Kraakhelder over Syrië

‘We zijn het aan het Syrische volk verplicht onze ogen niet te sluiten voor de aanhoudende onderdrukking’. Die uitspraak van de Duitse topdiplomaat en liberale politicus Michael Link in de Veiligheidsraad werd deze week in Duitse media veelvuldig aangehaald. De Berlijnse Tagesspiegel citeerde eerder al Links chef, minister van Buitenlandse Zaken Guido Westerwelle, die opriep tot „een snel en vastberaden optreden” van de internationale gemeenschap tegen het Syrische geweld.

Zaterdag zou de VN-veiligheidsraad volgens diplomaten over een resolutie stemmen die het Syrische regime veroordeelt en waartegen Rusland zich de afgelopen week verzette. Berlijn volgt de ontwikkelingen in Damascus en omstreken nauwgezet en laat geen gelegenheid voorbij gaan om te reageren.

Dat was wel anders ten tijde van de NAVO-acties tegen het bewind van Gaddafi in Libië, toen Duitsland zich nadrukkelijk afzijdig hield. Toen moesten de Duitse media uitleggen dat er internationaal weliswaar begrip was voor de historische huiver van de Bondsrepubliek als het om oorlogvoeren gaat, maar dat de Duitse positie tegelijkertijd werd gezien als lafheid en zelfs als steun aan Gaddafi.

Dat heeft het aanzien van Duitsland in de wereld grote schade berokkend. Tot overmaat van ramp slaagden minister Westerwelle en later bondskanselier Merkel er maar niet in om het genuanceerde Duitse standpunt inzake Libië helder voor het voetlicht te krijgen.

Oud-bondskanselier Helmut Kohl en voormalig minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher – de eerste een partijgenoot van Merkel, de tweede van Westerwelle – kregen uitgebreid de gelegenheid om hun ongenoegen over het regeringstandpunt toe te lichten. Dat kwam erop neer dat Duitsland zich vervreemdde van de westerse bondgenoten.

De boodschap was duidelijk: zo moet het niet nog eens. De commentaren in de Duitse kranten eisten dat ook, de conservatieve Frankfurter Allgemeine Zeitung voorop.

Met Syrië loopt het dan ook anders. Guido Westerwelle, die deze week het Midden-Oosten bezocht, zei in Tel Aviv unverfroren: „President Assad heeft geen toekomst. Zijn gruweldaden en repressie moeten stoppen.” Zo’n uitlating levert op tv handzame soundbites en voor kranten eenduidige koppen op. Niemand hoeft nu over het Duitse standpunt te twijfelen.

Dat er een verbale oorlog tussen Berlijn en Damascus heerst, was eerder al in kleine kring duidelijk geworden. In oktober vorig jaar zei de Syrische ambassadeur bij de Verenigde Naties dat de Duitsers, „die de Joden in Europa hebben vervolgd”, nu een „leugenachtige en bedrieglijke VN-resolutie” steunen. Het Duitse boulevardblad Bild sprak schande van deze „volstrekt onacceptabele uitlating” en wist te melden dat de Syrische ambassadeur in Berlijn door Westerwelle op het matje werd geroepen.

Het Duitse Syrië-beleid „is bepaald door de fouten die we met Libië hebben gemaakt”, heet het droogjes in Berlijn. Je hoeft de kranten er maar op na te slaan om te zien wat dat betekent.

Joost van der Vaart

    • Joost van der Vaart