Hard denderendoor het buitenland

Buitenlands nieuws op tv is steeds minder hot. Bleef een verslaggever vroeger drie weken in een rampgebied, nu moet hij in 24 uur een reportage hebben gemaakt.

Brandpunt 1990: presentatoren Fons de Poel en Ton Verlind. Foto Dijkstra

De gloriejaren zijn voorbij. Het onlangs verschenen boek De Vluchteling over cameraman Lajos Kalános ademt deze gedachte. In de jaren zeventig en tachtig leek het budget voor televisiereportages in het buitenland onuitputtelijk. Verslaggevers van actualiteitenrubrieken konden weken van huis blijven met een team van camera- en geluidsmensen, op zoek naar het verhaal.

„De brand bij de Makro in Duiven kon ons worden gestolen”, schrijft Fons de Poel, die een bijdrage aan het boek leverde. Hij begon in 1982 bij Brandpunt, waar hij nu weer presentator is. „In de jaren negentig hoorden we over AIDS. Dus gingen we naar Zambia. We trokken drie weken door de binnenlanden en zagen wanhopige geneesheren die de bevolking insmeerden met geneeskrachtige modder”, zegt hij.

Door de opkomst van internet, de enorme uitbreiding van het aantal tv-kanalen en verschuivende belangstelling bij het Nederlandse publiek is de buitenlandverslaggeving op televisie veranderd. Achtergrond maakt vaker plaats voor hard nieuws. Toch is een jammerklacht niet op zijn plek, menen buitenlandverslaggevers van nu.

„Ik ken de verhalen van weemoed”, zegt Jan Eikelboom, buitenlandverslaggever voor Nieuwsuur. „Een dartpijltje gooien op de wereldkaart en gaan. Drie dagen acclimatiseren voor je aan de slag ging.” Maar tijden veranderen. Anderhalve week geleden was hij nog in Syrië: „Ik kwam om vier uur ’s nachts aan. De volgende avond had ik een reportage gemaakt en zat ik in de uitzending.” Erg vindt hij dit niet. Een paar uur na een ramp is het nieuws nog overal. Als je na twee weken met een reportage uit het rampgebied komt, zit er niemand meer op te wachten.

Het vak is sneller geworden: internet- en satellietverbindingen zorgen ervoor dat materiaal direct op de redactie is. Monteren gaat in twee uur, in plaats van in een dag. Ook de inhoud van een reportage is veranderd, zegt De Poel: „Ik let veel meer op de verhaallijn. We volgen de wetten van de filmwereld.” Ook Eikelboom wijst op inhoudelijke veranderingen: „Ik heb wel eens zo’n reportage uit de jaren tachtig teruggezien. Traag!”

Drie actualiteitenrubrieken besteden op dit moment aandacht aan het buitenland (zie inzet). Een uitzending vullen met alleen buitenlandonderwerpen, zoals vroeger wel gebeurde, is ondenkbaar geworden. Bovendien zijn de rubrieken naar de rand van de avond verschoven. Na het Journaal komt nu eerst amusement. Door de komst van de commerciële zenders, begin jaren negentig, zijn kijkcijfers een grotere rol gaan spelen in het televisielandschap. „We moeten eerlijk zijn”, zegt Jan Tromp, die eind jaren zeventig bij actualiteitenrubriek Achter het Nieuws begon. „Televisie was bijna monolithisch. Je had Nederland 1 en Nederland 2. Dat was het.” Door nauwkeuriger weergave van de kijkcijfers wordt elk programma tot op de seconde geanalyseerd. „Zodra Pauw & Witteman iets laten zien over Griekenland, of, nog erger, Syrië, zappen mensen weg.” Tromp verwijt de zendercoördinatie zich te veel van de kijkcijfers aan te trekken: „Als publieke omroep moet je je informerende taak voorop stellen. Je moet niet willen concurreren met amusement op commerciële zenders.”

Carel Kuyl, hoofdredacteur van Nieuwsuur, ziet geen enkele reden tot somberheid. „We doen meer aan buitenland dan vroeger.” Het publieke omroepbestel speelt daarin volgens hem een belangrijke rol: „Het is een illusie dat een commerciële zender Nieuwsuur zou kunnen uitzenden. Kijk maar naar de Verenigde Staten, van het nieuwsaanbod daar word je niet vrolijk. Je kunt het niet aan de markt overlaten.”

Het grote dieptepunt in de buitenlandverslaggeving was acht jaar geleden, zegt Wouter Kurpershoek, nu presentator bij Brandpunt. „Stond ik zelf met een camera op mijn schouder reportages te maken. Je mocht trots zijn als je überhaupt een verhaal had kunnen afleveren.” Dat is voorbij, maar terug bij de gloriejaren zijn we ook niet.”

Als er nu voor een buitenlandreportage wordt gekozen, gaan er meestal twee man: verslaggever en cameraman. De Poel ging onlangs naar Argentinië om een reportage te maken over Jorge Zorreguieta. Het verschil met het rondtrekken in de binnenlanden van Zambia was enorm. Hij moest ‘denderen, denderen, denderen’: na veertien uur vliegen binnen tien minuten al iemand staan interviewen. „Het lukt, maar je moet heel scherp zijn.”

Kurpershoek: „De eerste verhalen zijn goed, maar bij het vijfde verhaal ben je eigenlijk te moe.” Hij pleit voor meer samenwerking tussen Nederlandse programma’s. Als het Journaal en een actualiteitenrubriek allebei in Libië zitten, zouden ze logistieke zaken samen kunnen regelen. Het zou veel geld kunnen schelen, maar volgens Kurpershoek gebeurt dit nu nog te weinig.

Actualiteitenrubrieken zijn dichter op het nieuws gaan zitten. 2011 was gunstig voor de buitenlandverslaggeving: uit het Midden-Oosten alleen al kwam op een gegeven moment bijna dagelijks groot nieuws. Dus werd er geld vrijgemaakt om op reportage te gaan.

Maar de achtergrond die verder van het nieuws ligt, lijdt. Kurpershoek is blij dat hij nog achtergrondreportages kan maken, zoals afgelopen september, toen hij in Californië de goudkoorts versloeg. Het gaat tegen de heersende tendens op tv in.

De interesse van het Nederlandse publiek is volgens De Poel verschoven naar binnenland. Als er minder grote nieuwsgebeurtenissen in het buitenland plaatsvinden, zijn er vooral binnenlandreportages. Hij hekelt deze ‘navelstaarderij’. Maar volgens Kurpershoek is Nederland ook „veel interessanter geworden de afgelopen tien à vijftien jaar”. Dertig jaar geleden vond men de politiek saai, maar de opkomst van nieuwe politieke partijen heeft volgens hem voor hernieuwde interesse in eigen land gezorgd. En wat heeft het voor zin om op achtergrondreportage te gaan naar Botswana, als niemand naar de uitzending ervan kijkt, vraagt Eikelboom zich af.

Zullen de buitenlandreportages in actualiteitenrubrieken stand houden? Het publiek wordt ouder. Twintigers en dertigers halen hun nieuws veelal elders. Kuyl probeert een jonger publiek te trekken dan de „verdiepingzoekende 50plussers” die vooral naar Nieuwsuur kijken. Met een grotere focus op sociale media en het ontwikkelen van een nieuwsuurapp hoopt hij de vergrijzing van het publiek tegen te gaan.

Hoe trek je jonge kijkers naar de actualiteitenrubrieken? Dit zal de komende jaren de grootste uitdaging worden, de verhouding tussen achtergrond en nieuws en binnen- en buitenland daargelaten. Kurpershoek: „Degene die daar het antwoord op weet, kan zo bij de omroep komen werken.”