Op het ijs is iedereen gelijk, van arts tot stratenmaker

De schaatsclub in Schipluiden kan de drukte nauwelijks aan. Niet alle kinderen voelen zich prettig op het ijs. Volgens secretaris Van Winden moeten ouders de liefde voor het schaatsen „voorleven”.

Een moeder leert haar kinderen schaatsen, vrijdagmiddag bij schaatsclub Vlietland in Schipluiden. Wie rotzooi op het ijs laat slingeren, krijgt een standje van de secretaris. Foto Bas Czerwinski

De hockeyschaatsen van Tesse Dijkgraaf (8) zijn te klein. Maat 33. Dat lukte echt niet meer. In het kleine winkeltje bij de schaatsclub Vlietland in Schipluiden hadden ze een paar noren maat 35. Daar schaatst Tesse nu mee rond op de ijsbaan. Snel. Steeds sneller.

Haar broertje Sam (5) zat vorig jaar nog in de buggy te huilen omdat hij het koud had. Dit jaar schaatst hij achter zijn zusje aan. Hun ouders kijken trots toe.

Niet alle kinderen hebben zin in schaatsen, zegt Aad van Winden, secretaris van de ijsclub. Hij tempert zijn stem: „Er zijn kinderen die geen schaatsen hebben.” Hij kijkt somber. „Er zijn kinderen die zeggen: schaatsen? Mij te koud.”

Als het aan Van Winden ligt, komen alle kinderen schaatsen. En in Schipluiden lukt dat wel. De ijsclub heeft een grote ijsbaan. En daarnaast een kleinere voor de kinderen. Afgelopen woensdag ging die kleine baan al even open. Een paar uur maar om het dunne ijs niet te veel te belasten. Het was meteen stampvol.

Toen vrijdagmiddag de Josefschool in Schipluiden uitging, spraken de moeders op het schoolplein al af om elkaar ’s middags op de ijsbaan te treffen. Nu drinken ze warme chocomelk in het clubhuis van de ijsbaan. Maar de kinderen willen naar buiten, nog even het ijs op.

Maandag komt een basisschool met vijfhonderd leerlingen schaatsen. Dinsdag wordt helemaal een klapper. Dan komt het Sint Stanislascollege uit Delft met bijna 1.400 leerlingen en vijftig docenten. Dat kunnen we aan hoor, zegt Van Winden. Hij schaatst dan zelf rond met een microfoon. Als een leerling een chipszak op het ijs laat vallen, buldert hij over het ijs: ‘Zó doen we dat niet in Schipluiden!’ En dan is het opruimen geblazen.

Hoe breng je kinderen liefde voor het schaatsen mee? „Voorleven”, zegt Van Winden. „Als je schaatsen zelf mooi vindt, dan breng je dat over op je kinderen. Die lange tochten over de plassen achter je pa aan, vergeet je niet meer.”

Óp het ijs, mijmert hij verder, is de samenleving nog zoals hij hoort te zijn. „Mensen zijn beleefd, helpen elkaar overeind als ze zijn gevallen. Het maakt dan niet uit of het een arts is of een stratenmaker.” Hij vindt het belangrijk dat kinderen dat meekrijgen.

    • Sheila Kamerman