Miljonair

Een morsig internetcafé in Palo Alto, Californië. Naast me aan de bar staarde een jongen met krullen en een Harvard-sweatshirt treurig in zijn glas bier. Wat is er met jou aan de hand, vroeg ik. Hij begon te klagen.

Over een meisje dat hem had laten zitten. Over Olympische roeiers die hem een poot wilden uitdraaien. Over een zakenpartner die coke snoof. En dan was er nog een ellendeling die er een boek en een film van wilde maken.

Ik had met hem te doen. Toen het uren later op afrekenen aankwam, bleek hij blut. Geen cent op zak. Blozend vroeg hij of ik misschien wat aandelen wilde? Hij was net een bedrijfje begonnen, en… Ik haalde mijn schouders op. Laat maar, zei ik, en trok mijn portemonnee. (SdJ)