Klussende doctorandussen

Een groot huis voor een aantrekkelijke prijs? Marleen Luijt kocht een kluswoning. Hoe hoogopgeleiden achterstandsbuurten helpen opknappen.

Het klushuis aan de Tolhuisweg 239 van Avril en Talib. De huidige keuken was voorheen een gang met kleine keuken. Foto: Arvril en Talib

De geschrokken reacties op onze uitnodigingskaart voor de housewarming kan ik me nog goed herinneren. Op de voorkant stond een foto van ons huis in de pre-klusfase. Op de grond lag een berg puin, uit het deels open plafond bungelde wat latjes en de muren bestonden uit een mix van metrotegels, afgebladderd schilderwerk en gatenbeton. Er boven stond: ‘Een jaar geleden...’

Een jaar geleden gingen wij van die ruïne een paleisje maken. We werden voor gek verklaard, maar het wérd ons paleisje. Al moet ik bij de woorden ‘lekker klussen’, vaak te horen in de vele klusprogramma’s op tv, nog altijd een beetje grinniken.

Ons huis is een zogenoemd klushuis. Dat zijn oude huizen in oude wijken, die door de nieuwe bewoners zelf worden opgeknapt. Dat betekent maanden, zo niet jaren lang, elke vrije minuut besteden aan vergaderen en klussen. Waarom zou een mens dat willen? Geloof me, dat vraagt iedere klushuisbezitter zich op een bepaald moment af. Waar zijn we aan begonnen? Ik had het bijvoorbeeld na het dagenlang afbikken met beitel en hamer van het oude pleisterwerk. Tik tik. Tik tik. Tik tik. Zelden iets gedaan wat zo weinig voldoening geeft. Daarna gaat er een hele nieuwe laag stucwerk overheen.

Er is een heel goede reden waarom iemand zichzelf dit aandoet. Meerdere redenen zelfs. Voor weinig geld kun je een huis kopen en het helemaal naar eigen wens indelen.

In De Driehoek op Katendrecht, een recent opgeleverd klushuizenproject in Rotterdam, kochten de bewoners elk zo’n 200 vierkante meter voor 60.000 euro en knapten de bouwvallen collectief op. De voorgevel bleef staan, maar de binnenmuren werden doorgebroken en de achtergevel werd vervangen. Ze maakten een gemeenschappelijk dakterras, creëerden vides, plaatsten interne goederenliften en inloopkasten, grote keukens en vrijstaande baden.

„Afgelopen zomer ben ik met mooi weer de voordeur niet uitgeweest”, vertelt Leontine Vreeken (35). „Ik pakte een fles wijn, wat glazen en liep via het dakterras naar de buren om samen van de avondzon te genieten.”

Dat is een ander, bijkomstig voordeel van een klushuizenproject: de band die toekomstige buren met elkaar opbouwen. Als ze in hun huis trekken, dan weten ze al wie er om hen heen wonen. Ze hebben elkaar vrij goed leren kennen tijdens het wekelijkse overleg van de bouwmaterialencommissie, binnentuincommissie of een van de vele andere bouwcommissies.

Creatieve sector

Diverse grote gemeentes en woningcorporaties initiëren en stimuleren deze projecten. Ze hoeven de oude woningen zo niet zelf op te knappen en in de vaak vervallen achterstandswijken komt een nieuwe groep bewoners die verandering brengt. Dat geldt althans voor de projecten met meerdere huizen, de enkele kluswoningen die worden vrijgegeven veroorzaken niet zo’n kentering. De nieuwe groep voelt zich na alle inspanningen verbonden met de wijk. Bovendien zijn deze bewoners dikwijls hoger opgeleid, merendeels autochtoon en relatief vaak werkzaam in de creatieve sector – anders dan de oorspronkelijke groep bewoners die laagopgeleid, huurder en meestal allochtoon is. Zie Katendrecht. Daar gold in 2008, toen de plannen voor De Driehoek in volle gang waren, zelfs nog een avondklok voor overlastgevende jeugd.

Het is dit jaar vijf jaar geleden dat het eerste, door een gemeente geïnitieerd klushuizenproject werd opgeleverd. Dat was het Wallisblok in de Rotterdamse wijk Spangen. De gemeente investeerde 35.000 euro per woning, betaalde het nodige funderingsherstel en stelde onder meer een architect en adviesbureau aan om de bewoners te begeleiden. De 36 kopers kochten hun woning voor het symbolische bedrag van 1 euro. Voorwaarden: zij moesten de huizen binnen een bepaalde tijd grondig opknappen (zij besteedden per etage gemiddeld 50.000 euro) en er minstens twee jaar zelf gaan wonen.

Sindsdien is er veel gebeurd. In heel Rotterdam zijn inmiddels 534 klushuizen verkocht aan 238 kopers (veel kopers voegen meer klushuizen samen). Het concept is gekopieerd door commerciële partijen en andere steden, waaronder Arnhem, Amsterdam, Haarlem en Den Haag, hebben eigen klushuizenprojecten opgezet.

Ook het buitenland toonde interesse. Denen namen het idee over in Kopenhagen en Engelsen lieten zich rondleiden langs verschillende Hollandse klushuizen. Eind vorig jaar kreeg Rotterdam voor de klushuizen de innovatieprijs tijdens de Eurocities-conferentie in Genua. Deze Europese prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan projecten die de leefbaarheid in de stad verbeteren.

Zwarte Parel

Er waren meer prijzen vorig jaar, met name voor het bekendste klushuis: De Zwarte Parel in de Rotterdamse wijk Charlois. Het zwart geschilderde huis won de publieksprijs tijdens de Dutch Design Awards en werd benoemd tot Gebouw van het Jaar in zijn regio. Eigenaar Rolf Bruggink betaalde 35.000 euro voor het bouwval. „We hadden de kans een verschil te maken in een arme wijk”, vertelde hij The New York Times, die onlangs een artikel en fotoreportage aan het huis wijdde. „En de prijs van het huis was erg aantrekkelijk.”

Wie ooit als eerste bedacht heeft om particulier opdrachtgeverschap toe te passen in oude wijken, is niet helemaal duidelijk. Nu het klushuizenproject succesvol is gebleken, claimen meer partijen het wiel te hebben uitgevonden. Adviesbureau Urbannerdam en Hulshof Architecten doen al vanaf het begin mee, en vanuit de politiek is Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam een belangrijke aanjager geweest. Zeker is dat het in Rotterdam voor het eerst vorm kreeg.

Toch is Hamit Karakus, wethouder Wonen en Ruimtelijke Ordening, voorzichtig om het klushuizenproject ‘typisch Rotterdams’ te noemen. „Maar je ziet wel vaak dat nieuwe initiatieven hier beginnen, omdat ontwikkeling niet vanzelf gaat in deze stad. Van alle stedelingen hebben Rotterdammers gemiddeld het laagste inkomen en gemiddeld zijn zij het laagst opgeleid. Wij moeten creatiever zijn in het aanpakken van stadse problemen.”

De gemeente Rotterdam wil hoogopgeleide mensen van buiten aantrekken en degenen die in de stad hebben gestudeerd behouden. Als de gemeente die mensen zo ver krijgt ook nog te kiezen voor de places not to be, oude vervallen wijken dus, is zij helemaal content. Karakus: „Zij kunnen voor dynamiek zorgen in een wijk, dankzij hun opleiding, hun achtergrond, hun vaak creatieve beroep. Zij kunnen een buurtbarbecue organiseren en met de gemeente kritisch kijken naar het functioneren van de wijk.”

Het manco van klushuizen is dat ze altijd anders zijn. Het plan voor het ene project kan nooit gebruikt worden voor een volgend project. „Je weet nooit wat je tegenkomt”, zegt Frans van Hulten, directeur van adviesbureau Urbannerdam. Vooronderzoek is erg belangrijk, daar zijn de projectbegeleiders in de loop van de tijd wel achter gekomen. Daarmee voorkom je bijvoorbeeld dat de bouw moet worden stilgelegd omdat de bodem verontreinigd blijkt. Er zit ook een maximum aan het aantal huizen dat als collectief gerenoveerd kan worden. Hoe meer bewoners, hoe trager de besluitvorming. Bovendien: de gemeente moet eerst maar zien of zij een aaneengeschakelde rij woningen kan aanbieden – daar gaat, als eigenaren niet willen verkopen, flink wat tijd en geld in zitten.

Besmet

Een ander manco is dat de huizen niet voor iedereen geschikt zijn. „Er zijn mensen geweest die afhaakten omdat ze er te licht over dachten”, zegt Karakus. En als van de tien deelnemers er acht afhaken, raakt een project besmet. Dan is het gedoemd te mislukken.

Op Katendrecht dreigde dat te gebeuren. De richtprijzen die de gemeente in de advertenties noemde voor het opknappen van de woningen, bleken achteraf te laag. Vooral de sloopkosten vielen hoger uit en ook de brandweer kwam met nieuwe, prijs opdrijvende eisen. Niet iedereen kon zijn huis meer betalen, sommigen stapten uit het project. Corporatie Woonstad Rotterdam moest voor de overgeblevenen een nieuwe constructie opzetten. Door dit alles liep de planning fors uit en vertrokken ook anderen om die reden alsnog. Uiteindelijk konden de lege plekken opgevuld worden.

Het ene project verloopt soepeler dan het andere. Maar ook als het project relatief makkelijk vordert, heeft het grote invloed op het leven van de klusser. Hun belevenissen zijn dan ook op tientallen blogs te lezen. Zo ook die van Damian Zarebski (32), een van de bewoners in het Katen-drechtse huizenblok. Nu hij er een jaar woont, somt hij op waar toekomstige klussers rekening mee moeten houden:

Je relatie moet tegen een stootje kunnen, deze wordt flink getest;

Als je single bent: vergeet daten tot je huis klaar is;

Houd rekening met tegenslag en laat je hierdoor niet uit het veld slaan;

En, de laatste tip: doe het alleen als je klussen leuk vindt, of als je handig bent in uitbesteden.

Toch heeft Zarebski, net als de andere bewoners op Katendrecht, geen spijt van zijn avontuur. Staand op zijn dakterras, met uitzicht op de skyline van Rotterdam, zegt hij: „Ik kon al mijn fantasieën kwijt. En een erg leuke bijkomstigheid is de verbondenheid met je buren. We hebben het samen gedaan.”

    • Marleen Luijt