Dwangarbeid? Mooi werk zal je bedoelen

Tot ergernis van de tuinders in het Westland staat werken in de kassen voor velen gelijk aan straf. Nu de gemeente Rotterdam wil dat mensen met een bijstandsuitkering in het naburige Westland gaan werken, klinkt weer protest. Dwangarbeid, zegt de vakbond. Welke eisen mag je stellen aan uitkeringsgerechtigden?

Dinsdagavond. Koffie en gezelligheid in het gemeentehuis van ’s Gravenzande, onderdeel van de gemeente Westland. Dit is het koninkrijk van de tuinbouw: orchideeënkwekers, druiven-, tomaten- en paprikatelers. Hier ben je tuinder of familie van een tuinder. Bijna iedereen werkt, werkloosheid kennen ze nauwelijks.

De gemeenteraad van Westland laat zich door experts informeren over „de plek van de arbeidsmigrant in het Westland”. Behandeld worden de motieven van Oost-Europese migranten (blijven ze?) en hun huisvesting (moeten er vier extra Polenhotels komen?). De discussieleider loopt aan het einde van de avond naar de perstribune en vraagt aan de verslaggever van deze krant wat ze gaat schrijven. Nou, een stuk over het plan van de gemeente Rotterdam om bijstandsgerechtigden in de kassen van het Westland aan het werk te zetten. Is dat dwangarbeid? Dat beweert namelijk vakbond FNV Bondgenoten. De met burgers en politici afgeladen raadszaal heft bijna collectief de handen ten hemel, verontwaardigd gemompel alom.

De eerste hevig verontwaardigde aanwezige aan het bureau van de verslaggever is Harry Groenewegen van tuindersvereniging LTO/Glaskracht: „Hoe moet een werkloze in Rotterdam ooit belangstelling voor dit werk krijgen als het dwangarbeid wordt genoemd?”

Karin Zwinkels, raadslid voor het CDA, is nummer twee: „Ik ben een tuindersvrouw en een tuindersdochter. Dit is een streek waar heel hard gewerkt wordt. We kennen een sterke sociale samenhang. Iedereen die hier wil werken, is welkom. Wij maken geen onderscheid in wie hier mag komen. Ze worden goed betaald, niet uitgebuit. Waar wij elke keer tegenaan lopen is negatieve beeldvorming over de tuinbouw. Dan zeggen wethouders in de grote steden: we helpen mensen aan het werk, desnoods in de kassen. Hoezo desnoods? Dit is prachtig werk. Weet je wel hoe frustrerend dat is? Dat je innovatief bent als tuinders, dat je steeds meer hoogopgeleid werk kan bieden, en dat mensen dan zo over jouw mooie bedrijven praten.”

Collega-raadslid voor het CDA Theo Spanbroek interrumpeert: „Vroeger, toen ik als broekie in mijn vaders kas tomaten plukte, moesten we op de knieën en voortdurend bukken. We deden hoofddoeken om, want anders kregen we groene haren van de begroeiing. Groene handen hadden we sowieso. Ik klaag niet, het was een prachtige tijd. Maar dat is allemaal niet meer zo. Het is nu schoon werk op normale werkhoogte. Niet te vergelijken.”

Wat de Westlanders duidelijk willen maken, is dat het aan hen niet zal liggen. Er is schoon en beschaafd werk. De werklozen zijn welkom. Ze krijgen netjes betaald, en er zijn volop carrièreperspectieven.

De Westlanders twijfelen alleen sterk aan de mentaliteit van de Rotterdamse werklozen, en aan de mentaliteit van de gemeente Rotterdam. De raadsleden van GemeenteBelang Westland, de grootste fractie in de raad, stellen tijdens de avond telkens dezelfde vraag: „Hoe kan het toch dat Polen 2.000 kilometer reizen zonder huisvesting om hier een boterham te komen verdienen en dat Rotterdammers mét huisvesting nog geen 20 kilometer willen reizen om hier te komen werken?”

Ze weten het antwoord wel. Rotterdam handhaaft niet. Als bijstandsgerechtigden weigeren, gebeurt er niks. „Als het hier zo was als in Polen, dat je uitkering wordt stopgezet als je drie keer werk weigert, dan kwamen ze wel hoor”, zegt Jan de Nooy van GemeenteBelang Westland. „Nu zijn ze na een maand weer vertrokken, dat voorspel ik alvast.” Kijk, ze willen in het Westland best nog vier Polenhotels bouwen als het nodig is, maar is het echt nodig met zoveel werklozen naast de deur?

Wethouder Marco Florijn (PvdA) van Rotterdam begrijpt de klacht van de Westlanders over het slechte imago van de tuinbouw volledig. Hij wil 16.000 van de 33.000 bijstandsgerechtigden in Rotterdam aan werk helpen in zes sectoren, waaronder de haven, de gezondheidszorg, de horeca. Toen hij zijn plannen bekend maakte, ontstond alleen over de sector ‘groen’ ophef. „Het gaat critici specifiek om het werk in de tuinbouw. Dát is dwangarbeid. In die andere sectoren niet. Dat is toch vreemd? Mensen mogen zelf elders werk zoeken als ze de kassen niks vinden, maar als je kan werken, moet je werken, anders korten we op je uitkering.”

Sinds juli vorig jaar trekt de gemeente bij herhaaldelijke werkweigering de bijstandsuitkering geheel of gedeeltelijk in. Sancties variëren van 30 tot 100 procent korting op de uitkering, gedurende maximaal drie maanden. Ook de drie andere grote steden (Utrecht, Amsterdam en Den Haag) voerden deze sancties in. De bijstandsgerechtigden kunnen naar de rechter als ze het oneens zijn met de sancties. Er zijn in Rotterdam inmiddels 2.715 „maatregelen” uitgedeeld. Naar de rechter is volgens Florijn nog bijna niemand gestapt. „Deze mensen weten zelf dondersgoed dat ze fout zitten.” Eerder deelde de gemeente ook wel sancties uit maar die waren kleiner: 10 procent. Florijn: „Dat was te weinig. Dan lachen ze er sneller om.”

FNV Bondgenoten denkt dat werklozen een grote kans maken als ze rechtszaken aanspannen tegen de Rotterdamse aanpak. Stanley Bergwerf is bestuurslid Uitkeringsgerechtigden. Zijn standplaats is Rotterdam. Volgens Bergwerf moeten bijstandsgerechtigden op afroep in de kassen werken zonder uitzicht op een vast contract. Zijn grootste bezwaar is dat ze moeten werken met behoud van uitkering, ze worden niet door de tuinder betaald. „Ik vind dat mensen dan worden uitgebuit. De bijstand staat gelijk aan 70 procent van het minimumloon. Ze worden dus onder het minimumloon en niet conform de cao betaald. Dat is dwangarbeid.”

Zowel Florijn als het Westland bestrijdt dat het werk uitzichtloos is. Het werk met behoud van uitkering is tijdelijk, maximaal drie maanden. Het is bedoeld om de tuinders over de streep te trekken en om de werklozen weer te laten wennen aan werken. Om weer te leren vroeg op te staan, en om acht uur lang zonder ruzie te maken naar een baas te luisteren. Na drie maanden moet er een gewoon arbeidscontract komen. Florijn: „Ik schrik van de term dwangarbeid, dan denk ik aan de oorlog.”

Is het aan het werk zetten van bijstandsgerechtigden met behoud van uitkering en onder dreiging van sancties dwangarbeid? De jurisprudentie erover is duidelijk: nee.

Ja, er staat in het Verdrag voor de Rechten van de Mens dat slavernij, dwangarbeid en gedwongen arbeid verboden zijn, maar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens noemt niet snel iets dwangarbeid, zegt Stefan Sagel, arbeidsrechtadvocaat bij De Brauw Blackstone en Westbroek. Hij denkt dat het Hof de Rotterdamse aanpak niet als dwangarbeid zal bestempelen. „Het is volstrekt gechargeerd te stellen dat dit slavernij is.”

Nederlandse rechters spraken zich al diverse keren uit over zaken van uitkeringsgerechtigden die vonden dat ze dwangarbeid moesten verrichten. Telkens is het oordeel: dat zou alleen het geval zijn als mensen werk moeten doen dat geen enkele positieve invloed heeft op hun kansen op de arbeidsmarkt. „Dan moet het werk vernederend zijn en geen enkele zin hebben. Bijvoorbeeld als gemeentes werklozen met tandenborstels de stoep zouden laten poetsen”, zegt Gijsbert Vonk, bijzonder hoogleraar sociale zekerheidsrecht. Vonk inventariseerde alle recente jurisprudentie in de sociale zekerheid. „Werk in de kassen is gewone arbeid. Prima om weer werkritme te krijgen.”

Er zijn wel grenzen. Werken met behoud van uitkering bij een tuinder moet tijdelijk zijn, zegt Vonk. „Na drie maanden moet de werkloze zijn werkritme toch wel weer te pakken hebben. Dan moet gewoon minimumloon worden uitbetaald.” Als Rotterdam voor altijd alle bijstandsgerechtigden zonder loon in de kassen zet, dan kom je in de buurt van dwangarbeid. En gemeenten moeten niet te snel te hard zijn. Zo was er recent een zaak van een dame in Haarlem, die weigerde te werken omdat ze geen ochtendmens was. De gemeente legde volgens de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in rechtszaken rond de sociale zekerheid, te snel een te zware sanctie op.

Ook is het niet mogelijk de bijstandsuitkering permanent in te trekken, denken Sagel en Vonk. Ook al is het recht op bijstand geen mensenrecht waar individuen zich op kunnen beroepen, de bijstand is wel het uiterste sociale vangnet, en volgens de Bijstandswet mag intrekken maximaal drie maanden duren.

En mensen moeten wel kúnnen werken. Florijn heeft dat onderscheid al gemaakt. Van de 33.000 Rotterdammers met bijstand kunnen 17.000 niet in een reguliere baan werken, daarvoor hebben ze teveel psychische, fysieke of sociale problemen. Florijn: „Het is hier geen bananenrepubliek natuurlijk. Wij gaan geen mensen in de kassen zetten die niks kunnen en dan snel hun uitkering intrekken.”