Arbeidsproductiviteit VS zorgelijk

Achter de sterke Amerikaanse werkgelegenheidscijfers die afgelopen vrijdag werden gepubliceerd, gaat een sluimerende malaise schuil. In januari werden 257.000 nieuwe banen geschapen in de privé-sector en daalde het werkloosheidscijfer verder naar 8,3 procent. Dat is goed nieuws voor werkzoekenden en Obama-fans. Maar de arbeidsparticipatie van de beroepsbevolking ligt beduidend lager dan in 2007 en de langdurige werkloosheid is veel te hoog.

De banengroei van de afgelopen maand kende een brede spreiding. Daarom was de positieve reactie van de financiële markten gerechtvaardigd. Zelfs in de Amerikaanse bouwsector kwamen er 21.000 arbeidsplaatsen bij. De industrie, de professionele en zakelijke dienstverlening, de gezondheidszorg en de toerismesector zagen de werkgelegenheid ook met tienduizenden arbeidsplaatsen groeien. Dat duidt erop dat de banengroeimachine eindelijk op stoom begint te komen.

Uit de productiviteitscijfers van donderdag blijkt dat deze werkgelegenheidsgroei wel eens zou kunnen aanhouden. De arbeidsproductiviteit (exclusief de agrarische sector) is in het vierde kwartaal van 2011 slechts met 0,5 procent gestegen ten opzichte van de laatste drie maanden van 2010. Het zou dus kunnen dat het ‘baanloze herstel’ van 2009 en 2010, dat werd gekenmerkt door de uitbesteding van werk aan het buitenland en een snelle productiviteitsgroei, is omgeslagen in een groei met meer vraag naar arbeid, ondanks het feit dat die groei op zichzelf bescheiden blijft.

Maar sommige aspecten van de cijfers zijn nog steeds verontrustend. De arbeidsparticipatie van de beroepsbevolking staat met 63,7 procent op het laagste punt sinds december 1981, en bijna 3 procentpunten lager dan het gemiddelde van 1998-2007. En de langdurige werkloosheid ligt met 42,9 procent van alle werklozen dichtbij een absoluut record, en ver boven het hoogtepunt van 26 procent in 1983.

Uit deze cijfers blijkt dat veel mensen nog lang niet aan de slag kunnen. Tot op zekere hoogte is dit misschien de weerspiegeling van de buitengewone inzinking van de bedrijvigheid in de bouw, een sector die uiteindelijk – na een lange dip – weer aan veel mensen werk zou kunnen bieden. Maar voor sommigen komt het er waarschijnlijk op neer dat zij werkloos zullen blijven totdat ze geen deel meer uitmaken van de beroepsbevolking. Zelfs in een bloeiende economie zou dat ertoe leiden dat het traditionele doel van een ‘volledige’ werkgelegenheid moeilijk te verwezenlijken is.

Vertaling Menno Grootveld

    • Martin Hutchinson