Het kriebelt, meer en meer

Het is de vraag die alle schaatsliefhebbers bezighoudt: komt er een Elfstedentocht? Topschaatsers Bob de Jong en Jorrit Bergsma verkenden alvast het parcours.

Bartlehiem. Op de Oudkerkstervaart, op een steenworp afstand van het bruggetje bij Bartlehiem, wordt hij plotseling herkend. Een recreant schaatst op Bob de Jong af en geeft hem spontaan een hand. „En? Ga je ’m rijden?”, luidt de vraag. „Tuurlijk ga ik ’m rijden”, lacht De Jong. En hij zet aan voor het laatste stukje naar de Bonkevaart in Leeuwarden, ploeggenoot Jorrit Bergsma in zijn kielzog.

Een schurende wind blaast over het laatste stukje van het parcours van de Elfstedentocht. Eigenlijk moesten de twee rijders van de BAM-ploeg trainen voor de wereldbekerwedstrijden in Hamar, komend weekend. „Maar het begint te kriebelen”, zegt De Jong (35), schaatsliefhebber pur sang.

Geef hem eens ongelijk, op de dag dat uitlekt dat de rayonhoofden voor het eerst in vijftien jaar bijeenkomen. Dezer dagen daalt het kwik in de Friese nachten tot 12 graden onder nul. Op zondagmiddag, bij Rijperkerk, lopen recreanten met noren onder de arm door het weiland naar een meertje, waar zich een uitnodigende, zwarte ijsvloer heeft gevormd. Een vrouw op kunstschaatsen, de handen aan de kinderwagen, duwt haar slapende tweeling over het ijs. Onder het waterige middagzonnetje doet de koek-en-zopie voortreffelijke zaken. Even verderop staan de auto’s schots en scheef geparkeerd in de berm langs de Bonkevaart, finishplaats van de Tocht der Tochten.

Ook De Jong en Bergsma hadden hier hun schaatsen onder gebonden, onder de achterklep van het busje van ploegleider Jillert Anema. Gezicht ingesmeerd met vaseline, extra colletje om de nek tegen de wind. Hamar is ineens heel ver weg. ‘Hamar’ was ook de reden dat ze gisteren ontbraken op de Oostenrijkse Weissensee, waar de Alternatieve Elfstedentocht werd verreden. „We bereiden ons voor op de wereldbeker”, zegt De Jong. „Er is maar één wedstrijd die daar bovenuit steekt: de Elfstedentocht – de echte.”

Anema’s telefoon gaat. Die luistert even, wendt zich dan tot De Jong en Bergsma. „Of we woensdag al naar Hamar moeten vliegen?”, overlegt Anema. „Dat is waarschijnlijk aan de vroege kant.”

Hij weet dan nog niet dat het NK marathon op natuurijs woensdag in Emmen wordt verreden. Maar ook daar zullen ze bij zijn. De Elfstedentocht komt simpelweg te dichtbij.

Dat geldt ook voor Bergsma (26), die Friese marathonspecialist die dit seizoen op de baan ineens Sven Kramer de baas was op de 10 kilometer. Bergsma heeft geen bewuste herinneringen aan de laatste Elfstedentocht, van 1997. Toch weet hij niet beter: als hij komt, laat je alles schieten. Al was het de olympische tien kilometer.

Zijn coach Anema ontsteekt in woede als die hypothetische keuze een ‘dilemma’ wordt genoemd. „Compleet belachelijk, onnozel gelul”, roept hij. „Dat opgedirkte van die lui van de Olympische Spelen – het kan niet eens in de schaduw staan van het pure en het echte van de Elfstedentocht. De ISU moet al die jongens die over twee weken in Moskou het WK allround moeten rijden uitnodigen voor de Elfstedentocht. Johann Olav Koss deed het, en Tommy Gustavson. Zij beschrijven de Elfstedentocht allemaal als hun rijkste levenservaring, rijker dan een olympische gouden medaille.”

Bob de Jong – olympisch kampioen op de tien kilometer in 2006 – kucht even, maar roept zijn ploegleider niet tot de orde. Hij was nog lid van de kernploeg van Henk Gemser, tijdens de laatste Elfstedentocht. „Wij zaten op trainingskamp in Inzell en mochten niet terug van meneer Gemser”, zegt De Jong. „Henk ging een dag van tevoren terug, wij moesten gewoon blijven. Je had toen een paar mensen met een mobiele telefoon, zo konden we het een beetje volgen.” De ironie wil dat De Jong vijftien jaar – en een uiterst succesvolle carrière – later een coach heeft die hem zou verbieden de Elfstedentocht te missen. Anema: „Uiteindelijk doen we het allemaal voor die ene wedstrijd.”

De Jong was jarenlang langebaanschaatser, totdat hij vorig seizoen bij Anema’s BAM-schaatsteam aanhaakte, een stal met marathonkerels als Bergsma, Arjen Stroetinga en Bob de Vries. Vorig jaar verkende hij een deel van het Elfstedenparcours. Bij Workum zakte De Jong door het ijs, in navolging van zijn ploegmaat De Vries. „Door het ijs bij een reddingspoging”, glimlacht hij. „Maar daarna is mijn hart wel gaan kloppen voor de Elfstedentocht.”

Zwijgend ploeteren ze samen voort over het ijs. De schemering valt in. In de verte ligt het wereldberoemde bruggetje van Bartlehiem. „Het ijs ligt er goed bij”, vindt Bergsma. „We hebben wat windwakken gezien, ook bij de brug bij Bartlehiem.” De Jong: „Er zitten wat scheuren die je soms moeilijk kunt zien doordat er sneeuw op het ijs ligt.” Bergsma: „Dat hoort bij marathonschaatsen. Het ijs is voor iedereen hetzelfde. Maar als je ziet hoe het erbij ligt, begin je er wel steeds meer rekening mee te houden. Ik woon in Oldeboorn, op een woonark in de vaart. Daar stroomt het water, dus meestal is het bij ons het laatst dicht. Maar zelfs daar ligt al een redelijke vloer.”

Na de trainingstocht tussen Dokkum en Leeuwarden is het gevoel alleen maar sterker geworden. „Het kriebelt meer en meer”, zegt De Jong. Of er ook uitgesproken favorieten zijn, mocht het doorgaan? „Het is een andere wedstrijd”, zegt Bergsma. „Je moet eerst heel uit het donker zien te komen. Je moet een beetje geluk hebben, een beetje kunnen klunen. Wie dat kan zie je pas op de dag zelf.”

Als ze maar niet in Hamar zitten – zonder vervoer naar Friesland. Later op de avond krijgt Anema een meevaller. „We hebben overleg gehad met de KNSB”, zegt Anema. „Hun standpunt is hartverwarmend: alles moet wijken voor de Elfstedentocht. Dat is een fijn gevoel.”

    • Rob Schoof