Zij: ‘Thuisgevoel was weg na de inbraak’

Jaap: „Ik leef naar mijn portemonnee: wat erin zit, gaat op. Al ben ik wel voorzichtiger geworden. Ik steek mijn geld nu vooral in het huis.”

Anne: „En in de auto. Hij heeft een turbo.”

Jaap: „Mijn Volvo rijdt 1 op 6. Ligt inderdaad een leuke motor in. Hij rijdt vlot.”

Anne: „Mijn fiets ook.”

Jaap: „Ik was ‘m bijna kwijt. We woonden net een maand samen toen er werd ingebroken.”

Anne: „Ik kwam ‘s avonds thuis, Jaap was er nog niet. Alles lag overhoop, er lagen allemaal spullen op tafel. Als eerste keek ik naar mijn boeken, die waren er gelukkig nog. Maar toen zag ik dat de laptop weg was, en de televisie en de auto.”

Jaap: „En mijn Macbook, iPad, telefoon, kleingeld, sigaretten… De schok was voor mij minder groot, ik had al vaker een inbraak meegemaakt.”

Anne: „Ik nog nooit.”

Jaap: „Het slapen die nacht was niet fijn, vooral niet voor Anne. Je denkt steeds dat je iets hoort.”

Anne: „Het thuisgevoel was weg. Dat heeft meer dan een week geduurd.”

Jaap: „De auto is gelukkig teruggevonden. Ze hebben ‘m puur gebruikt voor transport. Ik had geen inboedelverzekering, omdat ik dacht dat ik niet zo veel inboedel had.”

Anne: „Dat bleek dus meer te zijn dan je dacht. Gelukkig had ik wel zo’n verzekering.”

Jaap: „Ze hebben voor 3.500 euro aan nieuwwaarde gejat. We mogen blij zijn als we 1.500 euro terugkrijgen.”

Anne: „Dat onze nieuwe televisie is gestolen, is nog niet eens zo erg. Nu hebben we zo’n ouderwetse tv. Die vind ik eigenlijk fijner.”

Jaap: „Die nieuwe was zo fel.”

Anne: „Deze is een beetje bol, veel leuker.”