Mosselen op toast en dikke wintersoep

Mosselen op toast

In deze verrukkelijke saus geven de fenegriekblaadjes net de iets vollere smaak. Ze zijn te vinden bij goedgesorteerde specerijenstallen op markten, of bij dito winkels. Wie ze niet vindt, kan of een snufje fenegriekpoeder gebruiken, of, als dat er ook niet was, een half theelepeltje kerriepoeder.

1 middelgrote ui, 2 teentjes knoflook, 50 g boter, 125 g (½ pak) tomaten in stukjes, 1 el witte wijnazijn, 1 dl witte wijn, 1 kilo mosselen, 1 el bloem en 1 el boter, 1 dessertlepel fenegriekblad, 1,5 dl slagroom, stokbrood, knoflook

Hak de ui en de knoflook fijn en bak ze op niet te hoog vuur in de boter tot ze iets beginnen te kleuren. Doe er de tomaten bij en de wijnazijn en kook het geheel wat in. Doe er de wijn bij, breng aan de kook en doe de mosselen in de pan. Laat de mosselen met het deksel op de pan koken tot ze open zijn, hussel ze tussendoor nog een keer goed om.

Zet de vergiet in een schaal en giet de mosselen erin. Laat heel goed uitlekken, het kookvocht wordt de saus.

Haal de mosselen uit hun schelpen. Giet het kookvocht door een zeef in een steelpan.

Kneed de boter en de bloem door elkaar. Zet de steelpan op het vuur, breng het vocht aan de kook en doe er steeds, al roerend met een garde, een plukje van de beurre manié (het boter en bloemmengsel) bij waardoor de saus zal binden. Voeg de fenegriekblaadjes toe en de slagroom en laat het geheel nog wat sudderen tot een mooie, gladde saus is verkregen. Doe de mosselen bij de saus.

Snijd sneetjes stokbrood, rooster ze en wrijf ze in met een doorgesneden teentje knoflook. Serveer de mosselen op de warme toast. Dit is een voorgerechtje, geen toast voor uit de hand!

Dikke wintersoep

1 struik bleekselderij, ½ selderieknol, 1 bosje peterselie, 2 winterwortelen, 4 tenen knoflook, ½ groene kool, 2 blikken à 400 g witte bonen, 120 g oud brood (of een halve niet afgebakken ciabatta), olie

Schil alle groenten die dat nodig hebben en snijd alles in kleine stukjes. Verwarm de olie in een royale pan en voeg steeds een groentesoort toe: bleekselderie, dan knoflook, dan wortel, dan peterselie, dan kool. Bestrooi met weinig zout en royaal peper. Giet er ongeveer een liter water of groentebouillon bij en laat het geheel zachtjes koken, tot de groenten beetgaar zijn.

Giet 1 blikje bonen af en spoel ze af. Doe de bonen bij de soep. Maal het andere blikje bonen met een staafmixer fijn, giet bij de soep. Scheur het brood in stukjes en doe het bij de soep. Zet de pan soep buiten en laat de smaken huwen. De volgende dag pas eten, opdienen met eventueel nog wat geraspte kaas, of een scheutje extra olie. Het is een heel dikke soep, dat hoort, dat maakt hem zo lekker.