‘Ik heb een commercieel aura’

Job Gosschalk regisseert de toneelkomedie Eten met vrienden, maar maakt ook film- en tv-producties. „Het is een onderzoek naar je personages, het is psychologiseren.”

Lone van Roosendaal en Rick Engelkes in ‘Eten met vrienden’. Foto Bob Bronshoff

„Vandaag ben ik vooral toneelregisseur. Eten met vrienden gaat maandag in première – en tot die tijd zal ik bijna al mijn tijd aan die voorstelling besteden. Maar ik ben ook producer. Elke week of eens per twee weken zitten we bij elkaar om te werken aan het vierde seizoen van de tv-comedy ’t Schaep en aan de nieuwe serie Moeder ik wil bij de revue met liedjes van Wim Sonneveld – die in het verhaal verder niet voorkomt, je moet eerder denken aan de sfeer van Billy Elliott. Ik wil graag al die verschillende dingen doen. Ik zou heel erg ongelukkig zijn met alleen toneel. En alleen televisie, idem dito. Ook had ik geen enkele draaidag van mijn film Alle tijd willen missen. Maar ik zorg er nu wel voor dat ik genoeg tijd heb. Twee jaar geleden had ik te veel hooi op mijn vork, waardoor ik sommige dingen niet goed genoeg heb gedaan. Dat zal me nu niet meer gebeuren.”

Job Gosschalk werd vooral bekend als casting director, maar is sinds enkele jaren een prominent producent, met successen als ’t Schaep (tv) en Alles is liefde (film). Vorig jaar maakte hij bovendien een dubbel debuut als regisseur, eerst van de film Alle tijd en daarna van het toneelstuk Verre vrienden bij het Nationale Toneel. Zijn tweede toneelregie is Eten met vrienden van de Amerikaanse auteur Donald Margulies, een ietwat korzelige relatiekomedie die ook acht jaar geleden al een geslaagde tournee door Nederland maakte. Huub Stapel hield destijds aan zijn rol zelfs een nominatie voor de Louis d’Or over. Het stuk wordt ditmaal gespeeld door Lone van Roosendaal, Miryanna van Reeden, Kees Boot en Rick Engelkes, die tevens de producent is.

Gaat het in veel van die stukken, series en films steeds weer over relaties?

„Wat mij betreft vooral over taal. Hoe de taal iets troostrijks heeft, terwijl het toch onmogelijk is iemand met taal te troosten. Taal kan je raken, maar nooit iets wegnemen. Dat heeft allerlei gevolgen voor de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Neurotisch, vaak. Als je een toneelstuk repeteert, komt elke zin in het script wel 1.500 keer langs. En iedere keer kun je de klemtoon weer anders leggen. Met elke manier waarop je een zin uitspreekt, zeg je iets over de motivaties, de beweegredenen van mensen. Het is een onderzoek naar je personages, het is psychologiseren. Repeteren gaat bij mij over taal en over het onbewuste dat je erin kunt horen. Dat blijft boeiend.”

Maakt het verschil om bij een gesubsidieerd gezelschap te werken, of bij een ongesubsidieerde producent?

„Ja, er zijn belangrijke verschillen. Beide hebben hun eigen beperkingen. Een gesubsidieerd stuk moet altijd ergens passen binnen het Kunstenplan waar de subsidie voor het gezelschap vandaan komt. Bij een ongesubsidieerde productie is de dwang van de zaalbezetting groter, dus liefst bekende titels en bekende namen. Bij een gezelschap werk je met acteurs die al een geschiedenis met elkaar hebben. Dat heeft voor- en nadelen. Een voordeel is dat de acteurs niet eerst aan elkaar hoeven te wennen; ze kennen elkaars tekens. Een nadeel is dat de eventuele onderlinge animositeit er ook al meteen in zit. Een ander verschil is dat er bij een ongesubsidieerde voorstelling minder geld is voor de repetitieperiode. Bij het Nationale Toneel hadden we acht weken, en bij Eten met vrienden zijn het er vijf. Je werkt daardoor veel sneller toe naar het eindresultaat.”

Hoe verschilt Eten met vrienden met de vorige versie?

„Ik vond die vorige voorstelling heel goed. Maar een bar was een bar en buiten was buiten. Zo naturel hoeft het bij mij niet te zijn. We kijken naar een toneelstuk, dat wil ik niet ontkennen. De acteurs doen de changementen zelf. Verder spelen we het letterlijk zoals Margulies het heeft geschreven. Ik ben als regisseur niet degene die iets te zeggen heeft over de wereld; dat heeft de schrijver al gedaan. Bij het Nationale Toneel, toen we bezig waren met Verre vrienden, ving ik in het voorbijgaan op dat iemand benieuwd was naar wat ik met Alan Ayckbourn ging doen. Terwijl het volgens mij juist de schrijver is die al iets met zijn onderwerp heeft gedaan. Je kunt mij een echte well made play-regisseur noemen. Ik heb ook een commercieel aura om me heen. Ik vraag naar de verkoopstanden van een voorstelling. Niets bijzonders hoor, dat doen de grote toneelregisseurs van de gesubsidieerde sector ook. Zij mogen dat alleen niet zeggen, dat zou hun artistieke integriteit schaden. Maar natuurlijk willen zij ook weten hoe de kaartverkoop is. Daar dóé je het toch voor?”

Eten met vrienden, tournee t/m 12/5. Inl. etenmetvrienden.nu

    • Henk van Gelder