Groter dan Proust en Curie

Aflevering 23: over Coco Chanel (1883-1971) en haar modeklassiekers.

Eigenlijk heet het la petite robe noire: het zwarte jurkje. Maar in kledingwinkels, op feestjes en onder fashionista’s wordt gesproken over de lbd, de little black dress. Een ontwerp zó simpel dat je je bijna niet kunt voorstellen dat het ooit door iemand bedacht moest worden. Toch deed de Franse couturière Chanel dat, in het midden van de jaren twintig. Geïnspireerd door het zwart van de nonnen en de oorlogsweduwen uit haar jeugd, kwam ze met een strak jurkje tot de knie, met lange mouwen en gemaakt van zijde en crêpe de chine. Afkledend, te dragen op alle momenten van de dag, makkelijk te combineren met juwelen en andere accessoires, en multivariabel – in stof én in snit. Vooral de mouwloze variant is nog steeds een vast onderdeel van iedere inloopkast en voor miljoenen vrouwen een verplicht nummer voor Kerst, Oudjaar of een andere feestelijke gelegenheid.

Alleen al als uitvinder van de lbd zou Coco Chanel (1883-1971) verzekerd zijn van een plaats in de cultuurgeschiedenis. Maar ze heeft veel meer modeklassiekers op haar naam staan. Het naar haar genoemde pakje bijvoorbeeld, een driedelig mantelpak van tweed, oorspronkelijk zonder sluiting en opvallend afgebiesd. Chanel No. 5, het eerste parfum op basis van synthetische geurstoffen (omdat, zoals Chanel zei, een vrouw niet naar bloemen moet ruiken maar naar vrouw). De gebreide jas en de jersey-jurk of -cardigan. Namaakjuwelen die er niet goedkoop uitzagen. De kleur beige. Kralen en borduurwerk als versiering. La marinière, de Bretonse streepjestrui die onderdeel werd van een complete zeemansstijl met bellbottombroeken en espadrilles. Het gezonde bruine kleurtje, dat zo lang taboe was geweest voor vrouwen uit de hogere klassen.

Chanel was de bedenkster van de zogenoemde garçonne-look, waarvoor ze zelf het startsein gaf door in 1917 haar zwarte haar af te knippen. Modieuze vrouwen moesten niet beperkt worden in hun bewegingsvrijheid, dus comfortabele mannenkleren werden een bron van inspiratie. Korsetten waren uit den boze, net als slagschiphoeden, de onderrokken en het opgestoken haar van vrouwen uit het fin de siècle. De androgyne en vooral betaalbare kleding van Chanel zou de stijl van vrouwen in de Roaring Twenties domineren. Met haar clochehoeden, korte haar en rokken tot net boven de knie werd ze het voorbeeld voor alle flappers in de westerse wereld; een kopstuk van de Eerste Feministische Golf

©

©

Niet gek voor een ontwerpster die als eenvoudige hoedenmaakster was begonnen en die zich moest ontworstelen aan een jeugd die werd gekenmerkt door soberheid, om niet te zeggen armoede. Gabrielle Chanel, die haar bijnaam Coco kreeg als amateurzangeres in een nachtclub voor cavalerieofficieren, was de dochter van een ongehuwde wasvrouw, die stierf toen Chanel twaalf was. Ze bracht haar jeugd door in een wezenklooster en werkte daarna in een naaiatelier totdat ze als maîtresse van twee (invloed)rijke mannen – de eersten van een lange reeks – het geld en de contacten verwierf om een eigen hoedenzaak in Parijs op te zetten. De Engelse aristocraat Boy Capel, met wie Chanel van 1908 tot 1918 samen was, financierde niet alleen haar boetiek in de mondaine badplaats Deauville (bron van de sailor look), maar was als volger van de klassieke Britse mode (tweed!) ook een inspiratiebron. Naar verluidt modelleerde Chanel de rechthoekige Chanel No.5-fles naar de karaf waaruit Capel zijn whiskey schonk.

Na een periode van grote successen – ze werd officieel couturière in 1919, ontwierp kostuums voor de Ballets Russes en voor sterren van MGM, verdiende schatten met haar parfum en bewoog zich in de hoogste kringen – sloot ze haar winkels net voor de Tweede Wereldoorlog. „Dit is niet de tijd voor mode”, zei ze, de daad bij het woord voegend door tijdens de Duitse bezetting van Parijs te collaboreren en zich zelfs in te zetten als spion voor de nazi’s. Chanel was een verklaard antisemiet – het resultaat van een opvoeding bij de nonnen en een lange liefdesrelatie met de Joden hatende Duke of Westminster – en verhuisde na de Bevrijding naar Zwitserland. Veroordeeld werd ze niet; het verhaal gaat dat ze bescherming genoot van Churchill omdat ze te veel belastende dingen wist over de Britse royals en aristocraten.

Het leven van Chanel was zó spectaculair dat er wel vier films over gemaakt konden worden. Dat is ook gebeurd, met onder anderen Shirley McLaine en Audrey Tautou in de hoofdrol – al lag de nadruk daarbij vooral op de vooroorlogse periode. En misschien is het bijzonderste aan Chanel juist haar comeback. Teruggekeerd uit Zwitserland hernam ze in 1954 haar modehuis (financieel gesteund door de Joodse parfumfabrikant Pierre Wertheimer, met wie ze jarenlang een gevecht om de rechten van Chanel No.5 had gevoerd) en opende ze de aanval op de New Look van de liefhebber van luxe en romantiek Christian Dior. Dit keer veroverde Chanel de wereld met haar pakjes, die in Jackie Kennedy de ideale mannequin zouden krijgen. Haar parfum bleef een klassieker; het was het enige wat Marilyn Monroe naar eigen zeggen in bed droeg (‘vijf drupjes’); en niemand nam aanstoot aan het feit dat de naamgeefster had geheuld met de nazi’s en jarenlang verslaafd was geweest aan morfine en antisemitisch gedachtegoed. Uiteindelijk was het André Malraux, een van de grootste Franse verzetshelden, die de ontwerpster canoniseerde met de uitspraak dat „Chanel, De Gaulle en Picasso de drie belangrijkste Fransen van de eeuw” waren. Jammer voor Marie Curie en Marcel Proust, maar de schrijver-minister had waarschijnlijk gelijk.