Column

Facebook: zolang je wint, heb je vrienden

Like? Sociale-netwerkgigant Facebook gaf deze week te kennen naar de beurs te gaan in een zogenoemde initial public offering (IPO). De verwachte waardering van het concern ligt tussen de 75 miljard dollar en 100 miljard dollar. Een grote groep van durfinvesteerders, managers, medewerkers en de mannen van het eerste uur zelf, wordt schathemelrijk. Zelfs de grafitti-kunstenaar die ooit in ruil voor aandelen het kantoor van het nog jonge Facebook illustreerde zit nu op 200 miljoen dollar. Voor één kunstwerk: dat doet zelfs Damien Hirst hem niet na.

Dat er partijen zullen uitstappen is duidelijk, en voor sommige is dat ook de bedoeling. De beursgang verlost durfinvesteerders van hun oorspronkelijke inleg en ook andere aandeelhouders zullen gedeeltelijk cashen. Dat is goed: het kapitaal zal zijn weg vinden naar andere beginnende bedrijven en initiatieven. Een groot deel daarvan zal sneven maar wie weet zit er een nieuwe Facebook of Google tussen.

De echte vraag is: wie stapt er in? Voor sommige partijen is er geen sprake van vrijwilligheid. Facebook komt binnen de kortste keren terecht in de grote beursindices. Elke belegger die deze indices moet volgen of imiteren, moet kopen. Dat zijn zijn er nogal wat.

Maar stel dat je nu wél de keuze had: zou je dan in mei in Facebook moeten beleggen? Vorig jaar hadden beleggers die keus ook, en die viel niet altijd even goed uit. De gehypte kortingssite Groupon ging afgelopen november voor 20 dollar naar de beurs, sloot de eerste dag op 26 dollar (zelfs even boven de 30). Het daalde daarna tot een dieptepunt van rond de 15 dollar en doet nu 23 dollar. De netwerksite LinkedIn werd in mei vorig jaar op de markt gezet voor 45 dollar, verdubbelde ruim op de eerste dag en staat nu op 77 dollar.

Dat zijn twee IPO’s waar nieuwe beleggers verlies op hebben geleden. In beide gevallen kwamen de beleggers die daadwerkelijk intekenden er nog goed van af. Maar de IPO van RenRen, het Chinese Facebook, werd vorig jaar een regelrechte mislukking. Een introductiekoers van 14 dollar, en een koers van 5,42 dollar nu.

Wordt Facebook anders? Bij de miljard dollar winst die het bedrijf over vorig jaar maakte, ligt de koers-winstverhouding op ergens tussen de 75 en 100. Om later een koers-winstverhouding te bereiken van rond de 16 die Google nu heeft, zal de winst van Facebook enorm moeten blijven stijgen, óf zal de koers fors moeten dalen.

De beursgang wordt daarom in wezen een test voor de houdbaarheid van Facebooks concept van de sociale-netwerksite. Met zo’n 850 miljoen gebruikers lijkt de groei in aanhang er wel een beetje uit. Meer en slimmere advertenties, en het beter uitbaten van de persoonlijke karakteristieken van de gebruikers vormen de belangrijkste manieren om meer geld uit het bedrijf te persen. kan dat nog? Het web is een kosmos vol verrassingen en onverwachte wendingen. Voor je het weet staat er een nieuwe Facebook op, met een volledig ander concept of worden mensen het plots gewoon een beetje zat. Of verliest het hele idee prompt zijn aantrekkingskracht als de commercie er te nadrukkelijk zijn intrede doet, zoals bij het al vergeten Second Life.

Zo lang de groei er in zit, zo lang de hype er omheen hangt, stijgt de impliciete waarde van een bedrijf als Facebook. Het is verleidelijk om dan telkens nóg langer te wachten met de beursgang, tot je het wit van de ogen van de belegger ziet.

Dat is riskant. De wegen van het web zijn ondoorgrondelijk. Het zou zomaar kunnen dat de beursgang van Facebook achteraf een jaar of wat te laat was.