‘Burgeroorlog dreigt in Syrië na veto’

De Syrische afgevaardigde bij de VN probeert in de Veiligheidsraad steun te zoeken tegen de resolutie tegen zijn land waarover vandaag werd gestemd.Foto AFP / Don Emmert

Nu een VN-resolutie is tegengehouden, is het volgens analisten goed mogelijk dat het geweld in Syrië uitmondt in een burgeroorlog die Assad “onmogelijk kan winnen”.

In de resolutie wordt de Syrische president Bashar Assad opgeroepen af te treden. Zowel Rusland en China stemden tijdens een bijeenkomst van de Verenigde Naties tegen, waardoor de resolutie werd geblokkeerd.

De overige dertien leden van de VN-veiligheidsraad stemden wel voor de resolutie, die de “volle steun” uitspreekt voor het plan van de Arabische Liga om een einde te maken aan elf maanden van bloedvergieten in Syrië. De Arabische Liga roept Assad al langer op af te treden.

Westerse landen ‘woedend’

Westerse landen hebben vandaag woedend gereageerd op het veto. Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken noemde het veto een “enorme klap voor de Syrische bevolking”. De Amerikaanse VN-gezant Susan Rice bestempelde de actie van Moskou en Peking als “schandalig”.

Analisten melden vanavond aan persbureau Reutersdat de resolutie het “enige diplomatieke middel was dat door tegenstanders van Assad werd erkend.” Het mogelijke gevolg van het veto van Rusland en China is een sterkere isolatie van Syrië en een nieuwe stroom van geld en wapens naar Syrische tegenstanders van het regime van Assad.

Rusland, dat Syrië wapens verkoopt en een een militaire basis op de kust onderhoudt, houdt vol dat de goedkeuring van de resolutie juist het huidige conflict zou  hebben aangewakkerd. Volgens het land zijn de Syrische regering en de oppositiegroepen beide verantwoordelijk aan de vele doden die in het elf maanden lange conflict zijn gevallen.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov en zijn hoofd van de inlichtingendienst ontmoeten Assad waarschijnlijk komende dinsdag, in een poging te bemiddelen in het gewelddadige conflict.

Het veto kwam een dag na een grootschalige aanval van het Syrische leger op de centrale stad Homs. Hierbij kwamen meer dan tweehonderd mensen om het leven. Het zou gaan om het grootste bloedbad van de volksopstand tot nu toe.

De Syrische regering ontkende vervolgens dat er in Homs een groot offensief van het leger had plaatsgevonden. De berichten daarover zijn volgens de staatstelevisie onderdeel van een “hysterische campagne van opruiing door de gewapende bendes”, zoals het regime de demonstranten en gedeserteerde militairen vaak omschrijft.

    • Annemarie Coevert