Olifanten in de Outback

Foto's AP, bewerking fotodienst NRC

Als het aan David Bowman ligt, hoogleraar omgevingsbiologie aan de University of Tasmania, trekken er binnenkort dikhuiden door de Australische scrublands. In een commentaar dat deze week in Nature verscheen (2 februari), pleit hij ervoor om olifanten in Australië uit te zetten.

De grote grazers kunnen de ontvlambare vegetatie verorberen die kangoeroes en vee niet lusten, betoogt Bowman. Zo wordt het risico op bosbranden beperkt. Het dorre continent gaat jaarlijks gebukt onder hevige bushfires, veroorzaakt door droogte en extreme hitte. In olifanten ziet Bowman een ‘praktisch’ en ‘kosteneffectief’ alternatief voor het inzetten van chemicaliën of het kappen en maaien van bomen en gras, al geeft hij toe dat het een radicaal en schijnbaar absurd voorstel is.

Met die laatste classificaties is Herbert Prins het eens. Hij is hoogleraar dierecologie aan de Wageningen Universiteit. “Het is complete onzin”, zegt hij aan de telefoon. “Bushfires worden vooral aangewakkerd door brandende eucalyptusbossen. Olifanten eten geen eucalyptus. Sterker, ze slopen de takken van de bomen af.” Kortom: olifanten gooien olie op het vuur. “Ik ken Afrika goed, maar heb nog nooit gehoord dat olifanten er bosbranden zouden voorkomen.”

“Ik ben zelfs een beetje boos”, vervolgt Prins. “Bowman overschreeuwt zichzelf, en is daarmee onethisch bezig. Bij de branden van 2009 zijn brandweerlieden levend verbrand.”

“Het echte probleem is dat de Westerse mens het landschap niet meer onderhoudt. Wij willen in een ‘mooi landschap’ wonen, met bomen en hoog gras. Gecontroleerd platbranden, wat de aboriginals deden, gebeurt niet meer. Ondertussen worden dieren die met hun gegraas wél graslandschappen creëren, zoals verwilderde ezels, buffels en bantengs, door de Australiërs afgeschoten.”