Brieven

Sancties tegen de Verenigde Staten

Het eeuwige gemekker van de Verenigde staten over sancties voor Iran is erg hypocriet. Binnen onze westerse samenlevingen vinden wij het niet meer dan normaal dat wij gelijk behandeld worden; gelijke kansen, rechten en plichten. Toch denken onze vrienden in de Verenigde Staten hier – als het hen uitkomt – anders over.

Iran doet moeilijk. Zij maken kernwapens en zijn niet bereid te stoppen wanneer de meester van de klas, de Verenigde Staten, hen dit opdraagt. Ondanks dat ik zelf in Iran ook enig gevaar zie wanneer dit land beschikt over kernwapens, is het raar om iets te verbieden wat je zelf wel mag; de Verenigde Staten hebben zelf een fors aantal kernwapens op zolder liggen.

Dit wordt even aan de kant geschoven omdat de Verenigde Staten zich bedreigd voelen. Vanuit hun eigen grootheidswaan wijzen zij met hun vingertje naar Iran. Toch vind ik dat wanneer je zoiets wilt verbieden, je best zelf het goede voorbeeld mag geven. Misschien moeten zij zelf ook eens stoppen met het bouwen van hun kernwapens en de boel eens afbreken. In de tussentijd kunnen wij wellicht ook eens sancties opleggen aan de Verenigde Staten.

Leroy Huizinga

Student filosofie, Radboud Universiteit.

Innemende sporters

Wat is er zo interessant aan topsport, vraagt Rutger Bregman zich af (Zin, 31 januari). Om op basis van media-optredens van sporters direct te concluderen dat het in ieder geval – zonder uitzondering – niet „hun innemende persoonlijkheid” kan zijn.

Bregman heeft kennelijk nooit kennisgemaakt met de regel ‘wat je geeft, krijg je ook terug’, die is toe te passen op ongeveer alle facetten van het leven. Sporters die – vaak nog nahijgend van de zojuist geleverde prestatie – plichtmatig de pers te woord staan, krijgen doorgaans weinig originelers voorgeschoteld dan de vraag of ze blij dan wel teleurgesteld zijn, wat er fout dan wel goed ging, en in hoeverre zege of nederlaag als een totále verrassing kwam. Als ik net de WK sprint had gewonnen, met mijn team mijn aartsrivaal had verslagen of een ticket voor de Olympische Spelen op een haar na was misgelopen, zou ik allesbehalve in staat zijn tot een welluidend betoog voor de microfoon van Studio Sport. Sterker nog, ik zou die verslaggever het liefst negeren en linea recta naar mijn vrienden en familie rennen om met hen te feesten of uit te huilen. Het feit dat sporters op die momenten voldoen aan wat media en publiek van hen verwachten, roept bij mij alleen maar respect op.

Het zijn niet de sporters, maar de clichématige vragen van sportjournalisten die voor de vaak voorspelbare interviews zorgen. En het zijn niet de sporters die het ontbreekt aan een innemende persoonlijkheid, maar Rutger Bregman met deze onterechte sneer naar topsporters.

Suzanne van den Eynden

Den Haag

    • Suzanne van den Eynden
    • Leroy Huizinga