't Potloodje van Kahneman

De omslag van Daniel Kahnemans Thinking Fast and Slow vind ik prachtig: het laat een geel potloodje zien. Het boek kwam dit najaar uit en doet het goed. Dat de auteur – als psycholoog – in 2002 de Nobelprijs voor economie kreeg, zal aan het verkoopsucces bijdragen. Maar er is nog iets anders en het potloodje staat daar symbool voor. Want het onderzoek van Kahneman gaat weliswaar over taaie kwesties – inschattingsfouten en verkeerde beslissingen – maar qua techniek heeft het weinig om het lijf. Met potlood en papier kun je veel van zijn experimenten gewoon nadoen. Dat maakt zijn boek extra spannend.

Neem het experiment waarin Kahneman aan een rad van fortuin draaide. Proefpersonen keken toe. Het rad stond zo afgesteld dat de wijzer bij de 10 of bij de 65 stopte. Even later moesten de proefpersonen een schatting geven van het percentage Afrikaanse landen in de Verenigde Naties. Iedereen snapt dat een rad van fortuin daar niets mee te maken heeft. Toch bleek het ding als een anker voor de schattingen te werken. De groep die eerder een 10 had gezien, schatte het percentage Afrikaanse naties op 25 procent. De groep die de 65 had gezien, kwam bij een gemiddelde van 45 procent uit.

Zeggen dat de proefpersonen in dit experiment sukkels waren, zou misplaatst zijn. Kahnemans werk laat zien dat iedereen gevoelig is voor ankers. Het is de schaduwzijde van iets waarin mensen uitblinken: we kunnen de meest diverse informatie in ons opnemen en er een samenhangend verhaal van maken. Het mechanisme dat ons daartoe in staat stelt, noemt Kahneman Systeem 1. Oftewel boerenverstand. Systeem 1 werkt rap, maar als het moeilijk wordt, maakt het brokken. Om die te repareren, is een tijdrovende bezinning op de feiten nodig. Dat doet, in Kahnemans woorden, Systeem 2. Systeem 2 is echter liever lui dan moe. Enig gevoel voor wat Kahneman bedoelt, krijg je als je proefpersonen laat schatten hoeveel 8 x 7 x 6 x 5 x 4 x 3 x 2 x 1 is. “U heeft een halve minuut.” Werkschuw als hij is, laat hun Systeem 2 het vlug afweten en komt hun Systeem 1 met een schatting van gemiddeld 2.250 aanzetten. Systeem 1 gaat daarbij af op de hoge ankers van 8 en 7. Het pakt anders uit als je proefpersonen de reeks 1 x 2 x 3 x 4 x 5 x 6 x 7 x 8 voorschotelt. Ook dan maakt Systeem 2 zich uit de voeten. Maar nu concentreert Systeem 1 zich op de lage ankers van 1 en 2 en genereert een gemiddelde schatting van 512. Voor een benadering van het goede antwoord (40.320) moet je Systeem 1 de mond snoeren en Systeem 2 dwingen om aan de slag te gaan.

Onderzoek in Kahnemans voetsporen heeft een hele catalogus van zulke mentale illusies opgeleverd. In ons land is de econoom en psycholoog Gideon Keren een kenner van dit onderzoeksveld. Hij beheerst de kunst om er op een aanschouwelijke manier college over te geven. Elk jaar nodig ik hem uit om onze studenten bij te praten over anker-effecten en andere dwaalsporen. Aan het einde van het college vertrouwen de studenten hun boerenverstand niet meer. Dat is nou net de bedoeling. Want het is met dat boerenverstand dat ze veel te dure telefoons kopen (“tijdelijk afgeprijsd van € 630 voor maar € 430”), overbodige artikelen aanschaffen (“niet meer dan vijf stuks voor elke klant”) en allerlei andere beslissingen nemen waarbij Systeem 2 even op vakantie was.

Dat ankers onze oordeelsvorming danig kunnen verstoren, behoort tot de meest robuuste effecten in de psychologie. Je hoopt dat zulke effecten beperkt blijven tot het psychologisch laboratorium. En tot consumenten die zich erin laten luizen door reclamejongens, van wie je kunt zeggen dat ze het ankeren tot kunstvorm hebben verheven. Maar de storende invloed van ankers duikt ook op in sectoren waarvan je zou wensen dat Systeem 2 er de absolute alleenheerser is. Dan wordt het akeliger. Zoals bij die rechters die zich over dezelfde zedenzaak moesten buigen. Zelfde dossier, zelfde feiten, zelfde verdachte, zelfde slachtoffer. Alleen: in het ene geval eiste de officier van justitie 2 maanden en in het andere geval 34 maanden gevangenis. De straf die de rechters uiteindelijk uitdeelden, pakte in het tweede geval dubbel zo hoog uit. Of zoals bij de Nederlandse politici die van de Belgen ABN Amro wilden kopen en daartoe haar waarde moesten bepalen. Was dat 10 miljard, 20 miljard of nog meer? Het Nederlandse bod werd grotendeels ingegeven door een rad van fortuin waaraan bankiers en ambtenaren driftig zaten te draaien.

Met zijn onderzoek wil Kahneman ons alledaagse vocabulaire verrijken. Hij hoopt dat mensen het tijdens hun gesprekken bij de koffie gaan hebben over ankers en over Systeem 1 en Systeem 2. Het zou helemaal winst zijn als rechters en politici zo gaan praten. En als ze een geel potloodje op zak hebben om met hun collega’s wat anker-proeven te doen. Dat potloodje kan de ogen openen.

    • Harald Merckelbach