De schaatswereld is stuurloos

Het langebaanschaatsen is dringend aan vernieuwing toe, maar de bestuurders laten het afweten. Ard Schenk, Nederlands grootste wedstrijdrijder ooit, hekelt het conservatisme in de schaatssport. „Doe iets!”

Ard Schenk vreest voor financiële problemen nu sponsors van ploegen afhaken. „De economie van het schaatsen kan een enorme dreun krijgen.” Foto Bas Czerwinski

Dat is waar ook, zijn olympische goldrush in Sapporo is precies veertig jaar geleden. En natuurlijk lonkt dezer dagen het natuurijs in de Eilandspolder, waarop Ard Schenk prachtig uitkijkt van achter de keukentafel in zijn huis in Grootschermer, een voormalige bakkerij. Maar daarover moet het nu niet gaan. Over zichzelf heeft hij in de loop der jaren het meeste wel verteld. Zijn mening over de toekomst van de schaatssport, die wil hij geven. Want crisis dreigt. „Het is een bijna stuurloos geheel geworden.”

Schenk (67) hoeft niet lang na te denken over een voorbeeld. Terwijl Nederland in de ban is van natuurijs, organiseert schaatsbond KNSB dit weekeinde in Heerenveen een NK allround waar de toppers Sven Kramer, Jan Blokhuijsen en Ireen Wüst ontbreken. Zij zijn al geplaatst voor de WK in Moskou en sparen zich. „Dus je houdt een wedstrijd waarvan de afloop er nauwelijks nog toe doet. Dat druist in tegen het principe van de sport en geeft een verkeerde uitstraling naar het publiek.”

De gebrekkige wedstrijdkalender is volgens Schenk niet het grootste probleem. Hoofdzaak is dat bestuurders te weinig luisteren naar kritische geluiden van sponsors en professionals uit de sport. Het publiek bij het schaatsen veroudert, stelde woordvoerder Dig Istha onlangs namens sponsor Essent in deze krant. De tien kilometer bij de allroundtoernooien duurt te lang, vond voormalig coach Henk Gemser in hetzelfde artikel.

Intussen haken sponsors af. Control stopt na dit seizoen, ondanks de sprintwereldtitel van Stefan Groothuis. Liga (Marianne Timmer) en BAM (Bob de Jong) twijfelen over doorgaan. Geen enkele schaatser heeft al een contract voor volgend seizoen. „De economie van het schaatsen kan een enorme dreun krijgen, waarschuwt Schenk. „Het is hoog tijd dat de internationale schaatsunie (ISU) en in Nederland de KNSB het schip gaan sturen. Doe iets. Laat mensen uit de sport met plannen en ideeën komen en voer het uit.”

Zelf had de oud-kampioen zich genoeg geërgerd, toen hij in 2006 na acht jaar bedankte als lid van de technische commissie van de ISU. Schenk keek van de zijlijn toe, tot hij eind vorig seizoen bij een bezoek aan de WK afstanden in Inzell opnieuw werd gevraagd om met belanghebbenden te praten over de toekomst van de sport. „Poten op tafel en brainstormen. Dan komen er goede ideeën, maar het leidt weer tot niets. Iedereen was er: hoofdsponsor Essent, beleidsmensen van de KNSB, de NOS. Alleen de belangrijkste partij ontbrak: de ISU. Een goede bestuurder luistert naar de professionals. Maar de ISU wilde er niet eens bij zijn in Inzell.”

Van de Italiaanse voorzitter Ottavio Cinquanta, die de ISU sinds 1994 op autoritaire wijze leidt, viel niet anders te verwachten. Maar ook de Nederlandse vicevoorzitter Jan Dijkema toonde volgens Schenk geen interesse. „Hij was uitgenodigd maar wilde niet. Waarschijnlijk omdat hij vreesde dat Cinquanta het te weten zou komen. Terwijl Dijkema als vice-voorzitter van de ISU bij uitstek op een positie zit dat hij dingen kan veranderen. Maar dan moet hij wel zijn nek uitsteken. Dit kan inhouden dat de ISU zegt: meneer Dijkema, hartelijk bedankt en tot ziens. Een bestuurder die dit doet, neemt het risico dat een sporter voor elke wedstrijd neemt. Daarvan zie je er niet veel.”

Bang voor de carrière? „Dijkema coacht zichzelf nu naar het voorzitterschap. Ik kan me dat voorstellen. Maar juist dan zou hij een plan moeten hebben voor het langebaanschaatsen. Zodat mensen zeggen: dat is een goede kandidaat-voorzitter. Dan sta je ergens voor. Misschien werkt het bij de ISU niet zo. Dijkema is slim genoeg, hij kan dat beter inschatten dan ik. Dus gaat hij heel voorzichtig te werk. Als het ergens gezellig is, staat hij er graag bij. Bij kritische geluiden loopt hij liever de andere kant op.”

In Nederland blinkt de KNSB ook niet uit in daadkracht. Schenk maakte in 2009 in opdracht van de bond samen met onder meer Rintje Ritsma en zaakwaarnemer Patrick Wouters van den Oudenweijer een rapport over de toekomst van top- en breedtesport. Doekle Terpstra werd bondsvoorzitter en schoof het advies terzijde. „We hebben altijd in samenspraak met de KNSB gewerkt”, zegt Schenk. „Ze zaten er zelf bij, de technische commissie en gewestelijke mensen. We hebben niemand gepasseerd. Dan zeggen ze: ‘dit is een advies waar we niet omheen kunnen’. Vervolgens verdwijnt het in een la op het bondsbureau. Ik sprak laatst met de nieuwe directeur Paul Sanders en vroeg of hij ons rapport had gelezen. ‘Nee’, zei hij. ‘Nooit gezien.’ Dus het ligt niet eens meer in de onderste la.”

Als de bestuurders van ISU en KNSB niets doen, duiken anderen volgens Schenk in de ruimte. Neem invloedrijke zaakwaarnemers als Ron Mulder en Patrick Wouters, met belangen bij schaatsers, ploegen, sponsors en bonden. „Bij een toernooi in Thialf loop je in de lounges met de commerciële partijen onvermijdelijk Wouters en Mulder tegen het lijf, of één van hun handlangers. Zij regisseren de hele show. Voor hen is het ook veel belangrijker dan voor de ISU of de KNSB. De meeste revenuen zijn voor hen.”

Schenk verwijt het niet eens de zaakwaarnemers. „Je kunt ze niet kwalijk nemen dat ze zoveel mogelijk geld willen verdienen. In dat opzicht neem ik mijn pet bijna voor ze af. Ze profiteren maximaal van het feit dat mensen beïnvloedbaar zijn. ‘Laat mij dat en dat voor je regelen, dan komt het goed.’ Ze betalen een bedrag en zijn feitelijk de baas. De ISU en KNSB hebben blijkbaar niet de goede mensen om de regie te voeren. Dan geef je het uit handen aan mensen die wel dag en nacht met schaatsen bezig zijn. Die fietsen iedereen voorbij.”

Hoe? „Ze zijn ineens manager van een ploeg, manager van de beste schaatser, doen ook nog wat voor hoofdsponsor KPN en voor de KNSB. Dat kan niet. Nogmaals: ik verwijt het Patrick Wouters niet. Hij pakt de ruimte die hij krijgt. Dan kun je alles heen en weer schuiven. Van Telfort moet je nog weten dat het van KPN is. Maar dit gaat open en bloot. Dezelfde mensen zeggen: ‘wacht, ik zet nu even mijn andere pet op’. Dat zoiets jaren lang kan, zegt vooral iets over de organisaties van KNSB en ISU.”

Schenk pleit voor bestuurlijke vernieuwing. „De ISU zegt: wat we sinds 1895 hebben, moeten we behouden. Daar zit de angel. Zelfs technische mensen uit de eigen club, zoals de Noor Tron Espeli, zijn bang om met veranderingen te komen. Ook bij de KNSB en gewesten is het nog traditioneel. ‘Kom niet aan de tien kilometer’. Wat er moet gebeuren? Laat als KNSB de algemeen en technisch directeur hun werk doen, de mensen uit de sport. Doen ze het niet goed? Dan komt er een ander, net als in het bedrijfsleven. Laat topschaatsers en coaches aan de ISU voorleggen hoe zij de toekomst van hun sport zien. Als er niet wordt geluisterd, trek je het breder. Haal sponsors erbij, de media. Geef die sport een prikkel, ga er eens mee aan de gang.”

Ondanks de crisis is niet alles slecht, zegt Schenk. „Wij reden voor Robot Kanteldeuren, tegenwoordig is KPN hoofdsponsor. Als er minder geld is, haal dan de broekriem gerust aan. Nu krijg je na een goede 500 meter meteen een prachtige BMW, omdat je in de Liga-ploeg zit. In andere landen doen ze het met veel minder ook best aardig.” En de belangstelling voor schaatsen blijft groot. „Naar de huldiging bij de EK kijken twee miljoen mensen. Zijn dat vooral ouderen? Maak het interessanter voor jongeren. Of zorgen dat die jongeren gaan kijken als ze ouder zijn.”

Hoelang pleiten hij en anderen al niet voor een kleine vierkamp op de allroundtoernooien, met een drie in plaats van een tien kilometer? „Dat brengt meer spanning. Er zijn sowieso meer atleten die de middenafstand, tot en met de vijf kilometer, goed beheersen. Je houdt dan het klassieke uitgangspunt van vier afstanden en één klassement. Ook om het allrounden op de Spelen te krijgen, moet je er een kleine vierkamp van maken. Pas dan zijn voldoende landen geïnteresseerd.”

Volgens Schenk moet de wedstrijdkalender compacter. „Vier maanden schaatsen is te lang. Ik hoor het Mart Smeets al zeggen: het is maart, de lammetjes staan in de wei maar wij moeten nog schaatsen. Hij heeft daar gelijk in. Schaatsen doe je als er sneeuw ligt en het vriest. Nu organiseer je pas eind maart het belangrijkste toernooi, de WK afstanden. En tussendoor weekeinden zonder wedstrijden, omdat men zo nodig op hoogtestage moet of naar de zon om uit te rusten.

„Schuif in elk geval de wereldbekerfinale en de WK afstanden in elkaar. Essent is sponsor van allebei, dat kun je zo regelen. Maak half december een korter maar prachtig internationaal seizoen, waarin wedstrijden snel op elkaar volgen en er iets op het spel staat. Houd de WK afstanden op een plek waar het goed te vermarkten is. Een week lang, twee uur per dag schaatsen op een gunstig tijdstip. Met alle afstanden en tot slot een kleine vierkamp voor allrounders. Zo krijg je een mooi kampioenschap, dat ook nog eens aansluit bij de Olympische Spelen.”

Zo moeilijk hoeft het niet te zijn, zegt Schenk. Waarbij hij direct aangeeft niet alle wijsheid in pacht te hebben. „Toen ik bestuurder was, dacht ik misschien wel te veel aan de belangen van de sporter. Zo was ik een tegenstander van buitentoernooien, waar de omstandigheden niet gelijk zijn voor iedereen. Maar na de enthousiaste reacties bij de EK in Boedapest denk ik anders. Als het publiek dat wil moeten we vaker naar buiten. Maak de verrassing maar. De beste wint meestal toch.”

Zelf nog een actieve rol spelen, zoals generatiegenoot Cruijff bij Ajax? „Johan is een bijtertje. Nee, dat is echt uitgesloten. Als mensen advies vragen, wil ik best met ze praten. Maar ik ga niets meer doen in het schaatsen. Er zijn genoeg andere leuke dingen.”