Meineedzaak raakt kern van rechtersambt

Justitie vervolgt twee oud-rechters uit Den Haag voor meineed. Het is het ernstigste integriteitsincident in de rechtspraak de laatste jaren.

Twee oud-rechters worden vervolgd wegens meineed omdat ze een vriendschapsband ontkenden. Die vriendschap is mogelijk gebruikt om de uitkomst van een civiele zaak te beïnvloeden.

De vervolging van het duo Westenberg en Kalfbleisch lijkt het ernstigste integriteitsincident in de rechtspraak van de laatste decennia. Een periode waarin de rechtspraak toch al niet meer op natuurlijk gezag kon rekenen. De oorzaken daarvan variëren van de achteraf onjuiste veroordelingen van Lucia de Berk en Ina Post tot het stoethaspelen in het strafproces-Wilders. De meineedzaak is daarmee vergeleken veel ernstiger omdat hier integriteit en onkreukbaarheid ter discussie staan: de absolute kern van het rechtersambt.

Publicitair gaat het ook al niet goed. Politici voelen zich niet meer geremd om rechterlijke uitspraken openlijk te bekritiseren. Fouten krijgen prominent aandacht. Daarbij wordt de rechter meestal als een boekengeleerde neergezet die geen contact met de burger heeft en vertier in eetclubjes in eigen kring zoekt.

Tot nu toe betroffen de misstappen van de ongeveer 2.500 rechters in Nederland, voor zover bekend, meestal privé-uitglijders of gebleken ongeschiktheid. Uit een overzicht van de Raad voor de Rechtspraak uit september blijkt dat in de laatste tien jaar acht rechters een schriftelijke waarschuwing kregen wegens onprofessioneel gedrag. Elf rechters namen ontslag omdat ze in problemen kwamen. In die laatste categorie viel Westenberg, die van zijn rechtbank een ruime pensioenregeling kreeg.

De disciplinaire waarschuwingen werden uitgedeeld voor ongewenste intimiteiten, ondermaats presteren, alcoholmisbruik, schending van het ambtsgeheim, misdragingen ‘in de privésfeer’ of ‘onprofessioneel gedrag’ of combinaties ervan. Eén rechter kreeg een officier van justitie zover naslag te doen in de politieregisters voor privédoelen. De buren maakten zich zorgen over de antecedenten van hun dochters vriendje.

Rechters die ontslag namen, deden dat vaak om strafontslag te voorkomen. Een aantal bleek zelf verdachte van een misdrijf in een gerechtelijk vooronderzoek. Om welke misdrijven het ging, onthulde de Raad niet. Van één raadsheer is bekend dat hij zijn vriendin mishandelde. Twee rechters stapten op wegens alcoholmisbruik in het verkeer ‘met verergerende omstandigheden’.

Westenberg en Kalbfleisch zijn echter al geen rechter meer. Beiden zijn onder druk van deze kwestie voortijdig afgevloeid. De één bij de rechtbank Den Haag, de ander werd geschorst bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA). Zij worden nu verdacht van meineed in functie, niet van privégedoe dat hun gezag als rechter aantastte. Het gaat bovendien niet om de eersten de besten. Beiden waren senior-rechter. Kalfbleisch was als coördinerend vicepresident leidinggevend.

Opvallend is dat de vervolging beperkt wordt tot meineed. De aangifte omvatte ook belangenverstrengeling en valsheid in geschrifte. Dat heeft het OM dus niet kunnen bewijzen. Of nog niet. Deze vervolging stelt hoe dan ook de beroepsintegriteit van de rechtspraak als zodanig ter discussie. Feitelijk is de verdenking van corruptie geloofwaardiger geworden. Kalbfleisch zou op verzoek van een privérelatie, tevens procespartij, de zogeheten Chipshol-zaak aan zijn vriend Westenberg hebben toegewezen met de bedoeling de schade voor zijn relatie te beperken.

Binnen Justitie is dat een sensationele verdenking, die ver buiten het voorstellingsvermogen van de hele rechtspraktijk lag. Wie tot nu toe dacht dat Nederlandse rechters ook maar in staat zouden zijn om gemene zaak te maken met procespartijen uit privéoverwegingen, werd voor gek versleten. Zoiets kwam niet voor. Alle bekende fouten tot nu toe waren min of meer menselijke tekortkomingen. Nu ligt er een meineed op tafel en is het onbespreekbare, het ondenkbare toch een reële hypothese geworden. Ongeacht hoe de zaak afloopt is de vervolgingsbeslissing van het Openbaar Ministerie al een enorme deuk in het aanzien van de rechtspraak.

Dat rechter Westenberg niet helemaal een ongeloofwaardige kandidaat is, werd eind 2010 duidelijk. Toen werd bekend dat hij als rechter eerder flagrant de gedragscode schond. Als de rechtbank Den Haag dat tijdig had ontdekt, had men hem zeker een disciplinaire straf proberen op te leggen, zo verklaarden een geschokte rechtbank en Raad voor de Rechtspraak destijds. Behalve als magistraat was Westenberg namelijk ook actief als particulier juridisch adviseur. Hij had tegen vergoeding een vonnis van een collega van de eigen rechtbank geanalyseerd op kansen voor een succesvol hoger beroep. Dat deed hij in opdracht van nota bene zijn oud-collega Kalbfleisch, toen voorzitter van de NMA was.

Dit akkefietje wierp ook een bedenkelijk licht op Kalbfleisch. Die had zijn oud-collega dus uitgelokt de normen over nevenfuncties aan zijn laars te lappen. Toen kwam voor het eerst de vraag boven tafel of beide heren wellicht al langer elkaar de bal toespeelden. En of zij wellicht gewend waren het daarbij niet zo nauw te nemen met de beroepsethiek. Dat ze elkaar beter kenden dan ze later dat jaar onder ede aan de Chipshol advocaten verklaarden, bleek al uit de adviesopdracht zelf. Kalbfleisch tekende de opdracht aan ‘Beste Hans’ met het amicale „Ontvang mijn hartelijke groeten van huis tot huis”.