Gesprekken met Iran kregen nooit echte kans

Trita Parsi, A Single Roll of the Dice, Obama’s diplomacy with Iran. Yale University Press,284 blz. €25,-

Nog voor Barack Obama aantrad als Amerikaans president, ja zelfs voor hij was gekozen, verkenden politieke experts, Congresleden en atoomwetenschappers die hem nastonden in Den Haag samen met Iraanse regeringsvertegenwoordigers of de bilaterale problemen misschien door praten oplosbaar waren.

Het was voorjaar 2008. President George Bush was geen centimeter opgeschoten met zijn beleid van oorlogsdreigementen en sancties om Iran te dwingen het verrijken van uranium stop te zetten. Integendeel, het was juist Iran dat een hoop vorderingen had gemaakt met zijn omstreden atoomprogramma, dat volgens Bush en diens medestanders was bedoeld om een kernwapen te ontwikkelen. Obama zou de diplomatie een kans geven.

In zijn nieuwe boek ‘A single Roll of the Dice’ legt de in Iran geboren politieke wetenschapper Trita Parsi overtuigend uit waarom Obama’s initiatief al snel verzandde. Gepraat wordt er inmiddels allang niet meer. De VS en de Europese Unie kondigen sanctie na sanctie af tegen Iran.

Parsi, die de Iraanse en Zweedse nationaliteit heeft, maar in Amerika heeft gestudeerd en er woont, heeft voor zijn boek meer dan zestig diplomaten, onderhandelaars en beleidsbepalers gesproken uit de betrokken landen. Uit de VS en Iran natuurlijk, maar ook uit Israël, Arabische en Europese landen en Brazilië en Turkije.

Obama botste direct op een muur van verzet. Van Israël allereerst, dat Iran als een existentiële bedreiging ziet en het economisch wil wurgen of desnoods aanvallen, maar zéker niet praten. Ook van belangrijke Arabische sunnitische bondgenoten als Saoedi-Arabië, dat groeiende invloed van de shi’itische mullahs in Teheran vreest. Van Europese landen, Frankrijk voorop. Verzet van het Congres, zoals te verwachten was, gezien de sterk pro-Israëlische stemming. Maar ook van adviseurs en hoge functionarissen binnen zijn eigen regering die er niet in geloofden. Iran werkte ook al niet erg mee, waarbij de verdeeldheid binnen het regime een belangrijke rol speelde. En ten slotte was er de psychologische drempel – wat Parsi de „geïnstitutionaliseerde vijandigheid” noemt, het collectieve onvermogen aan beide zijden om te breken met de patronen van het verleden.

Misschien, heel misschien had al dat verzet kunnen worden overwonnen als Obama eenduidig had ingezet op onderhandelingen met Iran en bereid was geweest voor zijn nieuwe politiek te vechten. Maar dat durfde hij niet aan. Nog vóór uiteindelijk in oktober 2009 in Genève onderhandelingen begonnen, bracht Obama gelijkgezinde landen bijeen in Washington om de weg te bereiden voor nieuwe sancties. Het overleg leidde tot niets. In feite, schrijft Parsi, werd de diplomatie bij de eerste hindernis opgegeven.

Carolien Roelants

    • Carolien Roelants