien zat dat in mijn eigen hoofd.”

Estro wil graag dat ten minste 25 procent van de medewerkers man is. Nu ligt dat percentage landelijk op 1 procent in de crèches en op 4 procent in de buitenschoolse opvang.

Dat meer mannen zorgen voor een betere ontwikkeling van kinderen, staat niet vast. Estro sponsort een promovenda, Marleen van Polanen, die het effect gaat proberen te meten. „We dénken allemaal dat het goed is voor kinderen, maar dat is nooit wetenschappelijk vastgesteld”, zegt ze. In haar presentatie noemt ze het „ontzettend gaaf” dat de aanwezige mannen in de kinderopvang werken. „Hou vol!”

De mannen joelen en klappen.

Ook crèchemedewerker Dennis die zegt dat hij het „zat” is om zich steeds te verdedigen, krijgt luidruchtig bijval.

Als uit het onderzoek straks blijkt dat het niet uitmaakt of mannen meezorgen, zegt Sabine Kloos, zal het bedrijf toch blijven streven naar meer mannen. „Alleen al voor de groepsdynamiek is een goeie mix belangrijk. Als een vrouw in een team zich te vaak ziek meldt, gaan vrouwen roddelen, terwijl mannen tegen die vrouw zeggen dat ze daar last van hebben.”

Estro ontwikkelt ook een training, die vrouwen mannelijke vaardigheden aan moet leren. „Niet om manwijven van ze te maken” zegt Marleen van Polanen, „maar om te zorgen dat ze jongetjes niet beperken” door steeds op gevaar te wijzen.

Paul (25) werkt op de naschoolse opvang met kinderen vanaf vier jaar en is terughoudend met fysiek contact, vertelt hij tijdens de borrel. „Ik neem de kinderen niet op schoot.” Heel even werkte hij op een kinderdagverblijf met de allerkleinste kinderen, tussen nul en vier. Daar vroeg hij de vrouwelijke medewerksters de kindjes te verschonen. „Ik voelde me daar niet prettig bij. Het zijn voor mij toch vreemde kinderen en ik vind dat wel heel intiem.”

Naast hem staat coördinator Rex. „Je moet situaties die twijfel kunnen oproepen, vermijden.”

Geert van Thull is juist erg voor „zinloos knuffelen”. Na de de eerste schok van de zedenzaak doet hij dat weer volop. „Ik ben nou eenmaal erg fysiek.”

Borre Sluijp is vader van twee kinderen, en werkte in een tbs-kliniek voordat hij werd aangenomen als pedagogisch medewerker op een buitenschoolse opvang. In de tbs-kliniek leerde hij dat Robert M. niet zo uniek was als wel wordt gesuggereerd. „Pedoseksuelen zoeken soms heel bewust naar werk met de allerjongste kinderen omdat die niet kunnen praten.”

Hij vindt dat op de borrel niet benoemd wordt wat iedereen weet. „De groep mensen die hier vandaag is, wil heel graag dat mannen in de kinderopvang werken, maar het ís een risico. Zelfs ik zal even moeten slikken als ik straks mijn dochter, ze is nu twee maanden, zou moeten overdragen aan een man.”

Overigens, zegt Sluijp, vindt het meeste misbruik achter de voordeur plaats, door ouders en andere familieleden. „Statistisch gezien verklein je de kans op misbruik als je mannen volledig uit de branche weert. Maar vanuit pedagogisch perspectief is dat natuurlijk helemaal verkeerd.”