Frits Wester heeft meer volgers dan Trouw abonnees heeft

Het overviel mij een beetje: in mijn eerste Haagse weken heb ik geleerd dat ik van de linkse kerk ben. Welkom terug uit Amerika.

VVD’ers en CDA’ers op het Binnenhof klagen met een zekere routine dat NRC Handelsblad zijn liberale beginselen heeft ingeruild voor progressieve praatjes uit de wereld van Job, Jolande en Emile. Advies: noem politici nooit bij hun achternaam op het Binnenhof, dan ben je duidelijk geen insider.

Nu heb ik niets met de linkse kerk, maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat politici die journalisten vooringenomenheid verwijten hoogst effectief zijn. Een serieuze journalist doet zich voor als neutraal, en de politicus met kritiek op die neutraliteit loopt geen enkel risico: als het stuk bevalt heeft de journalist geluisterd. Als het niet bevalt is de vooringenomenheid van de journalist bevestigd. In de VS zijn zo bijna alle serieuze journalisten intussen ingedeeld bij de linkse kerk oftewel the elite media.

Er zijn Haagse journalisten die zich in dit duw- en trekwerk staande weten te houden, en dat zijn de interessante gevallen. Aan oude contacten in alle partijen vroeg ik na terugkeer uit de VS welke verslaggevers volgens hen het meeste invloed hebben. Het was een willekeurige steekproef, er vielen dus veel namen, maar twee werden het vaakst genoemd: Paul Jansen van De Telegraaf en Frits Wester van RTL Nieuws. Beide zijn immuun voor het verwijt van linkse vooringenomenheid. Wester, die vicepremier Verhagen al kent sinds ze in de jaren tachtig samen voor de CDA-fractie werkten, heeft zijn lidmaatschap van die partij „nooit opgezegd”, al stemt hij er „niet altijd” op. Jansen is „zeker niet links”, voor De Telegraaf geen gecompliceerde keuze.

Hun kracht is dat ze serieus worden genomen door rechts en links. „PvdA’ers noemen mij hard maar fair”, zegt Jansen tevreden. Zijn wekelijkse column, op dinsdag, „moet je gelezen hebben als je wilt weten hoe de vlag er in het kabinet bij hangt”, zegt een ex-PvdA-bewindsman.

Jansen, die de rubriek vier jaar terug overnam van de illustere Kees Lunshof, verklaart zijn invloed ook uit het feit dat hij tegen gangbare opinies ingaat. „Ik wist allang dat het Strategisch Beraad van het CDA geen ruk naar links maakte, al schreef iedereen dat. Je moet durven geen meeloper te zijn.”

En de relatie van staatssecretaris Bleker met een jonge NRC-journaliste heeft wel degelijk politieke relevantie, wat andere media ook beweren. „Ik weet dat hij al langer afgunst wekt in het kabinet”, zegt Jansen met glinsterende ogen. „Dus dat is grappig, daar begin ik dan mee.” Inmiddels is hem duidelijk dat Bleker in het kabinet wordt beschouwd als „losgeslagen, oncontroleerbaar en ontembaar”, mede omdat hij zijn vriendin mee op dienstreis neemt. „Dat gaat vroeg of laat een keer niet goed.”

Ook Wester noemt een rechte rug essentieel. Hij doet, zegt hij, niet aan voor-wat-hoort-wat. Alles draait bij hem om contacten; op ministeries, op provinciehuizen, bij bonden, werkgevers, in bedrijven. Hij loopt ruim 25 jaar in Den Haag rond en weet dat politiek niet zo geregisseerd is als het vaak lijkt. „Toeval speelt een grote rol.”

Wester was een matig geslaagde CDA-voorlichter toen hij in 1994 bij RTL Nieuws kwam. „Nu heb ik meer volgers op Twitter dan Trouw abonnees heeft.” Hij denkt met politici mee. Het was Wester die D66-leider Thom de Graaf in 2000 op het idee bracht zich tegen de politieke rol van de vorst in de formatie te keren. Een scoop die een debat opende dat nog altijd loopt. „Een hele mooie.”

Veel Haagse journalisten hebben moeizaam toegang tot PVV-leider Wilders, die er bijna obsessief over de tong gaat. Wester en Jansen zeggen dat ze „redelijk” makkelijk in contact met hem komen, ook dat is uitzonderlijk. De meeste verslaggevers hebben hun beste kans op contact met een sms’je aan Wilders (nooit zeker of hij reageert) of het moment waarop de PVV-leider dinsdags tijdens het vragenuurtje vanuit de wandelgangen de Kamer inschiet. „Mijn toegang tot Wilders is dertig meter per week”, hoorde ik een radioverslaggever zeggen. Zelf kreeg ik van PVV-Kamerlid Martin Bosma, oud-columnist van deze krant, die mij niet kent, per sms de volgende motivatie om een gesprek af te houden: „Jullie hebben jullie politieke kleur en wij de onze.”

Wester en Jansen, traditionele journalisten, hebben de laatste jaren nieuwe concurrentie: voor nagenoeg elke politicus is Pauw en Witteman publicitair nu het hoogst haalbare. Het gezicht van dat programma in Den Haag is Peter Kee, een jongensachtige politicoloog naar wie het hele Binnenhof lonkt. „Als ik bel nemen ze altijd op”, zegt hij met een vrolijk knikje.

Ook Kee wordt grote invloed toegedicht. Politici die het in zijn programma goed doen stijgen in aanzien. Hij genoot toen Wouter Bos daags voor de val van Balkenende IV in Pauw en Witteman uitspraken deed die daarna eindeloos werden geciteerd. En sommige Haagse thema’s dringen amper tot het nationale debat door omdat hij ze ongeschikt voor televisie vindt. Invoering van de Nationale Politie, een enorm Haags project dat een ware omwenteling in de politie teweegbrengt, is „géén interessant onderwerp”, zegt Kee. „Dat gaat over structuren. Te moeilijk voor ons.” En mensen die de kunst van het vertellen niet beheersen, ook al zeggen ze verstandige dingen, kunnen een plaats aan tafel ook vergeten. „Laat ik het zo zeggen, wij vinden het niet erg als Tjeenk Willink bij Buitenhof zit.”

Maar de laatste stunt op het Binnenhof kwam toch weer van Wester, die vorige week Wilders aanzette tot een spaarzaam moment van zwakte: een interview waarin de PVV-leider niet alleen ten aanval trok maar zich voor het eerst in lange tijd ook moest verdedigen.

Wester had hem eerder ‘belletjetrek politiek’ verweten: stoere taal op Twitter maar nooit beschikbaar voor lastige vragen. Wester wist tevoren dat kijkers hem voor „links tuig” zouden uitmaken. Dat moest maar. Het resultaat was ten slotte dat zijn redactie de PVV-leider naar de studio kreeg. „Ja”, zegt Wester met droge terloopsheid, „mijn uitzending had ook invloed op de meest onaantastbare politicus van dit moment.”