Winterse lichtshow

Poollicht bekijken vanuit een warm bubbelbad. Reizen naar het winterse natuurverschijnsel zijn in trek – met dank aan Joanna Lumley.

The aurora borealis, or Northern Lights, are seen near the city of Tromsoe, northern Norway, late Tuesday, Jan. 24, 2012. Stargazers were out in force in northern Europe on Tuesday, hoping to be awed by a spectacular showing of northern lights after the most powerful solar storm in six years. (AP Photo/Scanpix Norway, Rune Stoltz Bertinussen) NORWAY OUT AP

Het komt ook door Joanna Lumley, zeggen reisspecialisten. Lumley is Patsy in de BBC-serie Absolutely Fabulous en was Purdey in de jarenzestigserie De Wrekers. Ruim twee jaar geleden trok ze, als zichzelf, per trein en sledehond naar de poolcirkel. En verder. Met in haar hutkoffer Ponny the Penguin, het boek dat ze als klein meisje in Maleisië zo vaak las dat de bladzijden ervan sleten.

„Ik had nog nooit sneeuw gezien en ik had nog nooit een trui gedragen. De besneeuwde wereld uit dat boek was voor mij een sprookje”, zei ze in de camera van de BBC. En ze bladerde naar de bladzijden waarop Ponny dapper en nietig op een grote ijsvlakte staat, terwijl hoog boven zijn snavel een rimpelend gordijn van lichtstralen door de poolnacht danst. De zuidelijke tegenhanger van het noorderlicht.

Een paar afleveringen later stond Lumley natuurlijk zelf als een pinguïn op een besneeuwde vlakte, niet ver van Tromsø in Noorwegen. Met vier lagen kleren en een warme muts, terwijl boven haar hoofd het noorderlicht zich liet zien zoals het dat zelden doet: met eindeloos wapperende sluiers en ijle dansende gordijnen. Wenend lag Lumley er in de sneeuw naar te turen. „Als ik nu sterf – wat ik trouwens niet van plan ben, maar als ik het doe – dan is het gelukkig”, zei ze, toen ze weer in pinguïnpositie op de vlakte stond.

Magisch

Lumley maakte noorderlichtreizen extra populair. Ook ik was blij toen een collega vroeg of ik erover wilde schrijven. „Vanachter het bureau”, voegde ze toe.

Oef, jammer. Want al die noorderlichtkwalificaties door Lumley en anderen – feeëriek, betoverend, magisch, onwerelds, onbeschrijfelijk – die smeken er juist om gecheckt te wor-den. Zelf heb ik nog nooit groene sluiers langs nachthemels zien dansen. Aan mijn collega’s heb ik ook weinig: de enige die het zag – „Volgens mijn moeder, als kind, op vakantie in Noorwegen” – is het hele fenomeen vergeten.

Zelfs een vriendin die geregeld in Noorwegen vertoeft, reageert lauw. „Ik ken alleen het groene licht, en dat is net zo kil als tl-lampen. Een rode zonsondergang vind ik veel mooier.”

Het verbaast Anoeshka Obbink niet. Obbink is reisspecialist bij Askja, een klein in het noorden gespecialiseerd reisbureau. Van hun reizigers – aantallen wil ze niet noemen – gaat 10 procent echt speciaal voor het noorderlicht op pad. Maar vooraf waarschuwt ze hun dat het licht van de aurora borealis niet per se zo feeëriek is als in documentaires of op de talloze foto’s op internet. Soms blijft het bij een vage sluier waarvan je denkt: is dit alles?

Anderzijds: met wat geluk blijft het licht je je hele leven bij. Zo koestert astronoom en zonne-expert Kees de Jager (90) zijn herinnering aan het noorderlicht op Texel al 85 jaar. „Ik was vijf. Het was al donker. Zie je die lichte rode en groene strepen in de lucht?, vroeg mijn vader, terwijl hij wees. Dat is het noorderlicht. Oh, zó mooi was dat.”

De motor achter dat wonder is de zon. Die produceert de stroom van elektrisch geladen deeltjes – de zonnewind – die de zuurstofatomen en stikstofmoleculen in de dampkring van de aarde laten opgloeien. Zoals een elektrische stroom het gas in, inderdaad, een tl-buis laat oplichten.

Dat de zon dat in de poolstreken lukt, is goed te verklaren. Op andere breedtegraden vangt het magnetisch veld dat als een wijde, beschermende mantel om de aarde ligt, de deeltjes weg. Boven de polen kunnen ze naar beneden spiraliseren, de dampkring in schieten en de hemel beschilderen met spectaculaire bogen of juist met ijle en onopvallende vegen.

Soms zijn die deeltjes zelfs zo energierijk dat ze tot ver in het zuiden doorschieten. Dan zakt de ‘gordel van licht’ tot boven Schotland en Nederland of nog lager. Bewoners van noordelijke streken moeten dan naar het zuiden kijken om de (meestal dieprode, hoger in de dampkring uit zuurstof ontstane) lichtsluiers te zien dansen.

„Maar het allermooiste vind ik de kroon”, zegt Threes van Nieuwenhoven. „Die staat recht boven je hoofd, is heel bewegelijk en het licht lijkt steeds uit één punt te komen. In allerlei kleuren: paars, groen, geel en af en toe blauw. Van een kroon maak ik zelden foto’s. Daarnaar blijf ik alleen maar kijken; het is zó super.”

Met haar partner, Rob Stammes, verhuisde zij in 2007 naar Laukvik, aan de noordkant van het noordelijkste eiland van de Lofoten, voor de kust van Noorwegen. Uit liefde voor het noorderlicht.

Rob las er als kind al over, in de boeken van de Noorse poolreiziger Fridtjof Nansen (1861-1930). Maar Threes zag het noorderlicht als eerste. Gewoon in Nederland waar in 1989 op een ijskoude avond in maart de hemel boven de weilanden dieprood kleurde, met gele lichtbundels die daardoorheen schoten. „Ik had er geen idee van dat dit nou het noorderlicht was. Maar het staat nog altijd op mijn netvlies gebrand.”

Kookpot

Rob Stammes miste het spektakel. „Helaas”, zegt hij. „En toen dacht ik: ik ga instrumenten maken die het noorderlicht zien aankomen.”

Zoals een radiometer die radiostraling uit de zon oppikt en zo – via „direct contact” – toont of de activiteit in de gloeiend hete kookpot aan het zonsoppervlak verhoogd is. En of er dus uit die borrelende kookpot een sterke zonnewind of zelfs een zonnestorm zal ontsnappen – die na anderhalf tot vier dagen extra veel en soms ook extra snelle geladen deeltjes de dampkring in blaast.

Ook bouwde Rob een magnetometer die de deeltjes bij de aarde ziet arriveren, doordat ze het magnetisch veld daarvan verstoren. Zijn expertise voerde hem door Europa, en zelfs tot op de Lofoten. „En bij terugkeer zei ik: Threes, laten we verhuizen.”

Dus daar zitten ze nu, na negen donkere winterweken voor het eerst weer in de zon. En ja, zeggen ze aan de telefoon, veel van de ongeveer 380 inwoners van Laukvik keken het met scepsis aan. „Van het noorderlicht kun je niet leven, zeiden ze. Die twee zitten over een half jaar in de visserij.”

Maar: het kan wel. Wekelijks komen er groepen toeristen luisteren naar Robs lezingen in de zaal van het oude dorpshuis dat hij met Threes kocht. En het gastenverblijf van hun Polarlightcenter (polarlightcenter.com) is voor het hele seizoen volgeboekt. Threes: „Er komen mensen uit de hele wereld. Nu zitten er Zwitsers en Nederlanders. Vorige week Chinese studenten.”

Threes helpt ze met het fotograferen van de „wapperende gordijnen, de bogen en de sluiers”. Rob alarmeert met een sms-service intussen de reizigers die eerder een lezing van hem bijwoonden, wanneer ze omhoog moeten kijken. Rob: „Dan hoeven ze geen uren in de kou te staan tot het noorderlicht opduikt.” Threes: „ Zóveel mensen willen het zien.”

Wie dat nu ook wil, kan trouwens meer plaatsen kiezen. Zoals het ijzige Lapland (met overdag rendieren, sledehonden en heel veel natuur), IJsland (waar je huisjes kunt huren met een hotpot, zodat je het noorderlicht vanuit een warm bubbelbad kunt bekijken) of Canada waar je volgens reisschrijver Candace Savage aan de oevers van de bevroren meren rond Yellowknife het noorderlicht ziet zoals nergens anders. Extra fijn: dit jaar is de zon weer in een periode van verhoogde activiteit geraakt. Wie weet duikt het noorderlicht dus zelfs in Nederland nog een keer op – wél een superdonkere plek opzoeken dan.