Het roer om: ijsjes verkopen in de Andes

Pim Heijster gooide het roer na een loopbaan als hulpverlener drastisch om en begon een ijsjesfabriek in het Andesgebergte van Peru. Helados Holanda, Hollandse IJsjes, zet inmiddels 30.000 euro per maand om. „Ik ga dit jaar voor de honderdduizend bolletjes per maand.”

In het moderne winkelcentrum El Quinde staat zijn knaloranje zaak brutaal tussen de Kentucky Fried Chicken en Pizza Hut. Drie Peruaanse meiden met opgestoken ravenzwart haar, een oranje pet en een oranje T-shirt met een rood-wit-blauw bolletjeslogo scheppen er ijs uit bakken met 25 verschillende smaken. En zo zijn er in Cajamarca, provinciehoofdstad in het Andesgebergte van Peru, nog vier in het oog springende plekken waar Pim Heijster de afgelopen tien jaar filialen heeft geopend van zijn firma Helados Holanda. ‘Hollandse IJsjes’ zijn op de Peruaanse hoogvlaktes een begrip geworden.

De 51-jarige Heijster groeide op in Heerlen. Na een loopbaan voor verschillende hulporganisaties als SNV, het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen vestigde hij zich een jaar of vijftien geleden in Cajamarca. Het is een fraaie op 2.700 meter hoogte gelegen stad waar de Spanjaarden in 1533 de laatste soevereine Inca-vorst Atahualpa wreed om het leven brachten. Nu is het dankzij de mijnbouw een snelgroeiende plaats. Het inwonertal steeg er in vijftien jaar tijd van 70.000 tot ruim 200.000. Heijster kreeg er kennis aan de Cajamarquina Luz Marina Benzunce. Ze trouwden en via haar belandde Heijster in het ijs. Benzunce is veearts en weet alles van het verwerken van melk. Heel handig in deze streek waar veel koeien grazen en 400 melkbedrijven zijn.

Op een doordeweekse zomermiddag in januari zit zijn etablissement aan de centrale Plaza de Armas vol met klanten: veel kinderen maar ook vertegenwoordigers, bejaarde mannen en zelfs een hele groep agenten van de parkeerpolitie. De Peruanen turen naar posters van de Keukenhof en Amsterdam terwijl ze hun Hollandse ijsje weglepelen. „Ik heb voor ik begon een marktstudie laten doen. De conclusie luidde: als je ijs wilt verkopen dan moet je dat aan de kust doen. Toch ben ik in de bergen gebleven want waarom zouden ze hier ijs niet lekker vinden?”, zegt Heijster. Hij kreeg gelijk. De omzet van zijn ambachtelijk gemaakt ijs – ongeveer 30.000 euro per maand – groeit gestaag. „Ik ga dit jaar voor de 100.000 bolletjes per maand.”

Na zijn carrière in de ontwikkelingshulp wilde Heijster in Peru een commercieel bedrijf beginnen met een sociale doelstelling. Hij werft zijn personeel bij voorkeur onder alleenstaande moeders en doven. Tien procent van zijn winst geeft hij uit aan dovenprojecten. Om fondsen te werven voor zijn sociale activiteiten heeft Heijster met zijn broers de stichting Gelijke kansen Peru opgericht. „In Peru is het voor doven vrijwel onmogelijk werk te vinden. Op school worden dove of gehandicapte kinderen veel geplaagd. Ons doel is te zorgen dat doven een goede plek in de samenleving verwerven”, zegt Heijster.

De ijsdirecteur geeft zelf het goede voorbeeld. „De Peruaanse regering heeft het steeds over het belang van sociale integratie maar niemand doet wat. Doven mogen doorgaans alleen sjouwen of schoonmaken.’’ Bij Heijster werken zeven doven op 30 man personeel. Het zijn uitstekende krachten. Een enkeling gaat tegenwoordig langs scholen om Peruaanse scholieren te vertellen dat ook hun dove medeleerlingen respect verdienen. „Daarna geven we de hele klas een rondleiding in de ijsfabriek en na afloop krijgt iedereen een ijsje. Dat danken ze dan aan hun dove leeftijdgenoot. Dat helpt om hun status te verhogen.”

Heijster zit druk pratend achter het stuur van zijn auto terwijl hij onderweg is naar zijn twee jaar geleden geopende ijsfabriek in een buitenwijk van Cajamarca. Het voor 100.000 euro aangelegde ijsbedrijf ligt discreet achter een metalen oranje poort. Vanachter een venster op de eerste verdieping heb je goed zicht op de bereiding van het ijs in enorme ketels. Hier kunnen schoolklassen worden ontvangen. De bovenste etage is een ontmoetingsruimte voor doven. In de fabriekshal kan trouwens niet alle aangeschafte apparatuur tegelijkertijd worden gebruikt want dan zit de hele buurt zonder stroom. De elektriciteitsvoorziening blijkt achteraf niet berekend op zo veel economische activiteit.

De ijsjesdirecteur heeft iets van de gedrevenheid van uitvinder Allie Fox, de hoofdpersoon uit Mosquito Coast van Paul Theroux. Dat verfilmde boek gaat over een man die in de wildernis van Latijns-Amerika op eigen houtje een ijsjesmachine maakt. Heijster laat zich evenwel deskundig adviseren. Hij is op alle ijsbeurzen wezen kijken en krijgt af en toe bezoek uit Nederland van Fred Bekker, professioneel ijsmaker die door PUM, een vrijwilligersorganisatie van gepensioneerden, wordt uitgezonden.

De oranje ijsboer is samen met zijn vrouw vijf jaar terug in Vermont ook langs geweest bij Jerry Greenfield, medeoprichter van ijsmerk Ben & Jerry’s. „Een leuke kerel”, zegt Heijster. „Hij heeft ons zijn fabriek laten zien en toen heb ik hem op een lunch getrakteerd. Hij voorspelde ons een grote toekomst want hij had de indruk dat Luz Marina veel van ijs wist, in ieder geval meer dan hijzelf toen zij begonnen.”

Heijster is een workaholic. Elke dag gaat hij voor 8 uur van huis. Even later staat hij op het centrale stadsplein fruit te kopen van kleine boeren. „Ik heb zo’n tachtig vaste leveranciers bij wie ik jaarlijks in totaal ongeveer 5.000 kilo fruit koop. Ik betaal ze contant, een eerlijke prijs.” ’s Avonds eindigt de dag pas om 22.30 uur als Heijster alle filialen van een nieuwe ijsvoorraad heeft voorzien en hij de dagomzet heeft opgehaald. Overdag doet hij alleen soms een tukje in zijn auto die hij dan op een stille plek in Cajamarca parkeert.

Heijster legt voor zijn handel weliswaar graag de nadruk op zijn oranje afkomst, hij heeft niets van de door eeuwige heimwee naar Holland verscheurde expat. De ijscoman is uitstekend geïntegreerd in het Peruaanse hooggebergte. Op zijn verjaardag, als hij mag zeggen wat de pot schaft, bestelt hij het liefste gekookte cavia. Het is het knaagdier dat van nature in de Andes voorkomt. Alleen de kop van de cavia eet hij niet graag. Te veel kluiven. Maar de lever van de cavia of cordon bleu van cavia met kaas zijn hemelse gerechten. „Heel gezond en veel proteïnen bovendien.”

Heijster deelt niet volledig de Peruaanse smaak. Zijn best verkochte ijs is lúcuma, gemaakt van een lokale tropische vrucht. „Ik vind het vies”, zegt de maker. Maar hij prijst het Bourgondische karakter van de Peruanen. „De Peruaanse keuken is de beste van Latijns Amerika. De Peruaan is net een Belg. Zoals de Nederlander uren kan praten over het weer, zo kletst de Peruaan over niets liever dan eten. En hoe arm de mensen ook zijn, aan het eind van de maand is er altijd nog geld voor een gezond bolletje ijs.”

Info: www.gelijkekansenperu.nl/

    • Marcel Haenen