Kiezen voor Straatsburg

Een advocaat moet bij het politieverhoor aanwezig zijn. Asielzoekers binnen Europa doorschuiven naar landen die geen menswaardige opvang bieden, mag niet. De politie mag geen persfoto’s in beslag nemen als de redactie anonimiteit toezegde. Het is maar een greep uit de oogst aan correcties die het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg Nederland oplegde. Zonder het verdrag EVRM over de mensenrechten kende Nederland nu geen onafhankelijke bestuursrechtspraak, was de militaire strafrechtspraak niet hervormd en bestond er geen Wet bijzondere opname psychiatrische ziekenhuizen.

Het verdrag wordt wel gezien als de laatste bescherming tegen de staat voor de burger, die immers geen direct beroep op de eigen Grondwet toekomt. Het werd in 1953 gesloten als rechtstatelijk ijkpunt voor het naoorlogse Europa, dat nooit meer in dictatuur, genocide en onderdrukking verzeild wilde raken.

Decennia later liggen Hof en Verdrag onder vuur, vooral bij VVD en PVV. Zij verwijten de rechters zich als „politici in toga” te gedragen, die in ieder conflict wel een beschadigd mensenrecht ontwaren. Een verouderd verdrag waar ooit een „ander Nederland” mee akkoord ging en dat nu te ver wordt opgerekt. Duur en overbodig, maar vooral „democratisch niet gelegitimeerd”.

Deze kritiek past in een zorgelijke trend. De Britse premier Cameron zei vorige week dat het Hof „meer respect” moet hebben voor uitspraken van de hoogste Britse rechters. Straatsburg moet vooral geen „vierde instantie” voor immigratiezaken worden. Eenzelfde ergernis is ook bij de Nederlandse coalitie te bespeuren. Ook het kabinet vindt dat Straatsburg Nederlandse vonnissen alleen opzij mag zetten als die „kennelijk onredelijk” zijn. Feitelijk vraagt het kabinet dus om een ruimere „eigen waarderingsvrijheid” van mensenrechten dan die het Hof toestaat.

Dergelijke pleidooien zijn politiek begrijpelijk, gezien de druk op het thema migratie, maar ook tamelijk naïef. De Adviesraad Internationale Vraagstukken zegt terecht dat het kabinet onvoldoende afstand houdt tot deze onafhankelijke rechter. De taak om te beoordelen of de mensenrechten geschonden worden, is nu eenmaal bij uitstek aan Straatsburg opgedragen. Daar kun je over piepen, maar niet aan morrelen. Het is net zoiets als zwangerschap – een beetje onafhankelijkheid bestaat niet.

Voor Camerons vraag om „meer respect” geldt hetzelfde. Respect moet verdiend worden: door een onberispelijke bestuurspraktijk bijvoorbeeld. In politieke zin bij voorbaat om respect bedelen, is armzalig en arrogant.

Nederland doet er goed aan de spiegel die het Hof voorhoudt te appreciëren. Den Haag heeft van de 47 verdragslanden numeriek een veel te groot aandeel in het aantal spoedzaken dat afgewezen asielzoekers indienen. Tien procent van alle spoed-asielzaken in Straatsburg in 2010 was maar liefst tegen Nederland. De helft van die eisen werd toegewezen. Voorlopige conclusie: onze asielrechtspraak is naar universele mensenrechtsnormen onder de maat.

De klachten over gebrek aan democratische legitimatie van het Hof wekken verbazing. Onafhankelijke rechtspraak, ook van internationale rechters, is het gevolg van eigen, democratische keuzen. Ook de normen die het Hof toepast, zijn in ieder opzicht ‘van ons’. Nog onlangs, bij de ratificatie van het Verdrag van Lissabon, is het EVRM herbevestigd door het parlement als de benedennorm voor mensenrechten. Ook politiek is het verdrag dus een living instrument, om de doctrine te citeren waarmee het Hof in 1978 zichzelf ruimte verschafte om lijfstraffen op Britse scholen te verbieden.

Sindsdien mogen verdragsbepalingen uit de jaren vijftig in het licht van moderne omstandigheden worden geïnterpreteerd. Met name burgers in de nieuwe EU-landen uit het voormalige Warschaupact hebben enorm geprofiteerd van de bescherming door Straatsburg. Het Europese Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens is en blijft onontbeerlijk.