Dat is een boerka, mevrouw

In het programma Eva Jinek op Zondag was de Amsterdamse korpschef Pieter-Jaap Aalbersberg te gast. Na een tijdje kwam de vraag over het boerkaverbod voorbij: als de wet wordt ingevoerd, zullen vrouwen in boerka dan ook echt opgepakt gaan worden? Het antwoord was: een agent zal altijd de situatie ter plaatse inschatten, om vervolgens een keuze te maken – waarschuwen of beboeten. Om dit te illustreren gebruikte de korpschef een voorbeeld: als een moeder haar kinderen naar een school 200 meter verderop brengt en haar kentekenbewijs niet bij zich heeft, is dat een andere situatie dan wanneer twee mensen uit Maastricht naar Amsterdam gaan en geen papieren bij zich hebben. „Dat is het mooie van het politieapparaat,” verklaarde hij, waarmee hij bedoelde: „We zijn heus geen robotzombies met politiepetjes op, tjezus.”

De kwestie wierp toch vragen bij mij op. Want hoe beoordeel je als politieagent of een loslopende boerka eerder een waarschuwing of juist een boete verdient? Oftewel: hoe schat je in of er sprake is van een willekeurige, verwaarloosbare boerkasituatie, of van opzettelijk boerkagebruik?

Er kan alleen maar dit gebeuren:

Agent: „Sorry mevrouw, maar dat is een boerka, die u daar draagt.”

Boerkadraagster: „Ja, ik kan me voorstellen dat u daar even iets van wil zeggen, maar serieus: ik stond net voor mijn kledingkast, en echt helemaal níéts hè, echt helemaal níéts om aan te trekken. U kent het wel, een leuk jasje maar die past alleen bij die ene spijkerbroek die in de was zit, een blouse vol kreukels, en verder alleen dingen waar ik gewoon even he-le-maal geen zin in had. Nou ja, en toen zag ik dat ding in de kast hangen. Het is alleen maar even voor naar de supermarkt, dan kan het wel, toch?”

Agent: „Nou nee, het blijft namelijk een boerka.”

Boerkadraagster: „Ja maar, dit is pas de eerste keer dat ik hem aan heb, echt waar! Hier, ruik eraan, net voor het eerst aan! En dan meteen gesnapt worden, ik heb echt altijd pech, niet normaal. Ah toe, meneer agent, kunt u het niet één keer door de vingers zien? Het zit zo, ik ben namelijk vandaag jarig en ik moet naar het ziekenhuis waar mijn oma aan het sterven is en wow, u heeft vast een heel intensieve politietraining gehad, ik zie het echt aan uw spierballen, zo in dat strakke blauwe uniform.”

Agent: „Dit gaat zo niet, mevrouw. Een boerka is nou eenmaal bij de wet verboden.”

Boerkadraagster: „Zei u nou bóérka? Is dat even mal, ik dacht dus net al bij mezelf, toen ik maar zo’n heel klein rechthoekje kon zien: hier is wat raars aan de hand. Ik had echt gewoon die poncho van de kapstok willen pakken, maar ja, ik ben ook maar een mens hè.”

Agent: „Mevrouw. Uw kleding?”

Boerkadraagster: „HAHAHAAA! BOERKA’S FOREVER!”

Agent: „Oké, dit lijkt me helder: u wordt op de bon geslingerd.”

Het politiekorps krijgt het nog moeilijk. Maar dat krijg je: een onzinnige wet zorgt nu eenmaal voor onzinnige situaties.

Lees deze en eerdere columns van Renske de Greef terug op nrcnext.nl/renske

    • Renske de Greef