Opinie

    • Sjoerd de Jong

Next checkt, en terecht: feiten zijn de brandstof van de journalistiek

Ook de feiten hebben nu hun eigen column. Onlangs begon nrc.next met de rubriek ‘next checkt’, waarin redacteuren uitpluizen of een bepaalde nieuwswaardige bewering waar is. Zoals ‘Nederland behoort tot de drie rijkste landen ter wereld’ (Mark Rutte) of ‘In Spanje is meer dan 40 procent van de jongeren werkloos’ (Paul de Krom). Beide bleken grotendeels onwaar.

Maar de krant beperkt zich niet tot politici. De onderzoekers legden ook een bewering van de eigen hoofdredacteur Rob Wijnberg, over het aantal reclameboodschappen dat een mens per dag krijgt, onder het vergrootglas. Oordeel: onwaar (het waren er niet 3.600, maar 310).

Zijn de feiten nu verbannen naar een uithoekje in de krant? Is de rest nog louter analyse en opinie?

Inderdaad, soms klagen lezers dat ze door de mensen en meningen het nieuws niet meer zien. Niet alleen bij deze krant. Frits van Exter, oud-hoofdredacteur van Trouw, schreef er een column over in het vakblad Villamedia. Hij had in een (niet bij titel genoemde) zaterdagkrant van 162 pagina’s precies één nieuwsbericht gevonden ‘van onze verslaggever’ en verder vooral veel gesigneerde analyses, achtergrondstukken, columns en rubrieken. „De verslaggever is het slachtoffer van het misverstand dat alles toch al bekend is”, sombert Van Exter. Het feit als bedreigde nieuwssoort.

Dat lijkt me overdreven. NRC Handelsblad en next bevatten gelukkig nog veel stukken waarin een zaak grondig wordt uitgespit. Maar Van Exter maakt een goed punt: het is niet waar dat ‘het nieuws’ tegenwoordig al bekend is en het alleen nog maar gaat om achtergrond en om duiding. Want wat is dan ‘het nieuws’ precies? Wie bepaalt dat? Teletekst? Bovendien, aan zinnige duiding gaat onderzoek vooraf.

Next geeft met die nieuwe rubriek een mooi tegenwicht aan de trend naar personalisering van het nieuws, vind ik. Net als trouwens met het afdrukken en analyseren van complete documenten.

Maar de rubriek sluit zelf ook aan bij een trend. In Amerika is al jaren een ware fact checking-beweging op stoom gekomen van bloggers, burgers en lobbyisten die fouten in de media opsporen. Kranten maken daar soms gebruik van, door hun lezers in te schakelen bij het corrigeren van fouten. Nuttig, want (sommige) lezers weten van een onderwerp meer dan (de meeste) journalisten. Bovendien zijn bij veel Amerikaanse media afdelingen voor fact checkers wegbezuinigd. De ombudsman van de New York Times, Arthur Brisbane, riep onlangs ook al de lezers van de krant te hulp.

Alleen, beweringen checken is niet zo simpel als het lijkt. Je kunt makkelijk verdwalen in een doolhof van cijfers en interpretaties. En hoe blijf je uit de greep van lobbygroepen of richtingenstrijd? Brisbane wijst op dat gevaar: in Amerika is ‘feiten checken’ allang een gepolitiseerd instrument om een concurrerende politicus te ondermijnen, of een rivaliserende ideologie uit te bannen. Geen panklare feiten meer die niet naar opinie smaken.

Je ziet dat verschijnsel ook in Nederland, in ideologische dossiers als het klimaatdebat of het conflict in het Midden-Oosten. Fact checking is in zulke beladen kwesties geen middel meer om consensus te bouwen, maar een retorisch wapen.

De redactie van next is zich daarvan bewust. Sommige uitspraken lenen zich niet voor de rubriek, zegt Thalia Verkade, redacteur van de rubriek. Hoe check je een gewichtige uitspraak als ‘de multiculturele samenleving is mislukt’? „Zoiets doen we dus niet. Het moet gaan om concrete, feitelijke beweringen”, aldus Verkade.

De categorieën waarmee next een bewering beoordeelt, laten bovendien genoeg ruimte voor nuance: een bewering is niet simpelweg ‘waar’ of ‘onwaar’, maar kan ‘waar’, ‘grotendeels waar’, ‘betwistbaar’, ‘grotendeels onwaar’ of ‘onwaar’ zijn. Op basis van de eerste ervaringen is die indeling overigens alweer aangepast: ‘betwistbaar’ werd ‘half waar’. En op één rubriek verscheen, onvermijdelijk, ook al een correctie. De waarheid is altijd voorlopig.

De rubriek is kortom een verrassend en waardevol initiatief. Verrassend, omdat je zoiets misschien niet verwacht in een krant die mikt op een jonger publiek (next wordt veel gelezen door twintigers en dertigers, ook door veertigers. Goeie les: ook ‘jongere’ lezers willen weten wat er écht aan de hand is).

Waardevol, omdat het hier niet gaat om een ‘rubriekje’, een reservaat voor het Laatste Feit, maar om een prominent en stevig stuk, waarin wordt geprobeerd de waarheid te achterhalen. Dat is een manier om het debat op een hoger niveau te tillen – en daar is een krant voor.

NRC Handelsblad neemt de rubriek inmiddels over. Terecht, de avondkrant omschrijft zichzelf immers als een krant die niet ‘neutraal’ is, maar wel ‘objectiverend’. Een krant heeft een eigen wereldbeeld – liberaal, in dit geval – en legt eigen accenten. Maar de krant ‘objectiveert’ wel: gebeurtenissen en beweringen moeten zo correct en eerlijk mogelijk worden weergegeven. En waar nodig gecheckt.

Als dat laatste goed lukt, kom je wie weet ook eens nieuwe feiten op het spoor, of trap je zomaar, om met Donald Rumsfeld te spreken, een unknown unknown op zijn staart. God, zit dat zo? Nooit geweten.

Ervaringen en meningen zijn belangrijk, maar feiten blijven de brandstof van de journalistiek.

    • Sjoerd de Jong