Met een schietprofessor naar Spelen

Voor geweerschutter Peter Hellenbrand is kalmte cruciaal op zoek naar tienden van een millimeter. „Ik moet mijn wapen bewegen alsof ik slaperig ben.”

Zonder navigatiesysteem had Peter Hellenbrand twee weken geleden het beboste dorpje Mestecko Trnavka niet gevonden. Hij reisde naar het noordoosten van Tsjechië voor een bezoek aan een van de beste fabrikanten van schietsportkleding. Tussen de stroomuitvallen voorzagen kleermakers hem in twee dagen van een op de millimeter gesneden canvas schietpak in de kleuren van de Nederlandse vlag. Het was de gemiste trainingen waard. „Ik wil het risico niet nemen dat ik straks op details de olympische finale mis.”

Hellenbrand schiet deze dagen in de Haagse sporthal Ockenburgh bij Intershoot, een internationale schietsportwedstrijd. De luchtgeweerschutter (10 meter) won vorige week al een grote wedstrijd in München, tussen schutters van olympisch niveau. Hij hoopt deze maand vormbehoud te tonen bij de EK in Finland en anders bij een van de komende drie World Cups, om zich definitief voor Londen te plaatsen.

Het olympisch startbewijs zal een opluchting zijn voor de schietsportbond KNSA, dat vier jaar geleden geen schutter naar Peking mocht sturen en vreesde voor zijn subsidies. Ook voor komende zomer leek plaatsing lastig voor een van de schutters, tot de 25-jarige Limburger Hellenbrand in april een olympische nominatie behaalde.

Keerpunt was een jaar geleden het ontslag van bondscoach Bernard Kooistra bij de nationale selectie van geweerschutters. Hellenbrand: „We hadden het gevoel dat hij ons remde in onze ontwikkeling. Zo zag hij het niet zitten dat wij stages wilden lopen bij buitenlandse trainers. De kleine ergernissen liepen aardig op, tot het niet meer ging. De bond was sceptisch over de breuk, maar ik wist dat ik op deze manier de Olympische Spelen zeker niet zou halen.”

De KNSA vroeg Hellenbrand wie in zijn ogen de ideale bondscoach was voor de olympische missie. Hij koos voor Heinz Reinkemeier, trainer van onder anderen de Indiër Abhinav Bindra, olympisch- en wereldkampioen. De Duitse coach geldt als een professor in de schietsport en bleek bereid te helpen, al gaf hij de beste Nederlander twintig procent kans op het halen van de Spelen.

Hellenbrand zweert bij de technische aanpak van Reinkemeier, die een tikje verstrooid oogt als hij zijn schutters bestudeert. „Hij heeft veertig jaar ervaring met topschutters en herkent een patroon bij hen. Heinz ziet wat andere trainers niet zien. Hij heeft mijn houding met centimeters gecorrigeerd, omdat ik niet mooi parallel stond ten opzichte van de baan. Met de hoogte van schouders en ellebogen, de stand van de rug en armen en de greep op het wapen is dat een stuk verbeterd.”

Reinkemeier is ook sportpsycholoog en leerde de energieke prater Hellenbrand meer rust te houden bij wedstrijden. „Ik ben van mezelf een koele kikker, heb het goede karakter voor deze sport, maar elke beweging kan een soort hectiek oproepen en de hartslag verhogen. Heinz vertelt me dat ik tussen de schoten mijn wapen moet bewegen alsof ik slaperig ben. Ook laat hij me focussen op mijn techniek, zodat ik alles om me heen vergeet. Hij vertaalt wetenschap naar trucs voor de schietsport.”

Hellenbrand verhuisde van het nationale trainingscentrum in Arnhem terug naar Brunssum, waar hij zich met zijn vriendin gelukkiger voelt. Nu traint hij maandag en vrijdag bij zijn club in Landgraaf, dinsdag en donderdag in Aken en woensdag in Dortmund, waar hij zich met toppers meet. Ook schiet hij in Düsseldorf wedstrijden in de Bundesliga. „Schietsport is in Duitsland heel populair. Daar is het net darts en moet ik één tegen één schieten met duizend fans met ratels achter me. Een eigenlijk saaie sport wordt dan toch leuk om naar te kijken.”

De laatste maanden verslaat Hellenbrand, ook geholpen door talentenbondscoach en tweevoudig olympisch deelnemer Dick Boschman, schutters die hij bij de Zomerspelen zal treffen. De vraag is of het hem ook in Londen zal lukken, in navolging van de laatste Nederlandse medaillewinnaar Eric Swinkels – zilver bij het kleiduivenschieten in 1976.

Meer nog dan destijds is het beste materiaal essentieel in de precisiesport, stelt Hellenbrand. „In een confectiepak hoor ik bij de subtop, maar voor de echte top heb ik dat maatpak nodig van zo’n tweeduizend euro. Hetzelfde geldt voor mijn geweer en de munitie. Bij de afstelling komt het aan op tienden van een millimeter.”

Als Hellenbrand zijn voorbereiding begint, heerst een serene sfeer in de Haagse sporthal. Hij erkent dat het imago van zijn sport een knauw heeft gekregen met schietdrama’s als in Alphen aan den Rijn, met legale wapens. De berichtgeving heeft hem gestoord. „Want bij hoeveel incidenten had de dader een illegaal wapen? Dat wordt nooit vermeld. En het gebeurt vast wel eens dat een honkballer iemand toetakelt met een knuppel, of een karateka met een trap. Dan wordt niet meteen de hele sport als een stelletje gekken weggezet, hoe verschrikkelijk zo’n daad ook is.”

Hij prijst de netheid van de schietsport. „Socialer dan hier kom ik ze niet tegen. Ik kan mijn mobiele telefoon gewoon in mijn jas laten zitten zonder bang te zijn voor diefstal. Ongevallen komen niet voor, omdat de veiligheidseisen – terecht – ontzettend streng zijn, van de keuring van het wapen vooraf tot de controle op kogels na afloop. De sport kan zich geen heisa veroorloven.”

Hellenbrand hield altijd al tot in het extreme rekening met zijn sport. Als middelbare scholier liet hij zich eens in elkaar slaan bij een beroving op straat in Brunssum. „Ik was als vijftienjarige al stevig gebouwd en had mijn kracht niet in de hand. Ik zat al bij de nationale jeugdselectie en durfde niets terug te doen, bang dat het consequenties zou hebben. Straks geef ik een rake klap terug en wordt het zo gedraaid dat ik na een aangifte mijn wapenvergunning moet inleveren. Dan liever een pak slaag.”

    • Michiel Dekker