Oorlog Israël tegen Iran voorlopig nog verbaal

Zoals vaker in de afgelopen jaren wordt in Israël met een aanval op Iraanse nucleaire installaties gedreigd. De vraag is of het Israël ernst is, of dat het met zijn dreigementen zwaardere sancties tegen Iran probeert af te dwingen.

Er klinkt weer onheilspellend gerommel vanuit Jeruzalem. „De toekomst van de wereld staat op het spel”, zegt de Israëlische premier Netanyahu. Iran is bezig een atoombom te bouwen, waarschuwt hij. En Teheran wil Israël van de kaart vegen, gelooft hij. Dus wil Israël voortbestaan, redeneert hij, dan is een preventieve aanval op Irans nucleaire installaties een serieuze optie.

Die oorlogstaal vindt in Israël gretig gehoor. Analisten speculeren niet meer over de vraag óf Israël Iran zal aanvallen, maar wanneer. Dit jaar nog, concludeert de Israëlische onderzoeksjournalist Ronen Bergman, na uitvoerige gesprekken met minister van Defensie Barak.

Een op handen zijnde Israëlische aanval is vaak voorspeld. Maar hoewel militaire actie niet is uit te sluiten, zijn er heel wat argumenten die een Israëlische aanval op Iran onwaarschijnlijk maken. Allereerst zijn niet alle ministers van het veiligheidskabinet voorstander. Belangrijker: de legerchef is tegen. Die hoeft formeel niet in te stemmen, maar niet eerder voerde een legerchef met tegenzin een dergelijke aanval uit. Misschien onbelangrijk: de helft van de bevolking is tegen.

De Amerikanen willen niet meegezogen worden in een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten. Dit hebben de VS Israël te verstaan gegeven. De economische situatie is niet gebaat bij stijgende olieprijzen en in het najaar zijn er presidentsverkiezingen. Israël beseft dat het niet goed zonder zijn beste bondgenoot kan.

De Europese Unie zou worden gebruuskeerd, nu net oliesancties tegen Iran zijn ingesteld. Israël houdt doorgaans weinig rekening met Europese gevoelens. Maar het heeft zelf om deze boycot gevraagd.

Niet alle alternatieven voor een militaire aanval zijn uitgeput. Het is publiek geheim dat Israël de laatste jaren Iraanse kerngeleerden heeft vermoord en computervirussen op nucleaire faciliteiten afstuurde.

Een aanval op Irans nucleaire installaties moet een verrassing zijn, net als de Israëlische aanvallen in 1981 en 2007 op nucleaire reactoren in respectievelijk Irak en Syrië. Daarover zwijgt Jeruzalem tot op de dag van vandaag – terwijl de regering ten aanzien van Iran luidruchtig op een aanval zinspeelt.

Belangrijker is dat ook in Israël niemand gelooft dat het Iraanse atoomprogramma door een aanval kan worden geëlimineerd; hoogstens vertraagd. Iran is geen Syrië of Irak. Irans nucleaire installaties liggen verspreid, sommige diep onder de grond. „We hebben de militaire capaciteit niet”, aldus Meir Dagan, die vorig jaar vertrok als hoofd van de inlichtingendienst Mossad. Schattingen over de vertraging lopen uiteen van drie jaar tot drie maanden. En de prijs daarvoor zal hoog zijn. „Ondraaglijk” zelfs, meent Dagan.

Irans bondgenoot Hezbollah in Libanon heeft tienduizenden raketten liggen. Duizenden kunnen Tel Aviv raken. Het Palestijnse Hamas kan Teheran vanuit de Gazastrook met raketten bijstaan. Syrië kan bij een wraakactie betrokken raken.

Israël is weliswaar sterk, maar niet onkwetsbaar. En ook niet goed voorbereid. Juist werd bekend dat nog niet de helft van de burgers over een gasmasker beschikt. Al maakt dat volgens minister Barak niet uit. „Oorlog is geen picknick, maar als Israël moet aanvallen, hebben we geen 50.000, 5.000 of 500 doden, zolang mensen binnen blijven.”

Israël is zelf een kernmacht die met zijn honderden kernkoppen Iran ouderwets kan afschrikken, zoals Amerika vroeger de zwaarbewapende Sovjet-Unie op afstand hield. De officiële inschatting in de VS is dat Iran nog niet het besluit heeft genomen om daadwerkelijk kernwapens te bouwen, laat staan die te gebruiken. Iran zelf ontkent militaire nucleaire ambities te hebben. In tegenstelling tot Israël is Iran ondertekenaar van het nucleaire non-proliferatieverdrag en staat het onder toezicht van het Internationaal Atoomenergie Agentschap.

Analisten speculeren dat Israël alleen met een aanval dreigt om nog zwaardere sancties tegen Iran af te dwingen. In het verleden matigde Israël zijn toon naarmate de druk op Iran werd opgevoerd. Ook nu laat premier Netanyahu niet alleen spierballen zien. Via diplomatieke kanalen uit hij ook zijn zorgen dat sancties tegen Iran te laat komen, of te mild zijn. Laatst zei de premier echter dat ze effect sorteren: „voor het eerst zie ik Iran wiebelen”. Reden was volgens hem „vooral de dreiging” van zwaardere maatregelen.

Vice-premier Ya’alon legde het deze week op de jaarlijkse strategie-conferentie in Herzliya nog eens uit: „We hebben een geloofwaardige militaire optie nodig. De Iraniërs begrijpen dat het Westen mogelijkheden heeft, maar zolang de Iraniërs niet denken dat het Westen de politieke moed en vastberadenheid heeft om die te gebruiken, zullen ze niet stoppen [met hun nucleaire programma]”, aldus Ya’alon. „Momenteel denken ze niet dat de wereld vastbesloten is.”

    • Leonie van Nierop