‘Kuddegedrag is het grootste gevaar in de bankwereld’

Sijbrand zag bij ABN Amro het gevaar van rommelhypotheken. Zijn waarschuwingen werden genegeerd. Nu houdt hij bij DNB toezicht op alle banken in Nederland.

DNB’er Sijbrand legt graag in de Kamer verantwoording af. „Ook wij kunnen fouten maken.” Foto Roger Cremers

Is er al iets veranderd in het half jaar dat Jan Sijbrand baas toezicht van De Nederlandsche Bank is? Zeker, zegt de 57-jarige wiskundige. Om te beginnen zijn kantoor. Sijbrand heeft het zithoekje met lage banken en een koffietafel, waar zijn voorganger Henk Brouwer gasten ontving, vervangen door een normale tafel en stoelen. „Werken doe je aan een tafel”, zegt hij.

Jan Sijbrand is de nieuwe ‘tweede man’ van DNB. Het is aan hem om te zorgen dat DNB een scherpe en alerte toezichthouder is, in een nieuwe structuur – opgelegd door Den Haag. Met meer macht voor de nummer twee. De politiek verwijt DNB laks handelen bij de ontmanteling van ABN Amro en de debacles met spaarbank Icesave en de DSB Bank. Waar de zoektocht naar een nieuwe president uitmondde in een ruzie tussen DNB en Den Haag, was de aanstelling van Sijbrand rap geregeld. Iedereen – bankiers, politici, ambtenaren – was overtuigd: deze man is de best gekwalificeerde toezichthouder.

Sijbrand begon zijn carrière bij Shell. „Vlammen”, zegt hij. „Ik maakte modellen hoe vlammen werken. Dat wilde Shell weten voor de kolenvergassing.” Sijbrand kwam terecht bij Shell in Londen. Daar deed hij het risicobeheer en de handel in derivaten. „Zo kwam ik in de financiële wereld terecht. Er werkten toen nog maar weinig wis- of natuurkundigen bij banken.”

De goede oude tijd?

„De tijd van sigaren. Er zaten vooral economen en juristen. Vanaf de jaren 90 kwamen er kwantitatieve mensen naar de banken en toen heb ik ook de overstap gemaakt.”

Waarom bent u bij ABN Amro weggegaan?

„Dat was in 2007, het laatste jaar dat ABN Amro was wat het was. In de jaren 2000 werden daar financiële producten populair waar ik moeite mee had en waar ik als risicomanager van wist dat ze gevaarlijk waren. Dat waren de producten die de kredietcrisis veroorzaakten: effecten gebaseerd op Amerikaanse hypotheken.”

U vond dat ABN Amro die niet moest kopen?

„Ik vertrouwde het niet. Maar als de hele markt beweegt, wordt er op een risicomanager druk uitgeoefend om mee te geven. Wiskundigen hebben veel ervaring met modellen en vanuit die invalshoek heb ik naar die producten gekeken. Ik zag dat ze weliswaar door kredietbeoordelaars als veilig waren bestempeld, maar dat er maar íets met de Amerikaanse economie hoefde te gebeuren of de kredietwaardigheid holde achteruit. Je kon zo van een AAA-rating naar een BB gaan. Dat soort spul moet je niet bij een bank willen hebben. Ik zag niet aankomen dat de crisis zo groot zou worden, maar dat het niet goed zat, was duidelijk. Daar had ik zodanig moeilijkheden mee dat ik mijn conclusies heb getrokken.”

En u slaagde er niet in om dat duidelijk te maken bij ABN Amro?

„Het gevaarlijkste is het kuddegedrag. Als iedereen linksaf gaat, is het heel moeilijk rechtsaf te gaan. Bankmanagers maken liever geen fouten, maar als ze fouten maken dan maken ze liever allemaal dezelfde fout.”

Waarom wilde u naar DNB?

„Voor risicobeheer is het de topfunctie in Nederland. Bij een bank weet je meer over je eigen bank dan de toezichthouder. Maar hier heb je het beste overzicht. Een toezichthouder moet banken ruimte geven om hun activiteiten te ontplooien, maar zo dat het niet onveilig wordt. Je moet niet alles wegdrukken.”

Wat voor een persoon is een toezichthouder?

„Iemand die zich van nature zorgen maakt over alles. Wat kan hier fout gaan? Dat is altijd de grote vraag.”

Wat gaat u anders doen dan uw voorganger?

„In het verleden deed een toezichthouder – of bij grote banken een team van toezichthouders – alles met zijn instelling. Je had het team Rabobank, het team ING, het team ABN Amro. Dat gaat veranderen. Toezicht wordt meer op thema’s gericht. Er komt een team dat kijkt naar de financieringsstrategie van alle banken, een team voor het bedrijfsmodel van alle banken, een team dat kijkt naar belangen van banken in commercieel vastgoed. Voordeel van dit soort teams is dat ze verschillen en overeenkomsten zien. Ze kunnen vergelijken en met adviezen komen. Ze kunnen tegen banken zeggen: jullie denken dat jullie het goed doen, maar wij zien dat jullie toch matig scoren vergeleken met de rest.”

Vindt u de hypotheken een probleemonderwerp?

„Ja. De totale balans van Nederlandse banken zit boven de 2.000 miljard euro, daar zit 400 miljard spaargeld aan financiering in en de rest is iets anders. Nederlandse banken zijn dus nogal afhankelijk van de kapitaal- en geldmarkt. Dat komt omdat ze zoveel hypotheken op de balans hebben staan waar ze financiering voor moeten vinden. Daar maken wij ons zorgen over. Wij vrezen niet dat banken opeens grote verliezen lijden op hun hypotheekportefeuilles. Zelfs tijdens de huizencrisis van de jaren 80, die erger was dan de huidige, verloren banken slechts 1,5 tot 2 procent op hun hypotheken. Dat kunnen banken met gemak opvangen. Zij moeten wel ergens het geld vandaan halen om die hypotheken te financieren. Nu de kapitaalmarkt op haar gat ligt is dat een probleem.”

Wilt u dan dat banken kleiner worden?

„Wij zeggen niet dat banken kleiner moeten worden. Wij zeggen dat banken in staat moeten zijn zich te financieren en dat ze voldoende kapitaal hebben om de schuldencrisis te weerstaan. Maar ja, als je niet genoeg kapitaal kunt aantrekken op de markt, wat moet je dan? Dan gaan die banken vanzelf risico’s verkleinen en krimpen. Niet omdat we dat willen.”

Vanuit bankentoezicht bekeken is het een zegen dat de hypotheekmarkt niet functioneert?

„Er is weinig vraag naar hypotheken. Dat komt banken goed uit want ze hebben er te veel. Wij hebben van alle banken plannen gevraagd hoe zij hun vermogen gaan versterken. Ze rekenden allemaal voor dat de omvang van het spaargeld stijgt én dat het marktaandeel op de spaarmarkt stijgt. Alle marktaandelen van alle banken omhoog? Dat kan niet. Er is een financieringstekort in Nederland. We wijken af van andere landen; we hebben veel hypotheekschuld, maar ook veel pensioenreserves. Dus eigenlijk hebben wij geen spaartekort, maar een hypothekenoverschot.”

Wat kunt u als toezichthouder daar aan doen?

„Ik zie allerlei remedies. Klaas Knot zegt: ‘de oorzaak is de renteaftrek. Doe daar wat aan.’ Dat is een econoom die spreekt. Ik kijk ook naar de markt. Kunnen we daar niet iets slims doen. Sinds de Amerikaanse huizenmarktcrisis van 2008 gelden er veel strengere regels voor de effecten waarmee banken hun hypotheken financieren, terwijl die in Nederland niet gevaarlijk zijn. Maar als gevolg van de regels is het voor Nederlandse banken ook veel moeilijker die effecten uit te geven. Internationaal proberen we voor elkaar te krijgen of sommige regels niet wat soepeler kunnen.”

Wat is de rolverdeling tussen u en Klaas Knot?

„Klaas is de president en het gezicht van de bank. Hij doet primair monetaire zaken, ik doe primair toezicht. DNB als monetair instituut is onafhankelijk. Daar kan de politiek niks over zeggen. DNB als toezichthouder is een zelfstandig bestuursorgaan en moet verantwoording afleggen aan de minister en de Tweede Kamer. Wij kunnen fouten maken. Dat verantwoorden moet ik doen, niet Klaas. Hij krijgt anders vragen bij de ECB: ben jij wel onafhankelijk?”

Heeft u meer bevoegdheden dan in het oude regime?

„Niet zoveel meer. Er komt een nieuwe interventiewet aan, die het mogelijk maakt sneller in te grijpen bij banken in nood. Dat is uitsluitend voor noodgevallen. Ik merk dat DNB veel op gezag voor elkaar krijgt. Je hoeft niet altijd op je juridische strepen te gaan staan.”

Hoe kunnen banken nu aansterken als ze tegelijkertijd aan het infuus van de ECB hangen?

„Voordat de ECB in december besloot om niet meer voor drie maanden, maar voor drie jaar tegen een zeer lage rente aan banken te lenen, lukte het een klant niet een lening voor vijf jaar te krijgen om een schip of een tractor te kopen. Banken durfden geen langere leningen meer te verstrekken omdat het niet lukte dat geld van elkaar te lenen. Nu, na de ingreep van de ECB, zullen banken die tractor wél financieren. Het is opvallend hoe de ECB voor rust heeft gezorgd. Toen we de kerstperiode ingingen was iedereen crisismoe. Ik heb tussen Kerst en Oud & Nieuw het nog nooit zo rustig gehad. Geen mails. Normaal knettert dat altijd door tot het eind van het jaar.”