Bittere verwijten na veto over Syrië

De Veiligheidsraad is zeer verdeeld over de aanpak van de crisis in Syrië. Het regime van president Assad wint zo tijd maar zijn ondergang lijkt nog steeds onafwendbaar.

In this photo released by the Syrian official news agency SANA, Syrian President Bashar Assad, center, and Syrian grand mufti Ahmad Hassoun, right, pray during a ceremony marking the birth of Islam's Prophet Mohammad, at al-Rawda mosque, in Damascus, Syria, on Sunday Feb. 5, 2012. The commander of a force of rebel Syrian soldiers says they have no choice now but to fight to free the country of President Bashar Assad's regime after Russia and China vetoed a U.N. resolution aimed at resolving the crisis. (AP Photo/SANA) EDITORIAL USE ONLY AP

Bittere verwijten vliegen over en weer tussen de permanente leden van de Veiligheidsraad, sinds Rusland en China zaterdag hun veto uitspraken over een resolutie die het geweld in Syrië veroordeelde.

De resolutie gaf steun aan een plan van de Arabische Liga, dat voorziet in het aftreden van president Bashar al-Assad. Hij zou de macht moeten overdragen aan zijn vicepresident en er zou een regering van nationale eenheid moeten komen die verkiezingen uitschrijft.

De Amerikaanse VN-ambassadeur Susan Rice zei dat ze walgde van het dubbele veto. Bij verdere gewelddadigheden in Syrië hebben Rusland en China volgens haar bloed aan hun handen.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton zei dat het Russisch-Chinese veto de Veiligheidsraad heeft „gecastreerd”. Ze zei dat de Verenigde Staten nu, buiten de VN om, de druk op Assad om af te treden zullen opvoeren. Daarbij zei ze te zullen samenwerken met „bondgenoten en partners die het recht van het Syrische volk op een betere toekomst steunen”.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov op zijn beurt noemde de reacties van het Westen op het veto „onfatsoenlijk en bijna hysterisch”. Volgens hem zou de Veiligheidsraad als de resolutie was aangenomen partij hebben gekozen in een burgeroorlog.

Volgens Lavrov is zijn land geen vriend van de Syrische president, maar was de resolutie onevenwichtig omdat er geen maatregelen in stonden tegen het geweld van gewapende oppositiegroepen.

China (zie inzet) verwijt de VS en andere landen de resolutie voortijdig in stemming gebracht te hebben. Dat zou afbreuk hebben gedaan aan de eenheid en het gezag van de Veiligheidsraad, en een oplossing van de crisis in Syrië niet dichterbij hebben gebracht.

Secretaris-generaal Ban Ki-moon, die de laatste tijd steeds vaker een uitgesproken standpunt inneemt, sprak zijn „diepe teleurstelling” uit over het onvermogen van de Veiligheidsraad om het eens te worden.

In oktober blokkeerden Rusland en China ook al een resolutie van de Veiligheidsraad die het Syrische geweld veroordeelde. Toen weigerden nog vier andere landen, waaronder India en Zuid-Afrika, met de resolutie in te stemmen – zij onthielden zich van stemming. Deze keer stemden dertien van de vijftien leden van de Veiligheidsraad, en dus ook India en Zuid-Afrika, voor de resolutie, die overigens was ingebracht door Marokko.

Onduidelijk is hoe het nu verder moet met Syrië. Het overheidsgeweld tegen oppositieactivisten neemt de laatste weken nog toe. Volgens – onbevestigde – berichten van oppositiegroepen zijn de laatste dagen honderden doden gevallen bij legeraanvallen in verschillende delen van het land, maar met name op de stad Homs, inmiddels bekend als „hoofdstad van de revolutie”.

Een verslaggever van de BBC bevestigde vanochtend dat het leger met tanks en artillerie wijken van Homs onder vuur nam. Daarbij zouden alleen al vandaag vijftig doden zijn gevallen, voornamelijk burgers.

Militair ingrijpen blijft wat betreft de internationale gemeenschap nog uitgesloten. Syrië is veel dichterbevolkt dan Libië en de regionale werkelijkheid is aanzienlijk complexer; een groot deel van de Syrische oppositie verzet zich ook nog tegen gewapende buitenlandse interventie. En de NAVO wil, en kan, na ‘Libië’ niet nu alweer een nieuwe oorlog beginnen.

Het vredesplan van de Arabische Liga is niet van tafel, maar zonder steun van de Veiligheidsraad mist het elke kracht. Niet alleen heeft het Syrische bewind het afgewezen als inmenging in zijn interne aangelegenheden, ook de Syrische oppositie ziet er weinig in.

De Syrische Nationale Raad, de grootste (maar niet de enige) oppositieorganisatie, weigert te denken over een regering van nationale eenheid. Bovendien is de Arabische Liga zelf verdeeld over dwangmiddelen om haar plan op te leggen: de Arabische buurlanden van Syrië – Irak, Libanon en Jordanië – willen om uiteenlopende reden niet aan sancties meewerken.

De Russische weg is bemiddeling. Een hoge Russische delegatie, van minister van Buitenlandse Zaken Lavrov en de chef van de buitenlandse inlichtingendienst Fradkov, vertrekt morgen naar Damascus. Maar Assad heeft zich tot dusverre absoluut niet ontvankelijk getoond voor bemiddeling, ook niet voor eerdere Russische pogingen daartoe. Russische wapenzendingen geven hem reden op zijn standpunt te blijven staan.

Washington en Parijs zeggen nu de nog verdeelde Syrische oppositie te willen helpen zich beter te organiseren. Clinton stelde gisteren voor daartoe een groep op te richten van gelijkgezinde landen, die tegelijk hun sancties tegen Damascus verzwaren. De belangrijkste vraag daarbij is of die hulp ook wapenleveranties aan het Vrije Syrische Leger (FSA) van gedeserteerde regeringsmilitairen zal omvatten.

De oppositie zelf erkent dat het lichtgewapende FSA geen georganiseerde legermacht is en een commandostructuur mist. Maar her en der in het land hebben min of meer zelfstandig opererende eenheden ervan inmiddels gebieden in handen gekregen. Zelfs manifesteerden ze zich in de voorsteden van Damascus, waar ze echter vorige week door het regeringsleger weer werden uitgeslagen.

Toch bewijst het dat Assad langzaam maar zeker steeds meer in de verdrukking komt. Zijn val is onontkoombaar, alleen het benodigde aantal doden staat nog niet vast.