Pythons eten in Florida bijna alle lynxen op

This photograph is protected by Copyright. No reproduction may be made without permission of NHPA. Source: NHPA@NHPA.co.uk /NHPA

Ooit waren konijnen en wasberen de meest voorkomende dieren van Zuid-Florida. Nu zijn ze er bijna niet meer te vinden. Hun verdwijnen valt samen met de introductie van de Birmese python (Python molurus bivittatus) in de zuidelijke staat. Overal waar het gulzige reptiel oprukt, storten zoogdierpopulaties in (PNAS, 30 januari).

Dat concluderen biologen op basis van een studie naar road kill en levend wild in de Everglades, een nationaal park in Florida. In 1996 en 1997 en tussen 2003 en 2011 maakten zij nachtelijke ritten door het park. Ze turfden elk dier dat zij onderweg tegenkwamen, dood of levend.

Eind jaren ’90 telden de biologen gemiddeld 3 wasberen per 100 kilometer. Tussen 2003 en 2011 waren dat er nog maar 0,02. De cijfers voor andere zoogdieren zijn even ontluisterend. Het aantal opossums, witstaartherten en rode lynxen nam af met respectievelijk 98, 94 en 88 procent.

De onderzoekers wijzen de Birmese python aan als hoofdverdachte voor dit massale verdwijnen. De van oorsprong Zuid-Aziatische wurgslang is de afgelopen dertig jaar al regelmatig in het park gesignaleerd. Andere verklaringen voor de dramatische afname sluiten de ecologen uit. Er mag niet worden gejaagd in de Everglades. Er zijn ook geen ziekten bekend die zo veel verschillende zoogdieren tegelijk kunnen treffen.

Het grote probleem, denken de onderzoekers, is dat de python geen natuurlijke vijand van de Everglade-bewoners is. De laatste Noord-Amerikaanse reuzenslangen stierven 16 miljoen jaar geleden uit. Bovendien foerageren dieren als lynxen en opossums langs de waterkant, waar pythons graag in hinderlagen liggen.

We weten steeds beter wat er gebeurt als roofdieren aan de top van de voedselketen wegvallen, schrijven de biologen. Dit is een uniek voorbeeld van wat er kan gebeuren als een toppredator wordt geïntroduceerd. Of de zoogdieren dat overleven, is nog maar de vraag.

Lucas Brouwers