‘Ik merk nu dat ik er meer bij hoor’

Roem, daarover gaat de tweede roman van bestsellerauteur Robert Vuijsje.Een gesprek over BN’ers, scheiden en vaderschap.

Robert Vuijsje. De hoofdpersoon in zijn nieuwe roman is Sam Green. ‘Ik ben anders dan Sam Green. Hij is BN’er. Ik niet.’

Twee keer haalde het leven schrijver Robert Vuijsje (41) in. Hij wilde een roman schrijven over roem, en wat dat doet met mensen. Nog voor hij de eerste letter ervan schreef, ondervond hij zelf wat roem is. Zijn eerste boek Alleen maar nette mensen, kreeg twee literatuurprijzen (De Gouden Uil en de Inktaap) en werd genomineerd voor een derde. Robert Vuijsje kwam op televisie en was ineens bekend. Verkocht hij eerst 4.000 boeken in een jaar, het werden er 4.000 per dag.

De tweede roman moest over roem gaan, en over vader-zoonrelaties. Zelf was hij net vader van een zoontje (Sonny), hij scheidde van de moeder van dat zoontje, en werd opnieuw vader van een zoon (Samuel) met zijn nieuwe vriendin. Die nieuwe vriendin heet Lynn, ze is Surinaamse en woont in Almere. Hij komt er net vandaan. Met de auto die eerst naar de garage moest en die hij toen nog moest zien te parkeren in de binnenstad van Amsterdam, waar restaurant Momo zit. Dat leek Robert Vuijsje een geschikte lunchlocatie. „Passend bij de sfeer van mijn boek.”

De roman is af, de titel is Beste vriend. Hoofdpersoon is Sam Green, die beroemd is om het beroemd zijn. Wat precies zijn werk is, komt de lezer niet te weten. Het doet er ook niet toe. Hij is veel en vaak op televisie. En om op de televisie te komen, hoef je, schrijft Robert Vuijsje, niet heel veel meer te doen dan: op televisie komen. Sams grootste droom is een tijdschrift maken met als titel: SAM; zijn tijd vult hij met Twitter-volgers tellen op zijn BlackBerry, en het aflopen van openingen, launches en boekpresentaties. Sam Green heeft een zoontje (Sammie), een zwarte vrouw (Venus) en woont in Amsterdam-Zuid. Pas als zijn huwelijk eindigt in een akelige scheiding, ontdekt Sam hoe hij vader moet zijn.

Momo is Amsterdams en hip, het eten Aziatisch. „Typisch een plek waar Sam Green graag komt”, zegt Robert Vuijsje. „Plus, de vorige keer dat ik hier at, vond ik het heel lekker.” Zwart overhemd, gouden ketting met een Davidster, spijkerbroek en gympen. Alles aan Robert Vuijsje aarzelt; zijn stem als hij praat, zijn bruine ogen als hij langs de mijne kijkt, en zijn lichaam als het plaats moet nemen tussen de tafel en het bankje. Hetzelfde tafeltje waar ik een jaar geleden met schrijver Kluun zat, ook vanwege een nieuw boek. „Kluun maakt meer dan ik deel uit van het stoere, snelle stadsleven.” Robert Vuijsje heeft daar een theorie over, zegt hij. „Als ik zelf stoer en snel was, had ik waarschijnlijk niet de reflectie om een jaar lang in mijn eentje op een zolderkamer een boek te schrijven over zo’n leven.”

Margriet

„De eerste keer dat ik Kluun ontmoette, vroeg hij of ik nog ergens ‘in’ stond. In NRC Handelsblad, zei ik, en in Vrij Nederland.” Hij zei: „Leuk voor je naam. Maar als je boeken wil verkopen, moet je in de damesbladen komen.” Libelle, Margriet, Viva.

Sam Green uit Beste vriend geeft in een hip, Aziatisch restaurant een interview aan een damesblad waarvan hij de naam vergeten is. Hij weet wat er van hem wordt verwacht. „De afspraak is: jij deelde iets met hen over jouw leven, zij gaven jou daarvoor in ruil publiciteit.” En iedereen wil altijd hetzelfde weten: „Hoe was de relatie met je ouders? Hoe was de relatie met je vrouw? Hoe was de relatie met je kind?”

Dat is, zeg ik, dus precies wat we nu ook gaan doen.

„Klopt”, zegt Robert Vuijsje. Hij gniffelt.

Bij Alleen maar nette mensen was het al moeilijk om de hoofdpersoon niet te vereenzelvigen met de schrijver. De hoofdpersoon in dat boek, een joodse gymnasiast uit Amsterdam-Zuid die eruit ziet als een Marokkaan, gaat in de Bijlmer op zoek naar een intellectuele negerin met flinke borsten en billen. Bij dit boek lijken er ook nogal wat overeenkomsten tussen personage Sam en Robert. „Het eerste boek was veel meer gebaseerd op mijn eigen ervaringen. Dat is nu anders. Maar toch roept het boek blijkbaar vragen op over wat echt is en wat niet. Het is door mij bedacht. Mijn gevoelens zijn de bouwstenen.”

„Ik ben anders dan Sam Green. Hij is BN’er. Ik niet. Ik word weleens herkend. Maar ik heb ook wel bij televisieprogramma’s aan tafel gezeten waar de andere gasten echt niet wisten wie ik was.” Zijn ervaring als gast in programma’s als De wereld draait door gebruikte hij voor het boek. Politici die, ongeacht de vraag, een ingestudeerd verhaal afdraaien. Gasten die elkaars spreektijd afpakken, de snelheid waarmee je leuk en ad rem moet antwoorden.

Daar praat jij toch veel te langzaam voor, zeg ik, iets te snel.

Klopt, zegt Robert Vuijsje weer. „Eerst moet je telefonisch examen doen. En dan bereid ik me geestelijk voor op een snel tempo. Over mijn boek kan ik echt wel een verhaal houden. Ik ben er jaren mee bezig geweest.”

Over Beste vriend deed hij drie jaar. „Ik had het in mijn hoofd, maar er was geen rust om het op te schrijven.” De ophef over zijn eerste boek, dat sommige mensen seksistisch en racistisch vonden. Het gedoe rond de scheiding. Opnieuw vader worden. Een boze ex. „Voordeel was wel dat ik het al had uitgedacht voor ik ging schrijven.” Dat deed hij op twee zolderkamers. Die van zijn vriendin in Almere, en die van zijn moeder in Amsterdam waar hij de helft van de tijd woont omdat het dichtbij het huis en de school van zijn oudste zoon is.

Vader en zoon

Beste vriend, gaat over roem, zoals de bedoeling was. En het gaat ook over de relatie tussen een vader en een zoon, die zelf weer vader is van een zoon. En het gaat over scheiden. Dat laatste is erbij gekomen, omdat het Robert Vuijsje overkwam. De vraag moet even van tafel: kwam Vuijsjes scheiding door zijn plotselinge roem? „Nee.” Die scheiding zat er al een tijdje aan te komen. „Het was mijn schuld. In mijn beleving pasten we niet meer bij elkaar.” Hij wil er niet tot in detail op ingaan, om de privacy van zijn ex-vrouw niet te schenden. Was het dan omdat hij, net als Sam Green in het boek, vreemd ging? „Ook niet.” Hij lacht. Hij heeft vaak genoeg aan mijn kant van de tafel gezeten om te weten dat de setting van een interview zich er blijkbaar voor leent om dit soort vragen te stellen aan iemand die je nog maar net hebt ontmoet. Hij werkte tien jaar bij Nieuwe Revu, en daarna bij gratis dagblad De Pers. „Roem fascineerde me al toen ik zelf interviews maakte met beroemde mensen. En zag hoe roem sommigen in verwarring bracht. Die vonden dat zij de baas waren, en de anderen losers.”

Zijn scheiding maakte zijn vaderschap anders. „Je gaat nadenken over je rol als ouder. Hoe egoïstisch ben je?” Een goede ouder, zegt hij, vindt zijn kind belangrijker dan zijn werk. „De liefde voor je kind is groter dan die voor je eigen ouders. Groter ook dan die voor je partner.”

O ja? Maar kinderen gaan de deur uit, met je partner word je oud.

Hij grimast. „En hoeveel paren worden samen oud?” Als hij een vrouw zou treffen die meer van hem hield dan van haar kind, dan zou hij zich afvragen wat er mis met haar is. Een goede vader, vindt Robert Vuijsje, moet lijfelijk aanwezig zijn. Zijn zoon Sonny is ongeveer drie à vier dagen per week bij hem. „Maar niet op vaste dagen.”

Onrustig, voor een jongetje van vijf.

Hij knikt. Hij vindt het zelf al een hele toer om op twee plekken te wonen. „Spullen die je vergeet. Twee computers. Twee sleutelbossen. Gedoe.”

Scheiding

Zijn eigen scheiding bracht hem terug naar toen hij zelf zeven was en zijn vader op een avond zei, zittend aan zijn bed: ‘Ik ga weg.’ Hij bleef bij zijn moeder wonen en logeerde om de week een weekeinde bij zijn vader. „Heel klassiek.”

In Beste vriend zegt de volwassen zoon het zo. „Vroeger had hij geen tijd voor mij, en ik wel voor hem.”

Zijn eigen vader, Bert Vuijsje, las Beste Vriend twee maanden geleden. Hij bedacht een titel die hij beter vond passen: Louter leugens, naar een bundel van Simon Carmiggelt.

„Hij herkende zich niet in het boek. Klopt, want het gaat ook niet over hem. Dit was de eerste keer in mijn leven dat ik zo’n felle discussie meemaakte tussen twee mensen die hetzelfde zeggen en het toch niet eens zijn.” Hij doet voor hoe die discussie ging:

„Ik zei vooraf: ‘Papa, dit is fictie. Bedacht. De relatie met de vader heb ik ook verzonnen.’

Mijn vader, na lezing: ‘Dit is niet waar.’

‘Ik zei toch: het is fictie.’

‘Ja, maar het is niet waar.’”

„Ik had wel een eigen kamer in het huis van mijn vader en zijn nieuwe vriendin. Hij was wel bij voetbal en op ouderavonden. En ja, hij was betrokken bij de opvoeding van mijn broer en mij, ook al slokte zijn werk hem op. Maar toch had ik als kind het gevoel dat mijn plek was ingenomen door het kind van zijn vriendin.” Gevoelens die weer boven kwamen, toen hij zelf gescheiden vader werd. „Ik heb er dertig jaar niet aan gedacht.” Hij denkt er nu aan als hij in Almere is en zijn zoontje belt en vraagt waarom hij daar is en niet bij hem. „Het is geen verwijt, voor hem is het gewoon een vraag.”

Sam Green, in het boek, over zijn vader: „Zag hij het? Zag hij dat ik een onderscheiding in ontvangst nam? Zag hij mij?”

Ziet Bert Vuijsje Robert Vuijsje?

Bert Vuijsje was hoofdredacteur bij HP/De Tijd en adjunct bij de Volkskrant.

„In de intellectuele kringen van mijn vader wordt minzaam gedaan over een blad als Nieuwe Revu. Kees van Beijnum werkte ervoor, Karel Glastra van Loon. Ik kan me niet herinneren dat HP of Vrij Nederland een schrijver van dat niveau heeft voortgebracht. Tegen mij is het nooit letterlijk uitgesproken, maar nu ik echt schrijver ben, merk ik dat ik er meer bij hoor.”

De borden met aparte vakjes voor de rijst, het vlees en de zeewier zijn leeg. Geen toetje. Robert Vuijsje checkt zijn BlackBerry. Lacht hardop. Draait het schermpje mijn kant op. Een sms van zijn uitgever. „Robert, we gaan naar een ander niveau. Of je in de uitzending wil bij Koffietijd.” Hij drukt het berichtje weg en zegt: „Daar ga ik even over nadenken.”

    • Rinskje Koelewijn