Volkshuisvesting is ruziën

De Haagse boosheid over het Vestia-schandaal is niet nieuw. Toen de woonbedrijven in 1995 verzelfstandigden, waarschuwde de politiek al voor uitwassen. Sindsdien is de relatie tussen overheid en corporaties altijd moeilijk geweest. ‘De verhoudingen zijn volledig gepolariseerd.’

31-01-2012, Den Haag. Nieuwbouw van Vestia, Hof van Scheveningen. Foto Bas Czerwinski

Minister Liesbeth Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) had het er even bijgezocht, donderdag in de Tweede Kamer. Woningcorporaties, las ze voor, zijn „private verenigingen en stichtingen met maatschappelijk vermogen die werken voor de publieke zaak en vallen onder publiek toezicht”. Korte stilte. „Zo ingewikkeld hebben we het met zijn allen dus gemaakt.”

Wat mag een corporatie wel? Wat niet? En hoe houden we daar toezicht op? Het zijn vragen die het politieke debat zullen beheersen nu Vestia grote problemen heeft door de handel in exotische financiële producten. Spies beloofde dat experts gaan kijken hoe het toezicht beter kan.

Deja-vu?

Zeker. Corporatie Eigen Haard in Enschede verloor in 1994 tientallen miljoenen – toen nog guldens – op de beurs, door exotische financiële producten. Vier andere corporaties leden miljoenenverliezen. De toenmalig directeur van de Bank Nederlandse Gemeenten zei: „Als nieuwbakken onderneming, die corporaties toch zijn, zou ik me wel tien keer bedenken iets met je geld te doen waarvan je niet precies weet wat je eigenlijk doet. Als een club er miljoenen aan kwijtraakt, dan is de naam van de hele bedrijfstak besmet.” De Kamer pleitte voor strenger toezicht „omdat de incidenten een verantwoord financieel beheer bedreigden”.

Begin jaren 90 werden corporaties stapsgewijs verzelfstandigd, met een afronding in 1995. Het was een mooie deal voor beide partijen. Het Rijk moest op elke nieuwe huurwoning jarenlang subsidie geven, corporaties hadden goedkoop geld bij de overheid geleend. Dat werd tegen elkaar weggestreept.

Maar de financiële banden tussen rijk en overheid werden wel in één klap doorgesneden. Daarmee verloor de overheid zijn macht over de corporaties. Sindsdien staat de politiek – tot zijn eigen frustratie – aan de zijlijn. „Zonder financiële relatie kan de overheid niet goed meer sturen”, constateert Jan van der Moolen, directeur van toezichthouder Centraal Fonds Volkshuisvesting. Terwijl politici wel elke dag worden aangesproken op huisvestingsproblemen.

De corporaties grepen hun kans. Ze gingen meer doen dan alleen woningen verhuren. Ze investeerden in buurthuizen, zorgcentra en scholen, deden aan grondspeculatie en handelden in financiële producten. Het kon allemaal, want het economisch tij zat mee. Hun vastgoed steeg in waarde, de rente was laag, ze verkochten woningen. Een deel van de bestuurders spiegelde zich aan de commerciële vastgoedmarkt en beloningsnormen daar.

Intussen nam de ergernis in de politiek toe. Politici zien corporaties juist als partijen in het publieke domein, waarbij soberheid voorop staat. Corporaties staan wel financieel op eigen benen, echte commerciële ondernemingen zijn het niet. Ze kunnen niet failliet gaan, staan onderling garant voor elkaar, en hun winst moet de volkshuisvesting ten goede komen. Slecht presterende bestuurders worden niet door aandeelhouders opzijgeschoven.

Dus klaagt de Kamer over gouden handdrukken en schaalvergroting. Incidenten, tegenwoordig groot in de media gebracht, roepen veel emoties op. „Het aantal incidenten telt alsmaar op en het zijn er best veel”, zei Spies donderdag. Verantwoording afleggen aan de overheid, daar hadden corporaties ook geen zin meer in. Zelfregulering was het toverwoord. „Het leidde tot dedain en minachting richting politiek”, zegt oud-Kamerlid Adri Duivesteijn (PvdA), nu wethouder in Almere

Maar andersom zijn de corporaties ook geïrriteerd over de politiek. Over de aandacht voor incidenten, die niet symbool staan voor de hele sector. „Als er één jongetje stout is, dan straf je toch niet de hele klas?”, zegt Marc Calon, voorzitter van brancheorganisatie Aedes. Ze zijn boos over de steeds veranderende politieke wensen. Onder het vorige kabinet moest fors worden geïnvesteerd in achterstandswijken van minister Vogelaar (PvdA), nu heeft de politiek de interesse verloren.

Verder is er het omstreden voorstel om huurders het recht te geven hun woning te kopen. En de overheid probeert steeds vaker geld uit de sector te halen. Onder het vorige kabinet moesten corporaties vennootschapsbelasting gaan betalen, dit kabinet heeft een heffing van 630 miljoen euro opgelegd. Calon: „Lullige fiscale regeltjes om ons uit te melken.”

De traditioneel warme relatie tussen corporatie en Rijk lijkt definitief verleden tijd. Emeritus hoogleraar volkshuisvesting Jan van der Schaar: „De verhouding is volkomen gepolariseerd. Helaas, want het ingenieuze van dit stelsel ligt hem juist in de samenwerking.”

Volgens Duivesteijn hebben corporaties zich „vervreemd van de politiek. Geen enkele partij vereenzelvigt zich meer met hen.” Voor CDA en PvdA waren corporaties altijd traditie, zegt hoogleraar Marja Elsinga van de TU Delft. „In 1995 was vanzelfsprekend dat ze maatschappelijk nuttig zijn. Maar nu is de grote vraag: wat is de legitimiteit van corporaties? Hun bestaansrecht wordt ter discussie gesteld.”

Heeft het systeem zichzelf dan overleefd? Volgens Van der Moolen is dit een spannende fase: „De problemen van Woonbron en Vestia leken te groot voor dit systeem, maar het heeft het tot nu toe gehouden.” Van der Schaar: „Het is een goedkoop stelsel voor de overheid en het functioneert redelijk. Ik weet eerlijk gezegd niets beters.”