Stop in Sinaï martelen

Vluchtelingen uit Somalië en Eritrea worden vastgehouden voor losgeld. Blijft betaling uit, dan volgt marteling. Stop dit, zegt Mirjam van Reisen.

In de Sinaïwoestijn zitten duizenden jonge mannen en vrouwen gevangen. Ze vielen in handen van mensenhandelaars, nadat ze het geweld in hun eigen land hadden proberen te ontvluchten met een moeilijke ontsnappingstocht.

Mensenhandel in de Sinaïwoestijn is uiterst lucratief. Het losgeld loopt van tweeduizend tot veertigduizend dollar. De smokkelaars, overwegend uit de bedoeïenengemeenschap, riskeren weinig. Ze worden vooralsnog met rust gelaten. Gevangenen moeten familie en bekenden bellen om geld te vragen. Bij elk telefoontje nemen de martelingen toe, om aan de buitenwereld te laten weten dat het lijden groot is. Het horen van schreeuwen en angst aan de andere kant van de lijn is vaak ondraaglijk. Wie kan, betaalt het losgeld. Zo blijft de mensenhandel aan de gang.

Schrijnend is dat het verbonden is met illegale orgaanhandel. De gevangenen die niets lijken op te leveren, worden ontdaan van hun organen en vermoord in koelen bloede. Hierbij is een netwerk van artsen betrokken. CNN heeft dit bevestigd in documentaires; de gruwelijke beelden laten weinig aan de verbeelding over.

De internationale aandacht in de media van eind vorig jaar resulteerde tijdelijk in minder slachtoffers. Dit duidt erop dat de Egyptische autoriteiten meer invloed hebben op de bedoeïenen dan ze soms doen geloven.

Het is vooral belangrijk om de vluchtelingentoevoer te stoppen. De grote vraag is waar al deze vluchtelingen vandaan komen. De VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR) stelt dat het vooral gaat om Somaliërs die proberen te ontsnappen aan de terreur van Al Shabaab. Dit is de terroristische organisatie die vluchtelingenwerkers verjaagt uit Somalië en de bevolking lastigvalt. De beweging wordt gesteund door het regime van buurland Eritrea, dat op die manier probeert aartsvijand Ethiopië onder druk te zetten.

De andere grote vluchtelingenstroom bestaat uit Eritreeërs. Hun land wordt geregeerd door de maniakale dictator Isaias Afewerki. Hij neemt praktisch de hele bevolking op in het nationale leger, om buurland Ethiopië te bestrijden. Gedwongen arbeid, armoede en gebrek aan arbeid op de velden om mensen van eten te voorzien zijn het gevolg. Eritreeërs ontvluchten dit regime massaal, ondanks zeer zware straffen, maar komen vervolgens veelal in de handen van de mensensmokkelaars en verdwijnen in de Sinaï, waar ze vastgeketend elektrische shocks en andere afschuwelijke martelingen ondergaan.

De mensenhandelaars kennen weinig scrupules. Een zwangere Eritrese vrouw moet zo’n 35.000 dollar opbrengen. Wordt haar kind in gevangenschap geboren, dan verdubbelt het bedrag. Zelfs kinderen in gevangenschap worden gemarteld en verliezen vaak hun geestelijke gezondheid. Hierbij zijn ook kinderen met fysieke aandoeningen. Bekend is het verhaal van een jongen met epilepsie die zijn aanvallen vastgeketend moest ondergaan.

Het is daarom schokkend dat Israël onlangs een wet aannam waardoor er geen plaats meer is voor legitieme asielzoekers en vluchtelingen. De vluchtelingen zitten klem tussen het geweld in hun land en de muren rond Israël, waarbij ook Europa meer zou kunnen doen om de problematiek van deze vluchtelingen serieus aan te pakken.

De Hoge Commissaris voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties, António Guterres, heeft de problemen erkend en gezegd dat ze moeten worden aangepakt door de VN, in samenwerking met de Internationale Organisatie voor Migratie en de overheden in het gebied. Dat is een goede stap, maar waarvandaan moet het geld komen?

De Eritrese regering heeft gezegd dat ze geen subsidies meer nodig heeft van de EU. Hierdoor kan de Europese Commissie zo’n 60 miljoen euro opnieuw besteden. Guterres zegt voorlopig zo’n 2 miljoen euro nodig te hebben om de vluchtelingen beter te beschermen. Het ligt voor de hand dat Europa zijn onuitgegeven geld hieraan besteedt. Europese politici moeten hun subsidiegeld op de juiste manier besteden. Zorg dat vluchtelingen uit handen blijven van mensensmokkelaars.

Mirjam van Reisen is hoogleraar Internationale Sociale Verantwoordelijkheid aan de Universiteit van Tilburg, waar zij de Marga Klompé Leerstoel bekleedt. Ze is oprichter en directeur van het kenniscentrum Europe External Policy Advisors in Brussel en lid van de Internationale Commissie voor Eritrese Vluchtelingen (ICER). Het artikel is mede gebaseerd op een groot aantal interviews dat werd afgenomen met de slachtoffers van mensenhandel in de Sinaï door ICER.