Fatale felsnaden

De ploeg van Scott in de buurt van de Zuidpool. Foto Henry Bowers

Deze dagen wordt herdacht dat de Britse poolreiziger Robert Scott honderd jaar geleden de zuidpool bereikte – kort nadat de Noor Amundsen daar al was geweest. Amundsen is gezond en zegevierend teruggekeerd, de ontgoochelde ploeg van Scott heeft het basiskamp op Ross Island niet meer gehaald. Zij liet het leven op de Ross Ice Shelf, die destijds de ‘Barrier’ werd genoemd.

Het drama is overbekend. De Engelsen hebben ‘captain Scott’ c.s. een bijna mythische status gegeven en pas na 65 jaar heeft de historicus Roland Huntford aangetoond hoe amateuristisch, klungelig en onbezonnen Scott was te werk gegaan. Huntfords Scott and Amundsen (1979) is door velen als karaktermoord afgedaan, maar het is zo grondig gedocumenteerd dat het niet valt te negeren. Ter verdediging van Scott wordt nu nog aangevoerd dat deze op de terugtocht door ongewoon slecht weer is overvallen en dat Scotts expeditie zoveel wetenschappelijk onderzoek heeft gedaan.

Dat laatste is waar, en Amundsen deed er bitter weinig aan, maar dat onderzoek vond uitsluitend plaats tijdens aparte tochten die in de marge van de Grote Tocht naar de zuidpool werden uitgevoerd. De beroemdste is de ‘winterjourney’ van zes weken in het stikdonker van de poolnacht naar een kolonie keizerpinguïns, indringend beschreven door Apsley Cherry-Garrard in The worst journey in the world (1922). De temperatuur daalde tot min 60 graden Celsius. Bij een dergelijke kou hoopt alle lichaamsvocht, waaronder de perspiratio insensibilis, zich als plakken ijs op in de kleding. En later in de slaapzak, want van verkleden voor het slapen gaan was natuurlijk geen sprake. Bedenk dat ijskoude lucifers niet branden willen omdat er, in de tent, onmiddellijk condens op neerslaat. De winterjourney is nèt niet fataal afgelopen.

Minder bekend is dat een andere groep, de ‘northern party’, eenzelfde narrow escape had; onder Scott trok je van bijna-ramp naar bijna-ramp. De groep van zes man was vèr van het basiskamp door het expeditieschip afgezet voor een paar weken kustverkenning en geologisch veldwerk. Maar toen onverwacht pakijs opdrong, konden ze niet meer worden teruggehaald. Zonder voedsel en voldoende beschutting moesten ze de poolwinter door, schuilend in een sneeuwhol en levend van pinguïns en zeehonden die in zeewater werden klaargestoofd. Het vet van de pinguïns diende als brandstof voor de ‘blubber stove’. Soms was er wat vis als een gedode zeehond vlak voor zijn dood vis had gevangen. De zes werden geplaagd door permanente diarree en verlies van blaascontrole waardoor ze voortdurend in kleding en slaapzak plasten, zelfs als ze wakker waren. In de officiële reisverslagen valt hierover niets te vinden. Maar lees het laatste nummer van Endeavour.

Roland Huntford is niet erg technisch, een tekort dat vaker bij historici wordt waargenomen. Een aantal kwesties waar de buitenstaander wel wat meer van had willen weten heeft hij niet uitgewerkt. De vreemde samenstelling van de voeding, de balans tussen vetten, eiwitten en koolhydraten, komt wel ter sprake, maar of Scott een zwaar verwijt te maken valt, wordt niet duidelijk. De voedingsleer was in 1910 nog onvoldoende ontwikkeld. Cherry-Garrard schrijft dat er te veel vet (boter en varkensvet) in het rantsoen zat en dat je gewoon kon zien dat je dat niet allemaal absorbeerde. Natuurlijk ontbrak vitamine C bijna volledig.

De buitenstaander had ook graag een helder oordeel gehad over de aanleg van de voedseldepots op de weg naar de pool en terug. Was daar wel genoeg aan gerekend, had het beter gekund? Het is een ingewikkelde mathematische kwestie. Per dag verbruikte een poolreiziger destijds één kilo aan voedsel en daarbij nog 0,3 kilo aan petroleum, spiritus, kaarsen en nog zowat, een totaal van 1,3 kg. Een man kan maximaal 130 kilo per slee voorttrekken maar heeft natuurlijk ook veel gewicht aan tentmateriaal, slaapzak, reservekleding, kooktoestel, gereedschap, enz. te vervoeren. Deze ‘permanent weight’ ligt ruwweg op de helft van het totaal. In zijn eentje kan een poolreiziger dus maar 50 dagen wegblijven, rekening houdend met de terugreis kan hij zich maximaal 25 dagmarsen van een depot verwijderen. Is de dagmars gemiddeld 25 km lang dan is zijn radius ruim 600 km. In de praktijk minder omdat hij veiligheden moet inbouwen voor dagen met ‘blizzards’ en schade aan het materieel of gezondheid. Onoverzichtelijk wordt de zaak als de poolreiziger meehelpt aan het aanleggen van voedseldepots en als een reisschema wordt aangehouden waarin onderweg steeds reizigers afhaken. Het streven is natuurlijk de ploeg, die de ‘dash for the pole’ zal maken, minimaal te belasten.

Al met al ingewikkelder dan het handelsreizigerprobleem en of Scott c.s. de juiste tactiek hebben gevolgd is de vraag. Er zijn aanwijzingen dat het de groep schortte aan basaal technisch inzicht. Zo leefde Scott in de overtuiging dat een slee lichter trok als de bagage ‘beter’ gestouwd was. Afgezien van extreme (asymmetrische) gevallen zal dat toch niet veel uitmaken. Cherry-Garard klaagt als de bagage voor de ‘winterjourney’ net niet past op een slee van 12 voet en over twee sleden van 9 voet verdeeld moet worden: nu hebben we een dubbel wrijvingsoppervlak. Bedoelde hij dat de wrijving was verdubbeld? Inderdaad, want de vreemde beslissing van Scott om zijn kwijnende ploeg toch nog 14 kilo geologisch interessante stenen te laten meenemen verdedigt hij met de opmerking: het gaat immers helemaal niet om het gewicht op de slee, het gaat louter om het wrijvingsoppervlak.

Eigenaardig is ook de verklaring die tot op de dag van vandaag wordt gegeven voor het raadselachtige brandstofverlies waardoor Scott c.s. werden getroffen. Petroleum voor de primus werd vervoerd in vaten van 1 gallon, dat is 4,55 liter. Regelmatig werden in de depots vaten gevonden die helemaal leeg waren gelopen, dat is uiteindelijk fataal geworden. Waar bleef die petroleum? Het verdampte langs de schroefdop van de vulopening omdat de leren pakking in de kou was verschrompeld, is de geaccepteerde verklaring. Veel waarschijnlijker is dat de felsnaden onderin de blikken in de felle kou wat gingen wijken, want nog steeds worden die naden makkelijk door petroleum of spiritus gepasseerd. Amundsen soldeerde ze dicht en had nergens last van.