Verhaal

De crisis in het CDA is de crisis in de PvdA: traditionele gemeenschapspartijen die hun gemeenschap kwijt zijn. Bekende je je vroeger tot zo’n partij, dan kreeg je daar een heel wereldbeeld bij, compleet met hoopvolle toekomstverwachting. En rustgevende woorden natuurlijk, woorden als ‘solidariteit’ en ‘rentmeesterschap’. Je was onderdeel van iets.

Het heet dat beide partijen zich van hun achterban hebben vervreemd. Het omgekeerde gaat ook op. Zowel de sociaal- als de christendemocratie is een museumstuk geworden. Fijn om op terug te kijken, maar je moet er niet aan denken dat de rode dageraad alsnog zou aanbreken.

In een land van twitteraars hoef je niet met lange, ‘bindende’ verhalen aan te komen. In een land waarin het om personen en persoonlijk draait, lijken vage leuzen als ‘Kiezen en verbinden’ afkomstig uit de prullenbak van een failliet reclamebureau.

Daarbij, woorden – in een dodelijke column in NRC Next liet Rob Wijnberg zien dat het CDA bij een vorige herbronning in 1995 al met precies dezelfde frases op de proppen kwam. Het nieuwe verhaal bleek, in de beste domineestraditie, een oude preek.

„In een snel veranderende wereld…”

De twitteraars waren er snel klaar mee: dat hele idee van een ‘verhaal’ was vaag en modieus. Typisch zo’n woord. Waar eerst geklaagd werd over kortzichtige incidentenpolitiek, klonk nu hoon over de behoefte aan ‘het verhaal’. Bovendien hebben we in de politiek altijd met twee werkelijkheden te maken: behalve om idealen gaat het ook altijd nog om macht.

In het CDA is de balans tussen die twee de laatste jaren een beetje zoek geraakt. In de geschiedenis van de politiek heeft geen partij zich ooit vernieuwd zonder een grondige wisseling van de wacht. Bij het CDA wagen ze het erop. Kiezen en verbinden lag nog bij de drukker, toen de strijd om wie de opvolger van Verhagen zou worden al losbarstte. Ha, daar is Jack de Vries al.

Maar die behoefte van een nieuw verhaal? Is dat zo onzinnig?

Het politieke midden is gevaarlijk gebied: wie zich er ophoudt krijgt te maken met ogenschijnlijk radicaal tegengestelde krachten en belangen. Allereerst de spanning tussen individu en samenleving. Wat ben je die samenleving verschuldigd? In hoeverre mag de overheid zich met jouw vrijheid bemoeien? Is er naast het persoonlijke ook nog een algemeen belang? En vooral: hoe verhouden die twee zich tot elkaar?

Kun je bankiers hun graaizucht verwijten, zolang je geen idee hebt wat dat algemeen belang is, zolang het een negatief begrip blijft, iets om de ander in zijn gezicht te wrijven – omdat hij graait, misbruikt, hardop in de trein belt, zijn kinderen niet goed opvoedt en een met gemeenschapsgeld betaalde gouden Mercedes onder zijn kont wil hebben? Het boerkaverbod is symboolpolitiek, maar juist dat symbolische geeft aan dat het om meer gaat dan een praktische maatregel voor soepel maatschappelijk verkeer. Het is een morele kwestie.

Het is zinnig daarover na te denken. Als je vindt dat de overheid zo weinig mogelijk moet bestieren, of juist zoveel mogelijk, ben je er snel uit. Vind je, zoals ik, dat de overheid ook een morele verantwoordelijkheid in de samenleving heeft, dan komen de dilemma’s aan alle kanten op je af. Tot hoever?

Het tweede spanningsveld: dat tussen de kleine, vertrouwde wereld en de grote, ongrijpbare wereld. Wanneer de PVV slinkt, groeit de SP – beide partijen keren zich tegen wat ze als de schadelijke effecten van globalisering zien. De een verzet zich tegen de komst van een moskee, omdat onze ‘vrijheid’ wordt aangetast, de ander tegen het weghalen van een fabriek, vanwege de lage lonen in Zuid-Korea. Beide partijen willen beschermen, beide menen dat het weefsel van de samenleving wordt aangetast. Economische bescherming is nu even belangrijker dan culturele.

Een middenpartij die het zich niet gemakkelijk wil maken, kan die spanningen niet ontkennen. Ze moet die in een reëel verhaal zien onder te brengen. Het gaat om echte, pijnlijke dilemma’s. Een algemeen verhaal hoeft niet uit algemeenheden te bestaan.

    • Bas Heijne